Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2019

Helena Janeczek: Het meisje met de Leica

door Inge Lanslots

Tijdens de 2019-editie van het Passa Porta Festival stelde Helena Janeczek (1964) -- samen met Milena Agus, beiden laureaat van de prestigieuze Strega-prijs -- hun recentste roman voor in een tweegesprek, gemodereerd door de Italiaanse ambassadeur Paolo Grossi. Uit dat gesprek bleek dat Janeczek zich grondig documenteerde om met Het meisje met de Leica de figuur en het werk van de fotojournaliste Gerda Taro in ere herstellen.
 
Taro, geboren als Gerta Pohorylle (1910-1937), stond lang geboekstaafd als de geliefde van Robert Capa (geboren Endre Friedmann), die in het kielzog van haar partner foto’s maakte met de Leica die Capa haar cadeau gaf – haar vroege werk werd zelfs vaak verkeerdelijk toegeschreven aan Capa. Bij de opening van de eerste overzichtstentoonstelling gewijd aan haar oeuvre ging Taro in 2007 opnieuw de wereld rond als de geliefde van… Haar werk moet echter niet onderdoen voor dat van Capa, die zich dat pseudoniem aanmat om beter de Amerikaanse markt te kunnen bespelen – het Hongaarse woord voor haai maakte zijn joodse roots wat minder zichtbaar -- en daarnaast wist Taro anderen te begeesteren met haar persoonlijkheid én schoonheid.
 
‘Hij reed met de tram naar huis toen hij bij een halte een vrouw had gezien voor de etalage van een modewinkel. Ze droeg kanten kousen en schoenen in een iets donkerder tint, haar ivoorkleurige jurk viel in soepele plooien tot boven haar knie, haar kastanjebruine haar liet tussen de lijn van haar oor naar haar schouder een flink stuk iets getinte huid vrij. Willy had gehoopt dat de tram niet zou vertrekken voordat hij die vrouw, van een onwerkelijke, filmische elegantie, in het gezicht kon kijken. Maar zij was doorgelopen in een tempo waarmee ze hem leek te plagen. Ze ontsnapte hem, keerde hem haar rechte rug toe, de halfblote knieholtes. Toen de tram de rit, inmiddels een achtervolging, voortzette, had Willy gemeend het profiel van Elisabeth Berger te zien, zo sprekend leek ze op zijn lievelingsactrice. Maar toen hij een eindje gelijk met haar op reed, had hij beseft dat het evenbeeld van zijn diva jong was, veel jonger dan hij had gefantaseerd. Een meisje met wie hij misschien wel kon kennismaken, met wie hij zelfs koste wat het kostte wilde kennismaken.’
 
Het meisje met de Leica, Janeczeks zesde roman, zal Taro’s charisma echter niet belichten vanuit een ik-perspectief of een alleswetende verteller. Janeczek laat drie personages aan het woord die de fotografe goed gekend hebben maar aan wie ze tegelijkertijd leek te ontglippen: Willy Chardack, Ruth Cerf en Georg Kuritzkes. Chardack zal een beroemd hartchirurg worden, maar wanneer hij Taro in Leipzig ontmoet, is hij nog een timide student geneeskunde die haar chemie bijbrengt. Voor die ontmoeting waren Taro en Cerf al goed bevriend, ondanks hun verschillende karakters, en Kuritzkes was een van Taro’s geliefden. Chardack en Kuritzkes zullen hun herinneringen aan Taro ophalen in een telefoongesprek tussen Buffalo NY en Rome, in 1960. Die herinneringen komen respectievelijk in het eerste en derde deel van de roman aan bod, en worden onderbroken door Ruths relaas dat in 1938 in het kosmopolitische Parijs wordt opgetekend, zo’n jaar nadat Taro tijdens de Spaanse burgeroorlog door een dom manoeuver van een tank zou sterven aan het front, precies op haar zevenentwintigste verjaardag.
 
Via haar vertellers gaat Janeczek uitvoerig in op het engagement van Taro en haar lotgenoten die de nazipropaganda en het antisemitisme ontvlucht waren en die als balling in Parijs hun toevlucht hadden gezocht. In het voor- en nawoord, komen nog andere personages aan bod die Taro gekend hebben en die de verhalen van Chardack, Cerf en Kuritzkes als het ware aanvullen. Taro helemaal doorgronden blijkt onmogelijk te zijn, maar je leert haar kennen als een vrijgevochten jongedame met een uitgesproken mening, die zich niet wilde binden en die voor haar moed een staatsbegrafenis in Frankrijk kreeg.
 
De extradiëgetische verteller verbindt Taro’s geschiedenis aan die van het fotomateriaal dat pas deze eeuw zou opduiken (Janeczek biedt ander archiefmateriaal aan op haar website, www.helenajaneczek.com). Jarenlang werd gezocht naar een verloren koffer, die uiteindelijk – what’s in a number – drie gekleurde dozen waren en die Frankrijk waren uitgesmokkeld. Die hoofdverteller waagt zich ook aan de analyse van een aantal foto’s en verandert daarbij steeds van perspectief.
 
Ze houdt je als lezer bij de les, maar doet dat in een wervelend Italiaans met meertalige elementen. Zo vergeet je dat Janeczek, geboren uit Poolse Joden, die tot haar achttiende in Duitsland woonde, Het meisje met de Leica, niet in haar eerste moedertaal heeft geschreven. In interviews gaf Janeczek in het verleden al meermaals aan dat ze met het Italiaans haar identiteit vond, een identiteit die verwijst naar een complex verleden – antisemitisme is een constante in haar werk – maar die er niet onder bezwijkt. Een identiteit die ook getuigt van een grote nieuwsgierigheid, een eruditie, een open blik op de wereld en een aanhoudend engagement.
 
Helena Janeczek: Het meisje met de Leica, De Bezige Bij Amsterdam 2019, 336 p. ISBN 9789403150604. Vertaling van La ragazza con la Leica door Els van der Pluijm. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri