Poëzie

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2022

Astrid Arns, Jana Arns: In welke vrouw ik leef

door Dirk De Geest

Dat twee dichters een poëtische dialoog aangaan, is niet zo uitzonderlijk, maar een intense samenwerking tussen moeder en dochter is dat wel. Astrid en Jana Arns hebben afzonderlijk al opgemerkte bundels op hun actief waarin ze hun eigen bestaanssituatie nogal ongenadig fileren, maar hier schrijven ze doelbewust samen aan een collectieve bundel. Enkel het gebruikte lettertype (cursief voor de teksten van moeder Astrid, romein voor die van dochter Jana) maakt duidelijk wie voor welk gedicht verantwoordelijk is. Tussendoor staan fragmenten afgedrukt van de e-mailcorrespondentie tussen beiden tijdens het schrijven aan de bundel.
 
Zoals de titel van de bundel aangeeft, gaat het in deze gedichten vooral om de vrouwelijke identiteit. Die wordt hier, met het eigen bestaan als vertrekpunt, vrij algemeen behandeld waardoor deze gedichten zowel individuele lezers emotioneel en existentieel aanspreken als algemene inzichten trachten te formuleren. Centraal staat in ieder geval de kwetsbaarheid van het bestaan. De mens is een momentopname in de geschiedenis van generaties: grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen vormen de schakels in een ruimere evolutie. Vooral de gedichten van Astrid Arns presenteren een groot aantal portretten van mensen die haar zijn voorgegaan in de dood, terwijl zij ook de herinneringen aan het jonge kind (en haar eigen jeugd) meermaals als materiaal voor haar gedichten gebruikt. Geen enkel van die relaties is vanzelfsprekend maar net daardoor hebben ze de identiteit van de vrouw op intense wijze mee gevormd. Bij Jana spelen dezelfde thema’s mee, maar daarbij komt haar eigen lichamelijke en geestelijke kwetsbaarheid, met gedichten waarin de neurochirurgie wordt opgeroepen. De tumor roept onvermijdelijk de vraag op naar een mogelijke erfelijke bestemming, een soort van ultieme belasting die moeder en dochter delen en hun al broze relatie nog extra bezwaart. Omgekeerd valt op hoe mannen – bijvoorbeeld vaders en medici – in deze gedichten ronduit negatief worden voorgesteld. De titel van de bundel, In welke vrouw ik leef, kan zo gelezen worden op diverse manieren: als een soort van ontdubbeling van het ik, maar ook als het voortbestaan van het verleden in het heden.
 
Hoe dan ook laat deze bundel zien hoezeer de identiteit van mensen, de etiketten waarmee wij ons identificeren of waarmee wij geïdentificeerd (willen) worden, allerminst een vanzelfsprekendheid is of een statisch gegeven. Wat wij hebben meegemaakt, vormt ons mee tot wie wij zijn, maar die voorbestemming is slechts één element in een rijk en complex bestaan. In die zin zijn deze gedichten, gesteld in een klassiek en beeldrijk taalgebruik, een soort van spiegelpaleis maar ook een uitnodiging tot verdere reflectie en loutering.  
 
Astrid Arns, Jana Arns: In welke vrouw ik leef, P, Leuven 2021, 71 p. ISBN 9789493138391

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

De blauwe schuit

Shūgorō Yamamoto

Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje

Ogentroost

A.H.J. Dautzenberg

Voor wie de tijd verstrijkt

Miriam Van hee

Weerspiegeld in een waterglas

Annette Portegies

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

Achter de bomen stond een leeuw

Daan Remmerts de Vries

De Pinguïnsint en andere dierenklazen

Edward van de Vendel, Saskia Halfmouw (ill.)

Het levende hoofd

Els Pelgrom, Sylvia Weve (ill.)

Ik ben hier!

Joke van Leeuwen

Wolvenweer

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri