Letterkunde

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

Gustave van de Woestyne: Karel en ik

door Manu van der Aa

De schilder Gustave van de Woestyne was de drie jaar jongere broer van Karel, de dichter van onder meer Het vader-huis en De modderen man. Enkele jaren na de dood van de schrijver (in 1929) begon Gustave, die zijn broer erg bewonderde, te schrijven aan zijn memoires, die echter pas in 1979 voor het eerst verschenen onder de titel Karel en ik. Hoewel Karel van de Woestijne, die zijn familienaam vernederlandst had, uitvoerig aan bod komt, gaat het in het Memento toch veel meer over de ‘ik’, Gustave. Bovendien blijken diens herinneringen erg onbetrouwbaar.
  
De bezorgers presenteren Karel en ik als ‘een soort cultboek’ omdat de tekst na de eerste publicatie de harten van vele lezers zou gestolen hebben, maar desondanks nooit herdrukt werd. Deze nieuwe editie pretendeert de gebreken van die eerste uitgave te hebben verholpen door o.m. de omzetting in hedendaagse spelling, toevoeging van interpunctie, annotatie en een nawoord. Ik ken de eerste uitgave niet en kan dus niet beoordelen of de ingrepen inderdaad een verbetering zijn. Doorgaans sta ik nogal huiverig tegenover herspelling – die vaak gebeurt onder druk van uitgevers die ten onrechte vrezen dat ervaren lezers zouden struikelen over enkele dubbele klinkers en wat verbuigingsklanken – omdat hedendaagse spelling in ons taalgebied altijd tijdelijk is. Zo riskeert men van alleen maar edities in verschillende verouderde spellingen over te houden en geen enkele in de originele. Omdat de tekst van deze auteur bovendien erg dialectisch gekleurd is, was een consequente herspelling niet mogelijk, wat de bezorgers ook toegeven.
 
De charme van deze publicatie schuilt precies in de authentieke, ietwat naïeve hak-op-de-takvertelstijl van Gustave van de Woestyne. Omdat de herinneringen grotendeels teruggaan op de periode voor en rond 1900 is het niet verwonderlijk dat een flink aantal verhalen aantoonbaar niet kloppen. De vaak grappige dialogen die de auteur zijn broer en hun vrienden in de mond legt, zijn natuurlijk nooit zo uitgesproken. Karel van de Woestijne, de graficus-drukker Julius de Praetere, de schilder Valerius de Saedeleer en de beeldhouwer George Minne: ze zijn allemaal personages geworden in het verhaal van Gustave van de Woestyne. Zo blijkt dat hij heel veel sympathie had voor De Saedeleer en zijn vrouw, onder meer door ze met koosnaampjes als ‘Valleke’ en ‘Clemmeke’ aan te duiden. Aan een van Karels beste vrienden, Julius de Praetere, had hij dan weer duidelijk een hekel. Gustave maakt van De Praetere een dronkaard en een luiwammes, met wie ook Karel nooit heeft kunnen opschieten, wat volgens verschillende andere bronnen niet strookte met de waarheid. Zijn broer Karel maakt hij dan weer groter (zelfs letterlijk) en beter dan hij eigenlijk was. Zo stelt Gustave dat Karel weinig dronk: ‘één glas Audenaards bier. Meer niet’. Julius de Praetere schetste in zijn herinneringen, Latemse dageraad, een ander beeld: hij trof de dichter meer dan eens in het plaatselijk muzieklokaal aan bij ‘een lege pot […] zwevend in verheven sferen’.
 
Na een waarschuwing in de inleiding – ‘Geloof niet alles wat Gustave van de Woestyne schrijft’ – gaan de bezorgers zowel in de voetnoten als in het nawoord uitgebreid in op het waarheidsgehalte van de memoires. Dat was mogelijk omdat enkele andere betrokkenen hun herinneringen eveneens op papier hebben gezet en er uit die periode ook heel wat briefwisseling en andere documenten bewaard zijn. Het toont wel aan dat biografen en literatuurhistorici altijd heel erg voorzichtig moeten omspringen met herinneringen en memoires, zelfs van bevoorrechte getuigen. Als minstens dubbelchecken niet mogelijk is, hebben ze niet veel meer dan een anekdotische waarde. Dat geldt dus zeker voor Karel en ik, wat niet wegneemt dat het een amusant en bijzonder onderhoudend boek is.
 
Gustave van de Woestyne: Karel en ik. Memento van Gustave van de Woestyne, tekstbezorging en commentaar door Johan De Smet, Leo Jansen, Peter Theunynck en Hans Vandevoorde, Davidsfonds, Leuven 2020, 303 p. ISBN 9789002269059. Distributie Standaard Uitgeverij


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri