Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

Renate Rubinstein, Ronit Palache (sam.): Bange mensen stellen geen vragen

door Jo Vanderwegen

In slechts enkele maanden tijd stelde journaliste Ronit Palache een soort van ‘best of’ samen uit de vele columns, essays, lezingen en brieven van de hand van schrijfster Renate Rubinstein (1929-1990). Vele daarvan waren eerder gepubliceerd in boeken als Niets te verliezen en toch bang (1978), Nee heb je; notities over ziek zijn (1985) en Mijn beter ik (1991) maar in haar zoektocht doorheen knipselmappen en privé-archieven kwam Palache ook een paar pareltjes tegen die een groter publiek verdienden. Naar eigen zeggen leerde de samenstelster het werk en de figuur van Rubinstein beter kennen tijdens haar voorbereiding van Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan, een keuze die Palache maakte uit het werk van Ischa Meijer (1943-1995) dat in februari van dit jaar verscheen. Dit werk werd terecht door velen aangeprezen, en Palache beoogde een gelijkaardige aanpak bij Bange mensen stellen geen vragen. In een uitgebreide inleiding schetst Palache leven en werk van Rubinstein, en onderstreept ze het belang en de invloed die de vrijdenkster in de jaren zestig, zeventig en tachtig uitoefende op weldenkend Nederland. Veel van haar stukken verschenen onder het pseudoniem ‘Tamar’ in het invloedrijke linkse tijdschrift Vrij Nederland.   

Het leven Renate Rubinstein werd getekend door de Tweede Wereldoorlog (zij was joodse en verloor onder meer haar vader in de kampen), door haar scheiding en, op latere leeftijd, door de ziekte multiple sclerose. Het vormen belangrijke thema’s van haar werk. Andere onderwerpen zijn het feminisme, maatschappelijke ontwikkelingen en de (verboden) relatie die ze had met Simon Carmiggelt.
 
In de jaren negentig verscheen het gehele verzamelde werk van Renate Rubinstein al, bij uitgeverij Meulenhoff, in vier mooi uitgegeven bundels. Het is helaas niet meer verkrijgbaar.  Nu tracht Palache met een selectie uit het werk een biografie te schetsen van de schrijfster, aan de hand van haar eigen werk. De officiële biograaf, Hans Goedkoop, is (met medewerking van de erven) al sinds de dood van Renate Rubinstein aan haar biografie bezig, maar dat werk van intussen zeer lange adem is nog steeds niet af – tot grote ergernis van collega’s als Charlotte Goulmy die de klus graag afgerond zien, en graag door henzelf. Het mooie is nu dat Palache voor de samenstelling van Bange mensen stellen geen vragen medewerking kreeg van dezelfde Goulmy, alsook van Igor Cornelissen die over een enorme knipselmap over Rubinstein bleek te beschikken. Zulke archieven zijn een goudmijn gebleken voor Ronit Palache. Zo kon ze een beeld schetsen van Rubinstein aan de hand van gepubliceerd én ongepubliceerd materiaal, zoals brieven behorende tot de collectie van het Literatuurmuseum van Den Haag, of afkomstig van de ontvangers van de brieven.
 
Palache deelde de stukken op in onderwerpen als ‘Jonge jaren’, ‘Oorlog/Jodendom/Israël’, ‘Liefde’, ‘Feminisme’ en ‘Ziekte en gezondheid’. Nog steeds vallen de helderheid en kennelijke urgentie van de teksten van Renate Rubinstein op. De humor en felheid van haar bewoordingen zijn een plezier om te lezen, kom daar nog maar eens om bij het gros van de hedendaagse columnisten. Hoewel een gedeelte van de onderwerpen misschien gedateerd is, valt het op dat een aantal ervan nog steeds actueel zijn. Je kunt ook zeggen dat Rubinstein voor was op de maatschappelijke geest. Zo is er de discussie over helden uit het verleden die geëerd worden met een standbeeld (in 1965!), en waarom ze neerhalen ook geen goed idee is. Of de vraag wat humor is, naar aanleiding van de anti-grappen die Kees van Kooten en Wim de Bie maakten (over joden) in het satirische televisieprogramma Hadimassa (1972). Het zijn onderwerpen die ook vandaag nog stof vormen voor maatschappelijke discussie.
 
Palache is er door haar selectie uit het enorme materiaal dat Rubinstein achterliet, in geslaagd aan te tonen dat haar stem nog steeds zeer de moeite waard is gehoord en gelezen te worden. Dat op zich is al een mooie verdienste, maar het is jammer dat ze de lezer van vandaag beschouwt als volkomen onwetend. De voetnoten die Palache toevoegt zijn arbitrair: Pieter Botha krijgt een voetnoot, Pinochet niet, Carmiggelts Kronkels dan weer wel. De Hongaarse opstand en de Bende van Vier krijgen ook een regeltje. De bijschriften zijn hoe dan ook zeer summier, en in sommige gevallen te beperkt of onvolledig. Zo wordt erin Jan Emmens (1924-1971) aangeduid als kunsthistoricus, wat hij ook was, maar als Rubinstein hem opsomt tussen schrijvers als Simon Carmiggelt en Willem Elsschot, zou het vollediger geweest zijn in dit geval erop te wijzen dat het alter ego van Emmens ook dichter was (eventueel zelfs dat Wim Brands een prachtige bundel van diens werk samenstelde, in een nog niet zo ver verleden). In het fragment is het onderwerp overigens ‘boeken’. Ook Rubinsteins aanname dat K.L. Poll een boek van F.B. Hotz negatief beoordeelde (‘Teleurstelling’, 13.12.1980) omdat de recensent niet hield van de Rijnsburgerweg, verdient meer uitleg in een voetnoot dan ‘F.B. Hotz, jazzcomponist en schrijver’. Alleen zij die een beetje thuis zijn in de biografie van Hotz (of zij die het magistrale werk van Aleid Truijens lazen), kennen het belang van die straat voor de misantrope en teruggetrokken verhalenverteller.
 
Het onevenwicht in de voetnoten kan eventueel verklaard worden door de ‘nauwe tijdsbemeting’ waarover ze beschikte (formulering RP), maar kan niet vergoelijkt worden. Eenvoudig opzoekwerk en neutrale herlezing en redactie zou veel missers op dat vlak hebben vermeden, alsook een eventueel ruimer bemeten notenapparaat achterin en een namenregister. Het is een jammerlijk tekort in een verder uitstekend en te bejubelen initiatief dat een schrijfster rond wie het onterecht stil geworden was opnieuw voor het voetlicht te plaatsen.
 
Voor zij die het volledige verzamelde werk zoals uitgegeven in de jaren negentig niet konden bemachtigen, is Bange mensen stellen geen vragen een eventueel – en beknopter – alternatief. Het is bovendien aangevuld met enig niet eerder gepubliceerd materiaal. Toch mag er bij de uitgever – naar aanleiding van het werk van Palache – gepleit worden voor een herdruk van het volledige werk van Rubinstein. Voor het overige blijven we wachten op de biografie van Hans Goedkoop.
 
Renate Rubinstein, Ronit Palache (sam.): Bange mensen stellen geen vragen, De Arbeiderspers, Amsterdam 2020, 510 p. ISBN 9789029542845. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri