Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

Toon Van Mierlo: De aanpassingen en andere anekdotes

door Henk van Viegen

Toon Van Mierlo is bezig aan een heuse versnelling. Zijn debuut, Het geluk van jonge vaders, verscheen in 2006 (Luisterpunt), Een paar is twee in 2016 bij Vrijdag en nu is er zijn derde roman. Het was ook een advies van een recensent in de Standaard der Letteren, lezen we op het achterplat: ‘Van Mierlo moet gewoon wat vaker publiceren’.

Roman drie is totaal anders van sfeer en taal dan de vorige, die sterk leunt op humor en snelle dialogen in familiesferen. Deze keer overheersen zwaarte en monologen. Je vindt wel wat lichtheid en een paar gesprekken in het eerste deel van dit nieuwe boek. Dat speelt rond deze tijd. De twee hoofdpersonen, Casper en Octavia, zijn dan zes, bijna zeven. Om en om ik-vertellen ze over wat ze meemaken met respectievelijk zijn beste vriendje en haar tweelingbroertje Kas. Kas verongelukt op de dag dat hij moest opdraven om samen met Casper weg te lopen van huis om kindsoldaat in Afrika te worden. Kas wordt begraven, Casper komt na enige tijd terug op school. Nadat hij Kas heeft aangereden zien worden, is hij meegegaan naar Italië met een oudere man. Maar alleen de lezer kent deze feiten.

Ruim 60 jaar later, in 2081, het wordt ook nog 2082, zijn Casper en Octavia min of meer een duo. De wereld is door verschillende rampen gegaan. Als afgedane witte mens zonder kind(eren) mogen ze in een soort capsules, met ook een ‘gemene ruimte’, het water op, zonder recht op terugkeer. Volledig verzorgd, zelfs verwend met en door ultramoderne snufjes. Casper wilde graag met O een duo vormen, Olivia is uiteindelijk nieuwsgierig genoeg om dat toe te staan, ze heeft immers nog een brandende vraag. Voordat de aarde door de stormen, het water en de veranderde machtsverhoudingen totaal veranderde, hebben Casper en Octavia nog een paar keer een date gehad. Toen vond Octavia de man van haar leven: Fred. Als hun kind Brandy overlijdt door een ongeluk, eindigt die relatie vrij snel (wie heeft de meeste schuld?). Casper blijkt hun levens altijd nauw gevolgd te hebben, hij papt ook aan met Fred en zoekt Kenny op, de automobilist die zegt het kind overreden te hebben. Uiteindelijk, stapje voor stapje, komt de gruwelijke waarheid op tafel.

Het belangrijkste van het boek is de oplossing van de twee grote vragen/ongelukken, die ook gesitueerd had kunnen worden in bijvoorbeeld de jaren 2040. Maar goed, Van Mierlo koos voor een later tijdstip, zodat de personages wat meer kunnen terugkijken. Zonder dat ze dat overigens echt doen, ze blijven bij de belangrijkste periode: die van het ongeluk van het kind van Octavia, en kort daarna. Kennelijk wilde Van Mierlo ook graag wat kwijt over de eigen tijd, in de vorm van de latere ellende in de soort maatschappij die nu al enigszins zichtbaar is. Kort motiveert hij dit door Octavia te laten vertellen dat de stormen haar eigenlijk gered hebben: ‘om eerlijk te zijn, ze hebben me gewekt, ik vraag me af of ik in de oude wereld ooit nog tot leven zou zijn gekomen.’ Maar over de tijd tot haar 70ste  lezen we verder nauwelijks iets.

We krijgen wel de geëigende elementen van de dystopie, zoals daar zijn: de stormen, de regens, de enorme waterstijging, het uiterst precieze staatstoezicht, digitaal bestaan en individueel genot op bestelling. Hij voegt er het originele gegeven van de capsule aan toe en vooral de overduidelijke teloorgang van de suprematie van de witte mens, waar we anno 2021 al de tekenen van zien.

Die dystopische elementen kunnen niet verhullen dat hier eigenlijk sprake is van een tamelijk bekend, zeer plotgericht opentrekken van geheimen. Waarbij we er, iets te langzaam, achter komen hoe ‘het’ zit, en wie de grootste schuld draagt. Daarbij moet de verteller twee keer in het hoofd kruipen van een ander personage dan Casper of Octavia.

Dat laatste doet Van Mierlo op zich best knap. Hij vertelt hetzelfde verhaal (de dood van Brandy) fraai verschillend door de bril van Kenny en daarna door die van een ander. Ook Fred mag even als ik-verteller opdraven, waarbij de lezer gedwongen wordt de blik op het karakter van de schurk (zullen we dan maar zeggen) eens te heroverwegen. Maar de verklaringen omtrent het gedrag, de motiveringen ervan, zijn bijna allemaal erg ongeloofwaardig. Ik kan daar niks over meedelen, door die plotgerichtheid.

De toekomstscènes in de jaren 2081 en 2082 worden tamelijk houterig gepresenteerd. Ze wekken de indruk live verteld te worden, Casper en Octavia spreken elkaar ook daadwerkelijk en ze gaan met elkaar naar bed, maar geen enkele dialoog, hoor. Het zijn vrij lange, enigszins onnatuurlijke monologen gericht aan de ander, de ‘je’. In deze monologen wordt ook informatie over de stand van zaken in die en de voorafgaande jaren verstrekt, die de ‘toehoorder’ zelf uiteraard al lang kent. Ook krijg je van die kromme situaties als deze: ‘Kom, geef me je hand. Ah, fuck! Ze dienen me schokken toe. Ik doe toch niets verkeerd?’

Er is wel sprake van een mooie, multi-interpretabele titel met dat lekker laconieke tweede deel ervan. En een geestig en even laconiek motto: ‘Ever since the world ended, / I don’t get out as much’ (Mose Allison).

De titels van de (zes) delen zijn niet zo mooi als die van het vorige boek, en vooral niet zo geestig. Twee springen er, nieuwsgierig makend, uit, precies die van de stukken vanuit Kenny en Fred, respectievelijk: 3 Is er iets wat jij wel kan, Van Arimethea? En 5 Start de vertoning.

Wat ‘we’ vooral ook hebben is een wonderschoon, en slim verteld eerste deel van zo’n 60 pagina’s, met prachtige kinderstemmen, mooi van karakter verschillend en elkaar qua verhaal aanvullend, zonder dat alles weggegeven wordt. In het tweede deel lukt het naar mijn idee niet om die twee op hun oude dag opnieuw zo treffend aan het spreken te krijgen.

Toon Van Mierlo: De aanpassingen, Vrijdag, Antwerpen, 2021, 222 p. ISBN 9789464340549

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

De blauwe schuit

Shūgorō Yamamoto

Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje

Ogentroost

A.H.J. Dautzenberg

Voor wie de tijd verstrijkt

Miriam Van hee

Weerspiegeld in een waterglas

Annette Portegies

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

Achter de bomen stond een leeuw

Daan Remmerts de Vries

De Pinguïnsint en andere dierenklazen

Edward van de Vendel, Saskia Halfmouw (ill.)

Het levende hoofd

Els Pelgrom, Sylvia Weve (ill.)

Ik ben hier!

Joke van Leeuwen

Wolvenweer

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri