Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2021

Arie Storm: Schoonheidsdrift

door Marlies van Breda

Hoewel zijn werk al sinds 1994 gepubliceerd wordt, is Arie Storm bij het grote publiek nauwelijks bekend. Mijns inziens onterecht, want de romans van de in 1963 geboren schrijver, vertaler en literatuurcriticus vervelen geen moment. Dat geldt ook voor zijn jongste roman, Schoonheidsdrift, die uit drie delen bestaat, waarvan het tweede deel een verhaal op zichzelf vormt. De ik-verteller van de beide andere delen is een schrijver wiens leven veel gelijkenis vertoont met dat van Arie Storm.    

Tien jaar na het plotse overlijden van een vriendin roept de schoonheid van de vallende sneeuw bij de ik-verteller herinneringen aan haar op en realiseert hij zich dat hij haar dood nog niet heeft verwerkt. Minutieus beschrijft hij zijn gevoelens voor haar, waarbij hij zijn eigen woordkeuze achteraf analyseert en bijstelt. Zo ontstaat enerzijds het beeld van een consciëntieuze verteller, die zo waarheidsgetrouw mogelijk wil zijn. Anderzijds wordt het beeld van een onbetrouwbare verteller gecreëerd, omdat de protagonist de lezer zelf attent maakt op de verzinsels over zijn persoonlijke omstandigheden. Hij verwijst op deze manier naar de verwevenheid van zijn reële wereld en de verhaalwerkelijkheid.
 
Om zijn depressieve gevoelens te verminderen besluit de verteller een komische roman te schrijven die zich afspeelt op Terschelling. Hij reist naar Londen waar hij in alle rust hoopt te kunnen werken, maar het schrijven wil niet vlotten. Een reeks merkwaardige gebeurtenissen voltrekt zich: zijn mobiele telefoon heeft geen bereik, hij wandelt samen met de schrijver Alan Hollinghurst en enkele historische personages door Hampstead en spreekt met de romantische dichter John Keats in hoogsteigen persoon over diens vroegtijdige dood. Als schrijver voelt de verteller zich verwant met deze dichter, die in zijn poëzie zijn verlangen naar schoonheid verwoordde en ‘morrelde aan tijd en ruimte’. Ook de verteller leeft in een flexibele, door hemzelf gecreëerde werkelijkheid. Niet alleen de grenzen tussen realiteit en fictie vervagen in Londen, maar ook die tussen heden en verleden.
 
Het verhaal speelt zich steeds meer af in een negentiende-eeuws decor. In een antiquariaat op Charing Cross Road vindt de verteller zijn oud-klasgenoot René terug, die hem een aantal romans van P.G. Wodehouse en een biografie over Keats uit 1925 bezorgt. Als zij samen naar het Keats House gaan, raakt de verteller bewusteloos. Hij wordt wakker in zijn hotelkamer waar zijn vrouw een logische verklaring voor de gebeurtenissen heeft: terwijl hij de laatste hand aan zijn komedie legde, had hij te veel ‘pints of bitter’ gedronken.
 
De komedie die de ik-verteller in Londen schreef, vormt het tweede deel van de roman. Een nieuwe ik-verteller doet zijn intrede: Tom van Santen, die tegen zijn zin enkele dagen op Terschelling door moet brengen. Zijn vriendin Fiona, die bij een uitgeverij werkt, probeert een bestseller-schrijfster over te halen om haar als redactrice te nemen en heeft Tom hierbij een belangrijke rol toebedeeld: hij moet ervoor zorgen dat de schrijfster verliefd op hem wordt.
 
Op het eiland bevinden zich ook de familieleden van Fiona, die Tom als persona non grata beschouwen. Er gaan geruchten dat Fiona’s vader stervende is, waardoor zij zich allen verzameld hebben om hun erfdeel veilig te stellen. Bij aankomst blijkt de man nog steeds springlevend te zijn. Hij wil van zijn tweede vrouw af, omdat hij verliefd is geworden op de bestseller-schrijfster die op Terschelling een schrijfcursus geeft. Dit gegeven zorgt voor diverse verwikkelingen die doen denken aan de romans van Wodehouse.  
 
Het laatste deel beslaat slechts drie pagina’s. Zij bevatten overdenkingen van de schrijvende ik-verteller uit het eerste deel over de afronding van zijn roman. De meest verwarrende alinea van dit deel is een verwijzing naar de lockdown en de huidige coronatijd, waardoor de suggestie wordt gewekt dat Arie Storm zijn eigen belevenissen heeft beschreven. Hiermee is de cirkel rond en wordt de verwevenheid van het échte leven met het fictieve nogmaals benadrukt: in romans blijft de auteur altijd zichtbaar ook al probeert hij net als Wodehouse in zijn werk te verdwijnen als het echte leven hem boven het hoofd dreigt te groeien.
 
Doordat in zijn romans een duidelijk plot ontbreekt en de verhaallijnen vaak onderbroken worden door beschouwingen over schrijverschap en de teloorgang van het boekenvak, voelt het voor de lezer alsof de auteur met hem/haar in gesprek is. Storm speelt een spel door de grens tussen feit en fictie op te rekken en betrekt de lezer daarbij. De lezer blijft zich ervan bewust dat het verhaal fictief is, omdat de auteur geregeld uitleg geeft over de rol die hij zich in zijn romans toedicht en over de narratieve technieken in zijn verhaal.  
 
Een techniek die Storm in zijn romans vaker toepast, is het verloop van het verhaal in twee parallelle universums. In Luisteren hoe huizen ademen (Prometheus 2013) keert de protagonist, Storms alter-ego August Voois, door een soort ‘wormhole’ terug naar de Haagse Schilderswijk waar hij in de jaren 1970 opgroeide. In tegenstelling tot de verteller uit Schoonheidsdrift is hij slechts de beschouwer: hij kan geen contact maken met de personen uit het verleden.
 
In Schoonheidsdrift vervaagt de grens tussen heden en verleden, omdat de verteller steeds meer deel uit gaat maken van het historische universum. Tijdens zijn verblijf in Londen trekt hij op met historische personages en gaat hij samen met de hedendaagse schrijver Alan Hollinghurst op bezoek bij de lang geleden overleden dichter John Keats. De wijze waarop Storm een dergelijke verstrengeling van tijdsperioden plaats laat vinden, voelt echter zo natuurlijk dat de lezer erin mee kan gaan.  
 
In Schoonheidsdrift zijn diverse intertekstuele verwijzingen terug te vinden. Naast Keats en Hollinghurst worden meermaals minder bekende schrijvers ten tonele gevoerd. Ook hierin speelt de auteur een spel met de lezers: hij wekt hun nieuwsgierigheid en spoort hen aan relaties tussen de diverse schrijvers aan te brengen, wat uiteindelijk een schrijversnetwerk oplevert waarin Keats de centrale figuur is.
 
Een subtiele vorm van intertekstualiteit kan eveneens gevonden worden in het op de romans van Wodehouse gebaseerde tweede deel. Met uitzondering van het motto verwijst niets expliciet naar deze schrijver. Toch zullen liefhebbers van Wodehouse’ werk de verwarrende maar toch komische situaties, de enigszins stuntelende hoofdpersoon en het ironische taalgebruik herkennen. Bovendien roept het decor waarin het verhaal zich afspeelt, net als dat in de romans van Wodehouse, herinneringen aan vervlogen tijden op.
 
Of Schoonheidsdrift een roman is, kan betwist worden. Immers, het verhaal wordt onderbroken door ‘colleges’ over narratologie en door beschouwingen over zorgelijke ontwikkelingen in het boekenvak. Storms uitspraken hierover zullen met name voor degenen die werkzaam zijn in de boekenbranche herkenbaar zijn. Velen zullen ze waarschijnlijk onderschrijven. Niettemin staat Schoonheidsdrift garant voor puur leesplezier.
 
Arie Storm: Schoonheidsdrift, Prometheus, Amsterdam 2021, 302 p. ISBN 9789044645439. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

De blauwe schuit

Shūgorō Yamamoto

Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje

Ogentroost

A.H.J. Dautzenberg

Voor wie de tijd verstrijkt

Miriam Van hee

Weerspiegeld in een waterglas

Annette Portegies

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

Achter de bomen stond een leeuw

Daan Remmerts de Vries

De Pinguïnsint en andere dierenklazen

Edward van de Vendel, Saskia Halfmouw (ill.)

Het levende hoofd

Els Pelgrom, Sylvia Weve (ill.)

Ik ben hier!

Joke van Leeuwen

Wolvenweer

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri