Poëzie

BOEKEN NR. 7, MEI 2016

Erik Menkveld: Verzamelde gedichten

door Dirk De Geest

Bij zijn overlijden in 2014 had Erik Menkveld amper drie dichtbundels gepubliceerd, maar de waardering daarvoor bleek bijzonder groot. In zijn werkkamer lag echter heel wat werk klaar in een haast voltooide staat. Dat verklaart waarom in deze Verzamelde gedichten naast de 140 bladzijden gepubliceerd werk ruim 70 pagina’s originele gedichten zijn opgenomen. Door dat nagelaten werk heeft deze uitgave alleszins een grote meerwaarde.

Menkveld is in diverse opzichten wat men een ‘minor poet’ zou noemen. Zijn werk kon rekenen op een duidelijke waardering, maar tegelijk speelde het zich toch enigszins in de marge van de belangrijke literatuur af. Daarbij koos de dichter voor een lyriek die bewust niet spraakmakend wil zijn. Integendeel, in plaats van grote woorden en grote programma’s opteert Menkveld voor een exploratie van het kleine en het bescheidene. De dichter concentreert zich vooral op details, die zowel speels als symbolisch tot monumenten van betekenis worden gemaakt. Kleine scènes en voorwerpen – zeker in de eerste bundels gaat het ook vaak om natuurobservaties – krijgen zo een exemplarisch karakter. Ze laten als het ware de wisselvalligheden van tijd en ruimte zien, en op die manier vormen ze ook een spiegel van het waarnemend en schrijvend ik. Dat miniatuurkarakter maakt de korte verzen van Menkveld tot waardevolle momenten van stollingen.

De houding van het ik tegenover die buitenwereld is sterk wisselend. Soms gaat het om bewondering, een houding die omslaat in een soort van esthetische waardering. Op andere momenten slaat die waarneming echter om in het sublieme, een meer absolute ervaring die echter de vanzelfsprekendheid van het ik in het gedrang brengt. Niet toevallig is de dichter gefascineerd door plastische kunst en, meer nog, door muziek. Vervreemding en zelfs angst zijn dan niet veraf. Zeker in het latere werk is dan weer sprake van een soort van gelatenheid en ontvankelijkheid, die erg oosters aandoet: bij momenten hebben de gedichten iets van de sereniteit van een haiku. Toch is het (gelukkig) niet al ernst wat de klok slaat. Integendeel, Menkveld is een meester in het speelse en de milde ironie. Die relativerende kijk weet hij te bewerkstelligen door te spelen met de teksten van anderen en een soort van pastiche op hun werk af te leveren. Minstens even belangrijk in dit opzicht is echter de retorische opbouw van de teksten. Menkveld schrijft vaak meanderend, waardoor de kern van het gedicht eerder omcirkeld wordt dan rechtstreeks uitgesproken. Die uitweidingen zorgen ervoor dat ook de lezer traag moet lezen en dezelfde bewegingen doormaakt als de dichter. Hij of zij is, met andere woorden, hoofdzakelijk zoekend, want alle details, beschrijvende elementen en acties blijken uiteindelijk samen te komen.

Dat alles maakt van Menkveld een uitermate intrigerend en onterecht onderschat dichter. Daarbij komt dat het nagelaten werk in alle opzichten het niveau haalt van de beste teksten die tijdens zijn leven gepubliceerd werden. In dit opzicht biedt dit mooie boek daarom voor alle lezers (ook degenen die vertrouwd zijn met de dichter) tal van boeiende en waardevolle ontdekkingen.

Amsterdam :Van Oorschot 2016, 271 p. : ill. ISBN 9789028261051 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri