Poëzie

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

Ramsey Nasr: Nasr Compacter

door Carl De Strycker

In 2009 bracht Ramsey Nasr in Tussen lelie en waterstofbom (De Bezige Bij) de drie dichtbundels samen die hij tot dan toe geschreven had: 27 gedichten en Geen lied (2000), Onhandig bloesemend (2004) en de Antwerpse stadsgedichten uit Onze-lieve-vrouwe-zeppelin (2004), samen goed voor 304 pagina’s poëzie. Meer dan een decennium later verschijnt nu met Nasr Compacter een boek van precies dezelfde omvang, hoewel in de tussentijd nog Mi have een droom (De Bezige Bij 2013) verscheen, een bundel van net geen 300 bladzijden met Nasrs verzen die hij als Dichter des Vaderlands schreef. Aan de vooravond van de Poëzieweek 2022, waarvoor Nasr het Poëzieweekgeschenk schrijft, bevat deze zelfbloemlezing de hoogtepunten uit zijn poëtische oeuvre. De auteur heeft geselecteerd en presenteert de gedichten niet langer in chronologische volgorde. In de korte verantwoording voorin schrijft hij: ‘Ik ben daarbij vooral thematisch en intuïtief te werk gegaan’.  

Eigenlijk is Nasrs poëzie zelden compact. Ze is nooit ondoordringbaar of hermetisch en beknoptheid is eigenlijk ook geen kenmerkende eigenschap. Van veel van Nasrs gedichten valt op dat ze lang en verhalend zijn, een personage als sprekend ik bevatten en zich erg goed lenen tot voordracht. Het zijn vaak een soort theaterteksten die als dusdanig ook door Nasr opgevoerd zijn. Het lange gedicht ‘Geen lied’ was zijn afstudeervoorstelling aan de Studio Herman Teirlinck, tijdens een theatertournee bracht hij de monoloog uit het Sjostakovitsj-gedicht ‘wintersonate (zonder piano en viool)’ en het gedicht dat hij schreef naar aanleiding van de opening van de Permeke-bibliotheek in Antwerpen, ‘achter een vierkante vitrine’, of ‘mi have een droom’, een gedicht in een Nederlands van de toekomst, performde hij zelf overtuigend. Die dubbele inzetbaarheid van veel van zijn verzen, als gedicht en als speeltekst, maakt dat Nasrs poëzie tegelijk retorisch briljant is en toch helder en meteen begrijpbaar.
 
Wie dit jaar zijn essay De fundamenten las, leerde Nasr kennen als maatschappelijk betrokken auteur, maar wie zijn poëzie volgt, wist al langer dat hij een geëngageerd schrijver is. Vast hebben de functies als Stadsdichter van Antwerpen en Nederlands Dichter des Vaderlands daartoe bijgedragen, want de gedichten uit de eerste twee bundels zijn eerder op de kunst dan op de wereld gericht. ‘Geen lied’ is een hervertelling van de Orpheusmythe, de reeks ‘dichter liefde’ een adaptatie van de liederencyclus Dichterliebe van Robert Schumann vermengd met het dramatische verhaal van de bekendste uitvoerder van die muziek, Fritz Wunderlich. Later komt er meer buitenwereld in zijn poëzie binnen en zal hij veelvuldig een stem geven aan wie niet gehoord wordt. Het drieledige gedicht ‘stadsplant’ neemt de angst van de Antwerpenaar voor vreemde invloeden als uitgangspunt voor een gedicht waarin voor nieuwe perspectieven op de stad en voor verbinding wordt gepleit; ‘Mijn nieuwe vaderland’ is een parodie op het Nederlandse volkslied waarin de bekrompenheid van de Nederlanders op de korrel wordt genomen en ‘Wat ons rest’ een pijnlijke analyse van de financiële crisis.
 
Daarbij blijft Nasr overigens verwijzen naar klassieke muziek, Nederlandse literatuur en geschiedenis: ‘een vierkante vitrine’, dat ingaat op de angst voor verandering van de Antwerpenaars, is doorspekt met referenties aan de beroemdste Vlaamse poëzie; ‘wintersonate’ is geknipt uit het dagboek van Dmitri Sjostakovitsj en ‘Het hemelse leven’, dat gaat over de positie van de joden ten tijde van het naziregime in het Concertgebouworkest bevat anekdotes uit de levensbeschrijvingen van Gustav Mahler en Willem Mengelberg. Daarmee is ook iets gezegd over Nasrs techniek: hij citeert, alludeert, adapteert en parodieert, en hij put uit biografieën, geschiedenisboeken en de actualiteit.
 
Het samenspel van de vorm, de inhoud en de techniek zorgen ervoor dat Nasrs poëzie heel anders is dan de typisch ik-betrokken lyriek waarmee het genre vaak geassocieerd wordt (en die velen vandaag ook opnieuw bedrijven). Het maakt van hem een in de Nederlandse literatuur uniek dichter. Dankzij Nasr Compacter kunnen we ons daar opnieuw ten volle rekenschap van geven.  
 
Ramsey Nasr: Nasr compacter. Een keuze uit de gedichten van Ramsey Nasr, De Bezige Bij, Amsterdam 2021, 304 p. ISBN 9789403158518. Distributie Standaard Uitgeverij
 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2022

De Amerikaanse bril

Robert Menasse

De huzaar op het dak

Jean Giono

Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie

Mark Elchardus

Trojaanse gedachten

Alicja Gescinska

Vrienden van de poëzie. Verhalen

Guido van Heulendonk

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2022

Arsène Lupin, gentleman-inbreker

Maurice Leblanc, Vincent Mallié (ill.)

Eén enkele seconde

Rébecca Dautremer

Iets heel bijzonders

Susin Nielsen

Rekenen voor je leven

Edward van de Vendel & Ionica Smeets, Floor de Goede (ill.)

Toen Jonas in de walvis zat

Maria van Donkelaar, Sylvia Weve (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri