Non-fictie

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2020

Stefan Zweig: Aan de Europeanen van vandaag en morgen

door Carl De Strycker

Hoewel de Verenigde Staten van Amerika verdeelder lijken dan ooit, is er toch zoiets als een Amerikaans eenheidsgevoel: een trots op het land en de verwezenlijkingen ervan bij de inwoners, ongeacht hun achtergrond. En zeker als de VS naar buiten treden, vormen ze een groot blok: militair, economisch, in sport… Dat is wel even anders met ‘het oude continent’. Een Verenigde Staten van Europa is nog heel ver af, want ondanks de Europese Unie bestaat er bij de bevolking niet zoiets als een Europese identiteit en is er nog steeds weinig te merken van een gevoel van verbondenheid. Integendeel: overal in Europa steken nationalistische tendensen weer de kop op, met als triest hoogtepunt de Brexit waarmee Groot-Brittannië zich opnieuw van de Unie losmaakt.   

Het zou de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig veel verdriet doen om dit te moeten constateren, want hij was een hartstochtelijk voorstander van meer Europese samenhorigheid. Zijn ideaal was het Wenen van rond 1900: een bruisende, kosmopolitische en meertalige stad waar het dankzij een open klimaat tot zeer veel geestelijke verwezenlijkingen kwam met belangrijke revoluties in de kunst (onder andere Klimt), muziek (Mahler) en psychologie (Freud). Dat idee heeft hij in essays, interviews en lezingen uitgedragen gedurende het interbellum. Drie van zijn voordrachten zijn nu in Nederlandse vertaling verschenen onder de titel Aan de Europeanen van vandaag en morgen. Op sommige vlakken lijken dit woorden van een tijdgenoot, want hoewel een aantal van zijn ideeën zijn ondertussen werkelijkheid geworden zijn, kunnen andere nog steeds inspireren.
 
Een heel mooie gedachte ontwikkelt Zweig in ‘De morele ontgifting van Europa’, een tekst uit 1932. Hij pleit ervoor om de geschiedschrijving, die meestal focust op conflicten en oorlogen, te vervangen door een positievere culturele geschiedenis die oog heeft voor de realisaties van de kunst en de wetenschap. Dat zal, volgens hem, niet langer de tegenstellingen tussen de Europese landen benadrukken, maar het respect vergroten voor elkaars verdiensten én aantonen dat ideeën elkaar bevruchten zonder rekening te houden met landsgrenzen. Bovendien bepleit hij hier ook dat studenten in een ander Europees land een semester of een jaar moeten kunnen gaan studeren om elkaars taal en cultuur beter te leren kennen. Voorwaar visionair, want dit is natuurlijk wat later het Erasmus-uitwisselingsprogramma zou worden, waarschijnlijk de meest geslaagde poging tot melange tot nu toe.
 
Dat sluit aan bij een gedachte die hij formuleert in ‘De eenwording van Europa’, waarin hij meent dat Europa ‘vóór een politieke, militaire en financiële unie’ vooral ‘een culturele unie van Europa’ moet worden. Hij levert kritiek op het gebrek aan betrokkenheid van de inwoners bij het Europese project – zo’n 90 jaar na die vaststelling nog steeds een probleem! Europa mag niet bij woorden blijven (dat is te elitair, dat is preken voor de eigen kerk) er moet actie ondernomen worden. Zijn voorstel: massabijeenkomsten organiseren waarin leden van dezelfde beroepscategorie uit de verschillende Europese landen elkaar ontmoeten en van gedachten wisselen. Dat creëert een groepsgevoel en onderstreept de overeenkomsten in plaats van de verschillen. Een ander idee is een krant, beschikbaar in de verschillende talen, die werkelijk over Europa bericht, zodat iedereen geïnformeerd is over wat er zich afspeelt in de andere landen. Dat moet in plaats van haat en wantrouwen broederschap bewerkstelligen.  
 
Als ideaal voor de eenwording van Europa doet voor Zweig het antieke Rome dienst: een immens rijk met een erg uiteenlopende bevolkingssamenstelling en een verscheidenheid aan talen, maar met één gedeelde taal, cultuur en rechtspraak die verbindend werken. En zelfs al blijkt dat allemaal een illusie dan nog is het nastreven ervan productief, want je doet er niemand kwaad mee.
 
Zweig toont zich een humanist die gelooft dat aandacht voor en kennis van elkaars geschiedenis, taal en cultuur tot wederzijds begrip en verbondenheid leiden. In een tijd waarin die gedachte steeds meer onder druk lijkt te staan – zie de dalende interesse voor de verschillende opleidingen filologie, waarin precies die zaken worden onderwezen – is het hartverwarmend om daarover een idealist aan het woord te horen. Niet alleen zijn de hier gepresenteerde lezingen van Zweig dus opnieuw (of: nog steeds) relevant en dus zeer lezenswaardig, dat geldt ook voor het goed gedocumenteerde nawoord van vertaler Thomas Huttinga, waarin hij de teksten contextualiseert en actualiseert.  
 
Stefan Zweig, Thomas Huttinga (sam.): Aan de Europeanen van vandaag en morgen, IJzer, Utrecht 2020, 120 p. ISBN 9789086842186. Vertaling uit het Duits door Thomas Huttinga. Distributie EPO 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri