Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MAART 2016

Guadalupe Nettel: Na de winter

door Hugo Van Hoecke

Luttele paragrafen vooraleer Nettel haar derde roman, Na de winter, afsluit, rakelt een van de hoofdfiguren deze veelzeggende uitspraak op van de Peruaanse schrijver Julio Ribeyro : ‘Als onvolmaakte wezens in een onvolmaakte wereld zijn we ertoe veroordeeld slechts kruimeltjes geluk te vinden’. Beter kan niet worden verwoord waar het in dit verhaal om draait. Beide kwetsbare hoofdfiguren, die alternerend hun struggle for life voor het voetlicht brengen, belichamen elk op hun eigen manier een facet van deze ‘onvolmaaktheid’.
 
Claudio vooreerst, een Cubaanse veertiger die naar de V.S. is geëmigreerd en nu in New York op een schraal appartementje hokt dat – hoe betekenisvol! – slechts twee raampjes van dertig op dertig telt die allebei uitkijken op een blinde muur. Hij wordt afgeschilderd als een rationele controlefreak die zijn existentiële onzekerheid poogt te maskeren door elke chaos uit zijn leven te bannen en zich een ontoegankelijk eigen territorium te creëren gebaseerd op dodelijk verslavende routine. En dan is er zijn tegenspeelster Cecilia, een piekerende Mexicaanse twintiger die met een studiebeurs in Parijs is beland, boordevol vragen zit over de zin van het leven en een haast necrofiele belangstelling vertoont voor begraafplaatsen. Zij voelt zich nutteloos, in de steek gelaten door jan en alleman, zelfs haar literatuurstudie kan haar niet echt raken. Of toch: even brengt een boek van Perec, waarin die de verdoving aankaart die uitgaat van het ‘normale leven’, de ‘droomloze lethargie’ daarvan, een glimp van herkenning teweeg. Maar een ommekeer komt er pas wanneer zij Claudio ontmoet en er tussen beiden chemie ontstaat.
 
Voor de ‘gemiddelde’ auteur en in veel films zou zulke ontmoeting de aanzet betekenen tot een glorieuze romance waarin beiden hun kluizenaarsbestaan van zich afwerpen en als herboren een nieuw leven tegemoet gaan. Maar niet zo Nettel. Een happy end breien aan een verhaal is aan haar niet besteed. Haar figuren kennen geluk maar ook tegenslagen, ze flirten zelfs met de dood, worstelen zich vrij, bereiken iets dat hen even later dan weer ontvalt - maar zo is nu eenmaal het onvolmaakte bestaan in deze onvolmaakte wereld. Alleen, zo stelt de auteur - en daarmee reikt ze de sleutel aan tot het verhaal - moet de schamele mens daarmee leren leven. Dat is inderdaad het besef waar Claudio en Cecilia, gelaten geworden in hun mislukkingen, uiteindelijk in belanden: we moeten leren ‘leven zonder te verliezen, binnen de grenzen van onze mogelijkheden, ondanks-alles-hier-en-nu-gelukkig-zijn, ondanks de pijn en de zekerheid dat het leven in wezen altijd onmogelijk en pijnlijk is’.
 
Het is niet de eerste maal dat Nettel deze snaren bespeelt; ook haar vorige romans verklanken deze thematiek. Zij houdt ervan om werkelijkheden te belichten waar niemand naar wil kijken, zoals ziekte, dood, onvermogen, eenzaamheid, kortom het bestaan-in-verval. Dat zou bedrukkend kunnen overkomen, maar uitzichtloos laat ze het niet worden want het is precies dáár, in onze onvolkomenheden - aldus de auteur in een interview - dat het leven zich opent. Dáár, op de tegenstrijdige grens van licht en donker, kan het nastreven van innerlijke rust een aanvang nemen.
 
Misschien zal je verwachten dat het existentiële gevecht waar de protagonisten mee af te rekenen krijgen, vertaald zal worden in nogal pathetisch gedoe. Niets is minder waar. Nettels taalgebruik is sober, fluwelig en sluit perfect aan bij het ongewilde maar noodzakelijke proces van introspectie dat de twee hoofdfiguren doormaken. Daaraan is het te danken dat Na de winter ongemeen natuurlijk overkomt, en dat is geen kleine verdienste. Van haar zal je graag nog meer lezen.
 
Amsterdam : Signatuur 2016, 239 p. Vert. van: Después del invierno door Arie van der Wal. ISBN 9789056725457

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri