Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2022

Alicja Gescinska: Apate spreekt

door Jooris van Hulle

Alicja Gescinska schreef in 2020 in het kader van de maand van de filosofie het essay Kinderen van Apate; Apate spreekt is de theaterbewerking ervan. Volgens de Griekse mythe bracht Apate, nadat ze was ontsnapt uit de doos van Pandora, misleiding en bedrog in de wereld. In de monoloog spreekt Apate ons toe. Ze formuleert haar bedenkingen vaak als vragen, die ons op een directe manier betrekken bij het gebeuren op de scène. Af en toe ook wordt via tussenwerpsels als ‘kijk’, ‘weet je’… de filosofische benadering  – want daar is het de auteur in de eerste plaats om te doen – bijna letterlijk ‘geactiveerd’. Deze aanpak scherpt de nieuwsgierigheid van de lezer aan en kan alleszins inspireren om een voorstelling van de monoloog (ik lees dat die er onder meer komt op het TAZ-festival komende zomer in Oostende) te gaan bijwonen. En dat tijdens die voorstelling af en toe stiltemomenten ingelast zullen worden om de ideeën ook écht te laten doordringen, ligt voor de hand.  

Van bij de aanvang van haar uiteenzetting kiest Apate duidelijk voor de filosofische invalshoek: ‘Zolang de mens niet beseft hoe weinig hij weet, kan er van voortschrijdend inzicht geen sprake zijn. […] de meest fundamentele aspecten van het bestaan, jullie eigen existentie zelf, het is allemaal in een dichte mist van onwetendheid gehuld.’ En als Apate het wat verder over de filosofen heeft, weet Gescinska bij monde van haar personage ook echt te relativeren: ‘O, ik heb een moeizame haat-liefdeverhouding met dat bijzondere gebroed. […] Mocht ik als mens op aarde mijn dagen moeten slijten, dan wilde ik het liefst van alles als filosofe door het leven gaan. Hoe heerlijk tragisch is hun zoektocht naar wijsheid. Wat een louterende kracht gaat er niet uit van dat vergeefse streven van het verstand.’ En nog: ‘Zo is het ook met filosofen: ze spenderen hun hele leven in een ideeëncarrousel.’
 
In haar alleenspraak legt Apate de kern van het gedachtegoed dat ook al aan bod kwam in Kinderen van Apate bloot: ingaand tegen de tirannie van de waarheid – een situatie die onder meer zwaar zou wegen op het sociale verkeer tussen mensen – vraagt zij nadrukkelijk ‘waardering voor de intrinsieke betekenis én schoonheid van wat mijn geliefde werktuig van het goede is: de leugen.’ Vaak – zo redeneert Apate verder – wordt gedacht dat de leugen het tegendeel is van waarheid en dat beiden elkaar uitsluiten.
 
Met een voorbeeld uit Le Mur van Sartre laat Apate verstaan dat iemand die liegt ook de waarheid kan vertellen: het verhaal speelt zich af tijdens de Spaanse Burgeroorlog in de jaren dertig. Een terdoodveroordeelde kan aan zijn executie ontsnappen wanneer hij zijn bewakers het adres verklapt van zijn vriend die nog altijd gezocht wordt. De man geeft als adres het kerkhof op, waar – zoals hij zelf weet – zijn vriend zich zeker niet verborgen houdt. Maar dan blijkt dat juist op dat moment zijn vriend, na een ruzie met de neef bij wie hij zich schuilhield, naar het kerkhof was getrokken. Liegend heeft hij dus de waarheid gesproken.
 
Op die manier komt Apate tot de essentie van haar overtuiging: de leugen is niet het tegendeel van waarheid (de terdoodveroordeelde loog, maar sprak de waarheid), de leugen is ‘het tegendeel van waarachtigheid. [… Om te liegen moet er een intentie zijn om te misleiden. Om te liegen moet je een onwaarachtige houding aannemen: je moet zelf denken dat wat je zegt niet juist is.’
 
Verder doordenkend – de filosofe aan het werk! – buigt Apate haar denkoefening om naar die domeinen waar de ‘leugen’, de fictie, zin-gevend en betekenis-dragend kan zijn: ‘Alles wat werkelijk van waarde is, ligt voorbij het domein van pure waarheid en wetenschap.’ De liefde onder meer, en ook de kunst (‘Kunst is geen waarheidszoeken; kunst is zingeving’)
 
De monoloog van Apate is behoedzaam opgebouwd, in die zin dat de gedachten die erin aan bod komen, telkens weer in elkaar haken en een vorm van logische vooruitgang impliceren. Dat Apate in de slotalinea nog eens alles op de helling zet, zal dan wel de vertwijfeling doen toenemen: ‘Aangezien ik het ben, Apate, godin van de misleiding, is dit de waarde van mijn woorden: niets van wat ik zeg en heb gezegd moet voor waar aangenomen worden, ook deze woorden niet.’
 
Je kunt het je voorstellen: ongemakkelijk op hun stoelen schuivende toeschouwers, die misschien nog met meer vragen dan voorheen de weg van de … waarheid (?) zullen zoeken.
 
Alicja Gescinska: Apate spreekt, De Bezige Bij, Amsterdam 2022, 64 p. ISBN 9789403171517. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri