Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

Charles Baudelaire, Menno Wigman (vert.): De bloemen van het kwaad

door Jan Baes

'Vous ne ressemblez à personne, (en dat is de eerste van alle kwaliteiten)’, schrijft Flaubert op 13 juli 1857 aan Baudelaire, nadat hij diens Fleurs du mal met enthousiasme heeft doorgenomen. Op dat ogenblik echter wordt de dichter opgeroepen om voor de correctionele rechtbank in Parijs te verschijnen, zodat de schrijver van Madame Bovary verbijsterd moet vaststellen dat, na romans, nu ook dichtbundels als onzedelijk kunnen worden beschouwd. In hoeverre dit schandaal de verspreiding van de bundel heeft gestimuleerd zullen we nooit weten, maar wel dat de receptie tot op vandaag, op wat morele scherpslijperij na, steeds geestdriftiger is geworden en dat niet alleen in Frankrijk.  

De bloemen van het kwaad
, een complexe en ambivalente bundel, die het hele gamma gevoelens tussen walging en extase aftast, wordt algemeen beschouwd als de aanzet en meteen ook een hoogtepunt van de moderne poëzie. Klassiek van vorm, modern van inhoud, blijft het vrij beperkte oeuvre van Baudelaire (1821-1867), ook 200 jaar na zijn geboorte, intrigeren en begeesteren. Niet in de laatste plaats omdat het wel onuitputtelijk lijkt, zoals de talloze studies en commentaren bewijzen die er, nog altijd, aan worden gewijd.
 
De veel gelauwerde Nederlandse dichter Menno Wigman (1966-2018) heeft, sinds hij Paul Rodenko's bloemlezing over de Gedoemde dichters / les poètes maudits (Bert Bakker 1957) ontdekte, Baudelaires invloed op zijn werk graag aanvaard en gekoesterd. Publicaties en vertalingen verschenen bij zijn leven in diverse tijdschriften. Bundelingen (1989 en 1989) van een aantal gedichten uit Les Fleurs du mal en prozagedichten uit Le Spleen de Paris werden goed ontvangen. Zijn vroegtijdige overlijden rechtvaardigt vandaag alleszins een nieuwe, herziene en tweetalige editie van deze dikwijls fijnzinnige vertalingen, aangevuld met een inleiding en toelichtingen van zijn hand.
 
Vertalingen halen het, zegt Wigman terecht, niet van het origineel omdat ze nu eenmaal de klank van de oorspronkelijke taal missen, zodat de vertaler zich noodzakelijk op de inhoud moet toeleggen. Het is dan ook interessant te zien hoe sommige van die vertalers zich aan een van die meer indringende verzen van De bloemen van het kwaad hebben gewaagd, À une passante (Aan een voorbijgangster), en met name aan de slotregels van dit sonnet dat als onderwerp een vluchtige ontmoeting heeft; een blik die men, op straat, in de stad, wisselt met een vrouw die men toevallig kruist, waarop dan even de hoop rijst op een nieuw leven, een uitzicht op een andere wereld.
 
'Un éclair... puis la nuit! - Fugitive beauté
Dont le regard m'a fait soudainement renaître,
Ne te verrai-je plus que dans l'éternité?
 
Ailleurs, bien loin d'ici! trop tard! jamais peut-être!
Car j'ignore où tu fuis, tu ne sais où je vais,
Ȏ toi que j'eusse aimée, ô toi qui le savais!'
 
Petrus Hoosemans (Ambo, 1986 en Historische uitgeverij, 1995) vertolkt het onder de titel In het voorbijgaan, pathetisch en iets te gewrongen:
 
'Niet hier, ver weg van hier! Te laat! Nooit meer misschien!
Want jóuw weg ken ik niet en jij volgt niet mijn sporen,
jij die ik minnen zou, o jij, die hebt GEZIEN!'
 
Peter Verstegen (van Oorschot, 1985), blijft onder de titel Voor een voorbijgangster, neutraler van toon, iets te nadrukkelijk misschien:
 
'Elders, ver weg van hier! Te laat! Of nooit misschien!
Ik weet niet waar jij vlucht, jij niet waar ik zal gaan,
Vrouw die ik had bemind, vrouw die dat hebt verstaan!'
 
De aanpak van Menno Wigman, onder de titel Aan een voorbijgangster, is fijnzinniger, een beetje hortend ook:
 
'Niet hier, hier ver vandaan! Te laat! Nooit meer misschien!
Want geen van beiden weet waarheen elk van ons schreed,
O jij die ik beminnen zou! Jij die dit weet!'
 
'Ô toi que j'eusse aimée, ô toi qui le savait!' Voor sommigen de mooiste versregel uit de Franse poëzie, ook al omdat het zowel teleurstelling als vreugde uitdrukt, nostalgie zowel als beleving, verlies en verbintenis tegelijk. Een zinsnede die de cirkel sluit en misschien nog het best door Menno Wigman is begrepen.
 
Charles Baudelaire: De bloemen van het kwaad, Prometheus, Amsterdam 2021, 136 p. ISBN 9789044647389. Vertalingenuit Les Fleurs du mal en Le Spleen de Paris door Menno Wigman met een nawoord van Kiki Coumans. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri