Poëzie

BOEKEN NR. 7, SEPTEMBER 2021

Çağlar Köseoğlu: Nasleep

door Hamide Dogan

Na het lezen van het avant-gardistische lange prozagedicht N30 van Jeroen Mettes (1978-2006) was de dichter Çağlar Köseoğlu (1985) erg onder de indruk en dat is mild uitgedrukt. Hij raakte volgens eigen zeggen zelfs gedesoriënteerd door het bloedstollende ritme, de aanhoudende meerstemmigheid, de plotse wisselingen van registers en de talloze sociaal-politieke verwijzingen. Het lezen van N30 viel samen met zijn eigen politisering in Turkije. Hij woonde er tijdelijk en na zijn terugkeer naar Nederland vonden in 2013 de protesten rondom het Gezi-park plaats. Köseoğlu voelde Mettes werk sterk resoneren met wat er in Turkije plaatsvond.  

N30 was de codenaam van de antiglobalistische protesten in Seattle tijdens de onderhandelingen van de WTO. De betogers eisten een wereldwijde erkenning van eerlijke handel, vakbonden en milieuwetgeving. Wanneer je het werk van Jeroen Mettes wil lezen, moet je eerst je ideeën loslaten over wat poëzie is of zou moeten zijn. De zinnen sluiten niet op elkaar aan, ze vormen geen organisch geheel. Hetzelfde geldt voor het ambitieuze debuut van Çağlar Köseoğlu.  
 
In Nasleep onderzoekt Köseoğlu de nasleep van protesten rondom het Gezi-park in 2013 en laat de geglobaliseerde menigte spreken in een bombardement van taal. De meertaligheid (Nederlands, Engels, Turks, Arabisch) in het werk brengt het rumoer en de politieke energie van het plein tot leven en maakt tegelijkertijd de machteloosheid invoelbaar. Nasleep gaat over veel plekken binnen de politieke verordening die kapitalistisch is te noemen. Al in de eerste regels komt hij tot de kern:
 
‘de politie wordt weggejaagd uit Gezi Park door demonstranten die het overnemen
als een metafoor voor iets totaal anders en totaal onverschilligs
dus ik begon na te denken over totaliteit, over winkelen als een wereldsysteem.'

Het protest is de mond gesnoerd en het plein afgepakt. In Istanbul, waar door een neoliberale politiek de publieke ruimte massaal is opgeslokt ten bate van wolkenkrabbers en winkelcentra, valt zelfs het mens-zijn samen met de markt: ‘we zijn allemaal woontorens rondom Taksim, gebouwd voor speculatieve doeleinden en mooi.’
 
De locus in Nasleep is de stad waar de stedeling botst met de macht, de politiek, het patriarchaat. Te midden van het politieke geweld en het kapitaal ervaart de stedeling een claustrofobische drukte en raakt verbrokkeld. De zinnen in Nasleep bestaan uit losse entiteiten, ze sluiten niet altijd op elkaar aan, maar omdat ze nu eenmaal achter elkaar geplaatst worden, vormen ze toch een geheel, zoals ook iedere grote stad met veelstemmige, meertalige inwoners een geheel kan vormen. Köseoğlu probeert de taal los te breken en door de vermenging van talen de ruimte en reikwijdte van poëzie te verkennen.
 
In een interview voor MO*magazine zegt Köseoğlu: ‘Mijn dichtbundel gaat niet enkel over Gezi of Tahrir of Erdoğan. Deze poëzie gaat volgens mij over dingen die ons allemaal heel erg aanbelangen. De vraag die we ons moeten stellen is welke taal we toelaten, hoe we ons leven willen vormgeven, en waar we wel en niet energie aan willen besteden. We zitten met zijn allen in een tussenruimte, in een nasleep, omdat we niet weten wat de toekomst brengt.’ Nasleep gaat, net als N30 van Mettes, over de toekomst of de mogelijkheid van een toekomst. En over gemeenschap. De bundel eindigt met ‘Brief over ‘gemeenschap’,’ met een verwijzing naar Jeroen Mettes gemeenschap in de toekomst:  
 
‘We schrijven jullie vanuit IJsselmonde, waar we wonen tussen hoofdzakelijk witte en arme mensen. Gemeenschap is eigenlijk het laatste waar je hier aan moet denken. We zitten nu in de woonkamer en de muren komen op ons af. Officieel hebben we veel te doen, maar alles wat we ondernemen lijkt slechts onze crisis te bezegelen. Misschien komen we daarom steeds terug op gemeenschap, We herinneren ons wat ons in eerste instantie zo aantrok in dit idee. Het leek de versleten maar nog altijd dominante categorie ‘engagement’ af te kunnen lossen en hiermee een nieuwe constellatie van poëzie, politiek en verzet te introduceren. Maar op dit moment is daar jammer genoeg weinig van terechtgekomen. Sterker nog, het is alleen maar onduidelijker geworden wat het gedicht en Rishi Chandrikasing met elkaar te maken hebben. We lazen dit ergens, we weten niet meer waar. Het is in ieder geval moeilijk om onder deze omstandigheden te reflecteren op gemeenschap. ‘Waarom nu en waarom gemeenschap?’, vragen jullie. We weten het eerlijk gezegd niet. Wel weten we dat we niet sentimenteel of melancholisch willen klinken. De laatste tijd denken we vaak aan de communes, bezettingen en opstanden in Londen en Oakland in 2010-2011. Wat is onze collectieve politieke ervaring geweest? Volgens ons bestaat die niet. We beschouwen gemeenschap als iets dat nog moet plaatsvinden, als iets van de toekomst. De enige gemeenschap die het waard is om zo genoemd te worden, is de gemeenschap die nog niet bestaat.’
 
Köseoğlu toont zich ambitieus door taal in te zetten als een taal van politiek verzet, het gedicht als een politiek ruimte. De lezer wordt uitgenodigd om over het eigene heen te reiken en na te denken over een beeld van onze wereld. Er is geen sprake van gemakzuchtig engagement. De dichter probeert geen literaire trucs uit vanwege het principe van literatuur om de literatuur. Deze bundel is een oprechte, talige strijd tegen de machteloosheid van een bevlogen dichter die er tijdens de protesten op het plein niet bij heeft mogen zijn. Nasleep is een opgeheven vuist die je met overgave moet lezen, het liefst hardop, het liefst meerstemmig.
 
Köseoğlu, Çağlar: Nasleep, Het balanseer, Gent 2020, 38 p. 9789079202744. Distributie EPO

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri