Nederlands proza

Armando: Gedoe

door Erik de Smedt

Na De haperende schepping en Het wel en wee bundelt Armando opnieuw ultrakorte verhalen, waarin een eigenzinnig ik zijn omgeving gadeslaat. Ze halen de lezer uit de behaaglijke cocon van het vertrouwde en spelen voor stoorzender. Sommige hebben iets weg van grimmige sprookjes, andere van parabels zonder antwoord, nog andere zijn min of meer absurde, maar niet minder revelerende dialogen. Er zitten ook kleine dagboekachtige notities tussen. 
 
De ik lijkt van verre op Armando, gefascineerd door dieren, mensen, kunst, macht, schuld, de onidyllische natuur, maar die identificatie wordt vaak onderuitgehaald doordat de ik afstand neemt van zichzelf. De stugge, weerbarstige toon is nog uitgesprokener geworden, de onwil ook om de pointe in te vullen of de lezer te bevredigen met een zinvolle verklaring. Soms wordt de betekenisweigering een maniertje: "Ach, wat kan het mij eigenlijk schelen", "Ik vroeg me eigenlijk nooit iets af", "Meer zeg ik niet. Zoek het zelf maar uit". 
 
Wrijving te over dus. Armando's wereld is hard omdat er veel in wordt doorzien, veel is geweten, veel ontgoochelt. 
 
‘De ouders werden verzameld, en toen ze allen bijeenstonden, werden hun kinderen tevoorschijn gehaald en voor hun ogen doodgeschoten. Dat was dat.
 
‘Natuurlijk heeft bovenstaand gebeuren plaatsgevonden, en het vindt nog steeds plaats. Jij hebt liever dat het niet gebeurd is, nu, dan is het niet gebeurd. Ik zal er niet meer over spreken. Dat wil je toch?’
 
Dat is het verhaal 'Kinderen': twee alinea's als een vuistslag. Andere stukjes mijmeren over de zee, die bestendiger is dan bomen, over de kloof tussen een hemelse zanger en zijn sikkeneurige persoon, over het teleurstellende van oppervlakkige gesprekken, over iemand met een onopgevoede hond. "Hij had besloten zijn hond niet op te voeden, omdat hij zelf heel streng was opgevoed." Soms staan de verhaaltjes stil bij het kleine, soms worden ze kosmisch. "O, wees maar niet bang, de maan komt terug, hij komt altijd terug, ook als de mens allang verbrand, verzwolgen of vergaan is. Zelfs als de mens totaal verdwenen is." 
 
Enkele teksten klinken als een geestelijk testament, bevatten "een paar raadgevingen tot hen die graag kunstenaar willen zijn" of blikken terug op een leven: "het is onherbergzaam. Maar, en ik zeg het met nadruk, wees niet treurig." Het omslag toont een prachtig recent schilderij van Armando, een 'Gestalt' in zwart en rood. Gedoe is niet overal even sterk, maar nergens flauw. 
 
Armando: Gedoe, Augustus, Amsterdam 2006, 125 p. ISBN 90-457-0044-1
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2006 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri