Poëzie

BOEKEN NR. 6, JUNI 2021

Charles Ducal: De koers van de eeuw

door Carl De Strycker

De nieuwe, lijvig bundel van Charles Ducal, De koers van de eeuw, lijkt een soort synthese van zijn poëzie. In die zin is de nieuwe Ducal niet zo nieuw, het is eerder een staalkaart van zijn kunnen. Alle thema’s en obsessies uit het voorgaande werk worden hier samengebracht in de voor hem typische versvormen en met de hem kenmerkende toon. Wie Ducal wil leren kennen, vindt in De koers van de eeuw een uitstekende inleiding; wie vertrouwd is met het werk kan de bundel beschouwen als een culminatiepunt waarin alles uit het oeuvre samenkomt.  

Net zoals de vorige bundel, De buitendeur, opent ook deze nieuwe met een cyclus over de jeugd en de afkomst. Met het boerenhof als setting worden opnieuw een aantal kinderervaringen treffend geschilderd. Bepaalde taferelen hebben een diepe indruk nagelaten en Ducal is een meester in het oproepen van de beklemming die dat toen meebracht. Ook de doden zijn weer present en dat mag letterlijk genomen worden. Hoewel ze gestorven zijn, blijven ze in zijn herinneringen spoken en de dichter in zijn slaap bezoeken. Het slotgedicht van de tweede cyclus herinnert ontzettend aan Ducals debuut, Het huwelijk (De Arbeiderspers 1987). Elementen die de debuutbundel zo schokkend maakten zoals zelfbevrediging, liefdeloze seks, het grotere belang dat de man hecht aan het schrijven dan aan zijn vrouw, culmineren hier in de monoloog van een zoon die zich afvraagt hoe hij ooit verwekt is kunnen worden.
 
Ook in andere cycli lijkt Ducal terug te grijpen naar de thematiek waarmee hij de literatuurgeschiedenis is ingegaan: de zelfverkleining, de tweespalt tussen de dichter en de echtgenoot, de morsigheid die de liefdesrelatie beheerst, ja zelfs het verlangen zich te ontdoen van de partner – dat alles is ook in De koers van de eeuw aanwezig. Maar ook die andere Ducal, die zich vanaf Toegedekt met een liedje manifesteerde en die helemaal zijn beslag kreeg in De buitendeur en Bewoond door iets groters, namelijk de dichter die de buitenwereld binnenliet en zijn engagement ook in zijn poëzie toonde, is in de nieuwe bundel te vinden.
 
De vluchtelingencrisis (het confronterende ‘Grootmoedig’ is een hoogtepunt in de bundel) of over een incident met een moslimvrouw op het strand van Nice bewegen Ducal bijvoorbeeld tot verzen. De titelcyclus vormt de brug tussen die geëngageerde poëzie en de meer intieme, op de eigen kleine leefwereld gerichte gedichten uit het eerste deel van de bundel. In een reeks van zes gedichten wordt beschreven hoe de individualistische moderne mens zich ontwikkeld heeft en zich verhoudt tot de samenleving. In het tweede deel van de bundel komen dan opnieuw een aantal dada’s van Ducal aan bod die weliswaar een impact hebben op het persoonlijke leven, maar ook ruimer maatschappelijk belang hebben zoals het verdwijnende geloof in God, het belang (of is het: de zinloosheid) van het schrijven en de eindigheid van het leven.
 
Dat alles giet Ducal in redelijk vormvaste gedichten, die vaak bestaan uit drie- of vierregelige strofen en samen wel eens een sonnet vormen (zij het vaak onherkenbaar omdat hij de strofen anders schikt of er een regel aan toevoegt om de vorm uit evenwicht te brengen). Die subtiele verstoring van de vaste vormen onderstreept, samen met het ritme dat hier en daar uit de pas loopt, dat het hier onder de oppervlakte altijd gaat over dingen die niet in de haak zijn. Assonantie is nog steeds de favoriete vorm van rijm van de dichter en niet zelden is de toon enigszins cynisch en krijgen veel gedichten een wrange pointe (met als hoogtepunt het slot van ‘De wachttoren’, een gedicht waarin de zinloosheid van het bestaan leidt tot een zeker nihilisme maar dat afsluit met  
 
‘Op zondagochtend komt soms de Wachttoren langs
 
en beurt ons op. Want misschien bestaat God.’
 
(met de slimme versbreking in het slotvers – het dertiende! – en het (bijna) binnenrijm). Besluit: De koers van de eeuw, dat is geen nieuwe Ducal, dat is vintage Ducal.  
 
Charles Ducal: De koers van de eeuw, Atlas/Contact, Amsterdam 2021 112 p. ISBN 9789025470562. Distributie VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri