Vertaald proza

Hila Blum: Het bezoek

door Ludo Abicht

De plot van Het bezoek is tegelijkertijd bedrieglijk eenvoudig en lichtjes bizar: Nilly en Natty uit Jeruzalem, zij een vertaalster bij een Israëlische uitgeverij en hij een succesvolle informaticus, maken een paar weken na hun kennismaking een droomreis naar Parijs. Wanneer ze na het eten in een peperduur restaurant willen betalen, merken ze dat Natty zijn portefeuille met al zijn geld en reisdocumenten kwijt is. Een vriendelijke, maar opdringerige tafelbuur helpt hen uit de nood en maakt van de gelegenheid misbruik om Nilly te zeggen dat ze in geen geval met haar vriend mag trouwen, niks voor haar. Acht jaar later zijn ze uiteraard wél gehuwd en hebben ze twee dochters, de twaalfjarige Dida uit het eerste huwelijk van Natty en Asia, haar jongere halfzus. Totaal onverwachts kondigt mijnheer Duclos, de Parijse weldoener, zijn bezoek aan Israël aan. In de tussentijd is er veel tussen de partners onderling en hun kinderen gebeurd dat het negatieve vooroordeel van die Franse bemoeial lijkt te bevestigen. Misverstanden en verhelderingen, ruzies en verzoeningen, leuke en minder leuke momenten en vooral leugens en verdraaiingen, bedrog en zelfbedrog, kan dit huwelijk nog wel lang standhouden? Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van Nilly, die te intelligent is om haar eigen tekortkomingen en die van haar man en kinderen te negeren, maar op die manier ook bijna onophoudelijk het slachtoffer wordt van haar vaak genadeloze en emotionele introspectie. Ze lijdt onder de afstandelijkheid en het (vermeende, waarschijnlijke?) vreemdgaan van haar man van wie ze anderzijds zielsveel houdt, ze lijdt onder de mentale afgang van haar ooit dominante moeder en de onvoorspelbaarheid van haar zus. Ze staat doodsangsten uit wanneer de vier jaar oude Asia van twee hoog uit het raam valt en dagen in coma op de intensive careafdeling ligt en van dan af aan als epileptica zal moeten leven. En ze slaagt er ondanks al haar goede wil niet in een redelijke verhouding tot stand te brengen met haar vroegrijpe, wijsneuzige en bij momenten ronduit vijandige stiefdochter Dida.
Dit is niet meteen stof voor een grote roman, dacht ik, hooguit voor wat Nilly zelf op haar werk ‘vrouwelijke biechtschrijverij’ noemt, een bitterzoete, vaak geestige maar uiteindelijk nogal naargeestige variant van chicklit. En dat ze geestig kan zijn, lezen we onder meer in Blums vele passages om en rond seks:

Natty keek haar aan en knikte in zichzelf.
‘Wat is er?’ vroeg ze.
‘Jij draagt altijd sokken. Of panty’s. Of iets. Zelfs ’s nachts heb je sokken aan.’
‘Dus?’
‘Niks.’
‘Stoort het jou?’
‘O nee.’
‘Wat dan? Zeg het maar.’
‘Niks. Gewoon. Ik heb ooit gelezen dat vrouwen sneller klaarkomen als ze sokken aan hebben.’
‘Echt waar?’
‘Weet ik niet. Ik heb het ergens gelezen.’
‘Alleen sokken?’
‘Weet ik niet. Sokken, dat heb ik gelezen.’
‘Je portemonnee is gevonden, Natty,’ zei ze.
‘Ja, mooi.’
‘Wil je het nu verder over sokken hebben?’
‘Nee,’ zei hij. ‘Ik ben uitgepraat.’

Met deze en andere passages mag stilaan duidelijk worden dat de grote verdienste van dit boek dan ook bijna alles met stijl en taalgebruik te maken heeft. Niet met diepgaande of ontroerende analyses van de menselijke relaties, ook al staan die daar ook in, en ook niet met reflecties over de politieke of historische situatie van de hedendaagse inwoners van Jeruzalem, het zionisme of de Israëlisch-Palestijnse problematiek. Het besef daarvan wordt van de (Israëlische) lezers van deze roman sowieso verondersteld, maar het gaat eerder om de normale relatiestoornissen van moderne Israëli’s die in allerlei opzichten, van ergernis over een verwende peuter in de supermarkt tot huiselijke conflicten en wrijvingen op het werk, aan hun generatiegenoten in Noord-Amerika en West-Europa doen denken:

‘Haar eerste jaar met Natty stond in het teken van de mobiliteit van een studentenliefde. Tandenborstels verhuisden heen en weer tussen de woningen, plastic tasjes met extra ondergoed, sokken, shirts – er moest altijd iets gehaald worden, teruggebracht, gezocht. Ze zagen elkaar ’s avonds, bij haar of bij hem – vooral bij hem, zij deelde toen een woning met een medehuurster – en omdat er afgesproken moest worden, omdat het om afspraken ging die nog niet aangesloten waren op het automatisme van het leven, verkeerden zij in de fase van de verhouding, waarin het om het samenzijn zelf gaat, samen onder één dak, in één ruimte. Een jaar later waren ze toe aan een grotere zandbak en trok ze bij hem in. En toen leek het alsof dat het probleem was: de onevenwichtigheid. Alsof dat de kink in de kabel was. Alsof ze een heel nieuwe woning hadden, waarin ze zich konden opsplitsen.’

Deze overgang van de vrij banale, maar universeel herkenbare ervaringen van de meerderheid van jonge koppels naar bedenkingen over ‘het probleem’ van de onevenwichtigheid, overpeinzingen en oprispingen die je aan bepaalde passages van Franz Kafka, Philip Roth of Woody Allen herinneren, geven dit verhaal onverwachts een andere dimensie die daarom niet noodzakelijk Joods is, maar die we wel vaak in Joods-Amerikaans proza aantreffen. De lezer wordt achter de alledaagse feiten, onzekerheden, angsten en verwachtingen meegevoerd in het lichaam en het brein van de personages. Hila Blum beklijft bijvoorbeeld met een akelig mooie metafoor voor de alzheimer van Natty’s vader: ‘Hij leefde in de hoge, afgezonderde kamer in de achterste toren van het kasteel in zijn hoofd, en niemand nam nog de moeite hem daar op te zoeken.’ Blum heeft trouwens wat met metaforen: ‘De boeken van Lia Fishof liggen in het schemergebied tussen lectuur en literatuur. Tientallen bladzijden met geen enkele metafoor, en toch altijd een goed verhaal.’ Wat Nilly ‘lectuur’ noemt, is in dit geval dan weer een kruising tussen reisliteratuur, chicklit en zouteloze erotiek à la Vijftig tinten grijs. Terwijl dit boek van metaforen wemelt en — vermoed ik — van Hebreeuwse neologismen, of in elk geval van ongewone uitdrukkingen die af en toe het Nederlands van de vertaling nodeloos onduidelijk of geforceerd maken (bijvoorbeeld: ‘Er komt een rinkelgeluid uit haar tas voort, het geluid van een gemiste kans’. Of nog: ‘probeert verbindingen te smeren die binnen nog geen week verroest zijn’).
Naast die talrijke metaforen vind je hier verrukkelijk elliptische zinnen, dialogen die heel veel woorden weglaten en toch alles zeggen en ook als zodanig door de partners begrepen worden, wat een uitstekende stilistische vorm is om het geleidelijke uit elkaar groeien van dit echtpaar te suggereren: niets hoeft te uitdrukkelijk te worden gezegd, want ze verstaan elkaar maar al te goed. En wanneer Dida haar stiefmoeder vertelt dat ze haar vader toevallig in de stad in een compromitterende houding met een vreemde vrouw gezien heeft, is het helemaal niet duidelijk of dit louter een gefantaseerd middel is om Nilly en Natty uit elkaar te drijven of een waargebeurd verhaal. Maar de twijfel is gezaaid en zal onderhuids blijven voortwoekeren. Het feit dat de auteur erin geslaagd is deze stijl van dubbelzinnige dialogen, halve of in elk geval dubieuze waarheden, beschuldigingen en verdenkingen het hele boek door vol te houden, blijft de lezer boeien. Niet zozeer om wát er nog zou kunnen gebeuren, maar uit nieuwsgierigheid naar de manier waarop dit relatiedrama, want dat is het ten slotte, tot aan het einde zal worden verteld.


Hila Blum, Het bezoek, De Bezige Bij Amsterdam, 2014, 447 p., € 23,9. ISBN 9789023483199. Vert. van: HaBikur door Shulamith Bamberger. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri