Vertaald proza

BOEKEN NR. 4, FEBRUARI 2016

Tom Michell: De pinguïnlessen

door Henk van Viegen

Jawel, de romantische reisheld bestaat nog steeds. Hunkerend naar vrijheid, ongereptheid, uitdagingen, exotische ervaringen, de oorpronkelijke bewoners in hun natuurlijke staat idealiserend en wensend er deelgenoot van te zijn, om uiteindelijk, gezuiverd, het eerst gedroomde land te verlaten.   
 
In dit geval is dat Zuid-Amerika. Tom Michell, de 23-jarige ik-figuur, gaat er heen omdat niemand van zijn familie het kent. Het is zijn manier om origineel te zijn en te ‘ontsnappen aan de eeuwige geordende geborgenheid van het Britse platteland.’ Hij vindt een baan als onderwijsassistent in Argentinië, die hem in staat stelt het continent in alle rust, namelijk in de lange zomervakanties, te bereizen. Op een van die reizen, vlak voor terugkeer naar de school, redt hij een pinguïn uit de op het strand aangespoelde oliesmurrie. Het beestje wil, na door Tom geduldig schoongepoetst te zijn, niet terug de zee in. Hij noemt de pinguïn Juan Salvador Pingüino (naar de Spaanse titel van Bachs novelle Jonathan Livingston Seagull (1970) en neemt hem mee naar zijn woonplek op de schoolcampus. Daar maakt het beest de halve gemeenschap beter (Salvador, ‘redder’) met zijn positieve ‘lessen’: een onzekere leerling, het rugbyteam, en uiteraard Tom zelf. Tom kan rustig zijn reizen maken, want er is altijd wel iemand die voor de pinguïn kan zorgen. Op die trips komt hij tot de bekende, zoals dat heet diepe inzichten van de echte reiziger: hoe kan de (westerse) mens al die adembenemende schoonheid van de natuur, en de natuurlijke levenswijze van de oorspronkelijke bewoners toch zo harteloos naar de knoppen helpen? Hij vindt wat hij zocht, bij een eenvoudige dorpsgemeenschap, en bij de gaucho’s, die hem naar zijn idee echt opnemen. Nederiger en rijker zal hij terugkeren naar Engeland, de lessen toepassend die hij in deze beslissende fase van zijn leven heeft geleerd.   
 
‘Ik zou eigenlijk een boek over je moeten schrijven’, zegt Tom tegen Juan Salvado (de ‘geredde’, zoals hij in de tweede helft van het boek, op een hoofdstuktitel na, steeds heet). Het beest praat ook terug, daar moet je in willen meegaan, anders zul je het boek misschien geïrriteerd wegleggen. Michell schreef zijn verhaal, dat zich afspeelt in de jaren zeventig, vreemd genoeg pas decennia later op, wel was het zogenaamd al in vele versies de familie doorgegaan. De politieke problemen (in Michells tijd daar kwam de dictator Videla aan de macht) spelen nauwelijks een rol. Aanvankelijk is de hoofdpersoon wel blij met de machtswisseling, want Isabel Perón maakte er een zooitje van. De kern is een eenvoudige feelgood story. De lezer heeft weinig te doen, daden en emoties worden uitgebreid beschreven en toegelicht.

De hoofdstuktitels horen helemaal bij het genre: een hoofdtitel, gevolg door eentje die begint met ‘Waarin’: Epiloog - Waarin een nieuwe pinguïn iemand een lesje leert. En zoals de oude reisverhalen is ook deze geschiedenis geïllustreerd. Om te beginnen met een kaart van Zuid-Amerika, zodat we Michells reizen kunnen volgen. Verder met negen full page tekeningen van Juan Salvado(r), en vele kleine tekeningetjes van een vis: sprot, het voedsel van de pinguïn. Tot p. 168 zijn de sprots heel, daarna zien we ze in graatvorm, waarom werd mij niet duidelijk. De cover is overgenomen van de Engelse editie, maar zonder de ondertitel ‘een waar(gebeurd) verhaal’. Dat is jammer, een literair spelletje gaat daarmee verloren. Riepen de auteurs van de imaginaire reisverhalen uit de 18de en 19de eeuw niet al: ‘Dit is echt gebeurd, hoor!’?

Amsterdam : Thomas Rap 2015, 283 p. Vert. van: The penguin lessons door Joris Vermeulen. ISBN 9789400406216 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri