Iedereen dacht dat zij het eerst zou
gaan, vanwege haar zwakke gezondheid. Ze had bij zowat alle dagelijkse
handelingen hulp nodig, die haar man, Louis, haar ook liefdevol bood. Van
thuishulp wilde hij niet weten, hij zou haar zelf ‘blijven doen’ tot het einde.
Met dat einde hield hij wel degelijk rekening, hij was van plan er wat vaker op
uit trekken als zij er niet meer was, had zelfs al naar een tweedehands
campertje gegoogeld. Hij vertelde haar dat zodat ze niet bang zou zijn dat hij
zou zitten verpieteren als ze er straks niet meer was. Maar dan lag Louis plots
op het tuinpad, de ambulance kwam te laat. ‘En nu is hij as, een blauw metallic
emmertje vol.’
Ze staan bij de strooiweide, Ida, haar zoon Tobias
en zijn zwangere vrouw, Nadine, om Louis uit te strooien. Iedereen is bijzonder
attent voor haar bij dit grote verlies en Ida probeert niet geïrriteerd te
reageren op hun bezorgde vragen, maar haar gedachten zijn elders. Hoe lang een oud
graf bewaard blijft, wil ze van het ‘uitstrooimeisje’ weten. Een graf van 1963
bijvoorbeeld, zou dat er nog zijn? En dat voert ons terug in de tijd, toen Ida
en tiener was en ze Otto ontmoette. Otto is getrouwd en hun relatie moet dus
geheim blijven. Ze spreken af voor wandelingen langs de Waal, gaan ‘s nachts
nachtvlinders spotten (Otto is vlinderteller), boeken een kamer in een
hotelletje… De wereld openbaart zich in al haar wonderlijke schoonheid en ‘wat
nog niet mooi was, werd het vanzelf zodra wij stilstonden om ernaar te kijken.’
En dan
blijkt dat Ida zwanger is. Otto wil ‘helpen’ met een abortus, Ida twijfelt.
‘Ons kindje’, denkt ze, maar voor Otto is het ‘haar’ kindje. Hij denkt er niet
aan zijn vrouw te verlaten. Als haar baas erachter komt, wordt ze ontslagen. De
pastoor adviseert om het kind af te staan en als ze dat niet wil, sturen haar
ouders haar weg. Ze willen immers het beste voor haar, er is geen andere keus,
de schande is te groot om in huis te houden. Ida staat op straat, Otto helpt zo
nu en dan met wat geld en een adresje waar ze onderdak vindt, van thuis hoort
ze niets meer. Ida zakt almaar verder af in een ronduit deplorabele situatie.
Het kindje wordt dood geboren en dan mag ze weer thuiskomen. Over het gebeurde
wordt in alle talen gezwegen, want, zegt moeder, ‘we houden het gezellig’.
Jaap
Robben wisselt heel adequaat de scènes over de jonge Ida (‘Ietje’ voor Otto,
Elfrieda voor haar ouders) af met korte episodes over Ida als bejaarde,
hulpbehoevende vrouw. Schemerleven is een krachtige roman, onder meer
door de manier waarop Robben in alle eenvoud het onverwerkte trauma uit
haar jeugd in Ida’s latere leven laat doorsijpelen. In de eerste zin al, Louis
is net brutaal uit haar leven gerukt: ‘Het lukt me niet goed om aan iets anders
te denken. Steeds zie ik de witte voeten van Louis voor me. Hoe ze onder de
foliedeken uitsteken.’ Net zoals de twee voetjes toen, het enige wat ze ooit
van haar doodgeboren baby heeft gezien, een beeld dat nooit meer van haar netvlies
verdween. ‘Twee voetjes [die] troost zochten bij elkaar […] altijd, altijd
bleven er die twee voetjes’.
De uitstrooiscène, in de eenvoudigst mogelijke
woorden en handelingen gesteld, blijft aan je kleven: de nietigheid van het
pragmatisch opgevatte ceremonieel in het licht van het verlies van een leven
vol liefde. ‘Verpoederd en verpulverd. Klaar om weg te waaien.’ Robben zoomt in
op kleine, dagelijkse voorvalletjes, die op zich onopvallend, maar beetje bij
beetje bijdragen aan het beeld van Ida’s opgesloten verdriet. Haar kribbigheid
tegenover haar gezin, haar onderdrukte irritatie waar het de zwangere Nadine
betreft, de woeste uitval naar een zorgkundige in het tehuis… Het quasi monter
vermijden om over haar pijn te praten: ‘En vertel eens, hoe is het op je werk?’
Robben is
een sensitieve, sobere stilist, hij heeft geen nood aan ronkende zinnen maar
zijn ingehouden proza beklijft. Hij past ervoor op om Ida’s (misschien wel wat
al te kranige) zoektocht naar Otto en een spoor van haar verdwenen kind al te
welwillend af te ronden. De confrontatie met Otto’s zwakheid is na al die jaren
mogelijk nog pijnlijker dan voorheen. De notitie in het kerkregister van hun
overleden kindje getuigt dan weer van zijn liefde, die er toch echt is geweest.
Die dubbelheid in de mens heeft Robben zeer raak gevat.
Jaap Robben: Schemerleven, De Geus, Breda
2022, 310 p. ISBN 9789044546194. Distributie
L&M Books
deze pagina printen of opslaan