Poëzie

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

Peter Holvoet-Hanssen, Noëlla Elpers (ill.): Roodvos

door Marc Bruynseraede

De vos Reynaert houdt niet op onze literatuur en onze geesten door de tijden heen bezig te houden. Als het niet in de schoolboeken of in de literatuurgeschiedenis is, dan vinden we de vos wel terug in een Suske en Wiske album nr 257 : De Rebelse Reinaert of in het recente en geleerde boek met bijbehorende tentoonstelling van Frits Van Oostrom De Reynaert. Leven met een middeleeuws meesterwerk. Aan de universiteit van Antwerpen heeft men intussen, bij monde van Marc Legendre en René Broens, uitgevogeld dat Reinaert de Vos eigenlijk een kwaadaardige psychopaat was. En recent nog zette ook Tom Lanoye zijn ReinAard op papier, die niet bepaald uitblinkt in deugdzaamheid maar grijpt naar de Vlaamse roots in de onderbuik van het verhaal, onder de gordel.
 
Peter Holvoet-Hanssen is door het thema van de listige Reynaert al sinds vele jaren gefascineerd. Dat liet hij merken in zijn vroegere dichtbundels Strombolicchio (1998), Dwangbuis van Houdini (1998), Santander (2001) en nog enkele andere literaire creaties.
 
Het idee om Roodvos samen te stellen, wordt achterin de bundel, bij de inhoudstafel, toegelicht. Daar staat: ‘34 vosgedichten n.a.v. 34 jaar samenwerking Peter Holvoet-Hanssen & Noëlla Elpers (Het Kapersnest)’. Het is dus een uitgave van het echtpaar Peter, de schrijver en Noëlla, de tekenares, in een innige symbiose van woord en beeld. Het resultaat is een fraai geïllustreerde bundel, waarin vroegere vossenpoëzie gebloemleesd wordt en waarin een twaalftal nieuwe vossengedichten aangeboden worden. De daarin tentoon gespreide poëzie laat zien hoe de dichter zich als een ‘Fox on the run’ in zijn rol verdiept heeft tot een dromerige, filosofische vos die zich ongemakkelijk voelt in zijn rol van jager.
 
Vooraan in de bundel geeft echt- en deelgenote Noëlla Elpers in een handgeschreven voorwoord enige toelichting bij het voornemen van de bundel: ‘De gedichten gaan over een voor zijn nest vechtende, almaar vermoeidere troubadour met vossenstreken en over zijn ouder wordende muze met pennenstreken. […] In deze chronologische vossenbundel tracht een ontdekkingsreiziger, die zijn alter ego’s heeft afgeschud, mens te worden. Van kleins af aan werd hij als buitenstaander beschouwd, ook in de poëzie.’
 
De dichter en zijn echtgenote voelen zich niet thuis in het rijk van koning Nobel. Het speelveld wordt hier ingenomen door machthebbers en conformisten. De dichter dient zich als een listige en ietwat onvoorspelbare vos met melancholische tederheid te wijden aan zijn vrijgevochten kapersnestenpoëzie. Een fragment uit: ‘Fox on the run 2024’ laat zien hoe de vervreemding zich manifesteert in zijn verzen:
 
‘[…]
eindelijk was ik, bevrijd van metrumdwang, buiten
de stad – ik hoorde nog ‘opgelet, de eiken rukken op’
ik kroop onder een heksensteen, dieper
dan druïdegrotten; toen ik weer boven kwam
uit de schoot van een per ongeluk gespaarde boomnimf
hoorde ik zwaluwen telefoneren op een draad uit 1932
‘Afrika, uitgehongerde vluchtelingen hebben hier geen
nieuwswaarde maar wij vliegen morgen naar je toe’
ik rook zuurstof en kon net op tijd een 4x4 ontwijken
die opgelucht uit een fietsstraat volle gas gaf
richting oprukkende bebouwing en ik vervloekte
de padelspeler aan het stuur met een merlijnse
boomgaardformule ooit opgevangen door een ver
familielid dat Roodzwaard werd genoemd, nazaat van
een vos uit Glastonbury die het spoor had gevolgd
van Gwgawn tot aan John Cooper Powys maar het
spoor bijster was van Gwyn, zoon van Nudd, rivaal
van Gwythyr, tuk op Creiddylad, dochter van Ludd’
 
Het poëtisch universum van Peter Holvoet-Hanssen is bevolkt met vreemde wezens en ongehoorde landschappen van verwachting en verbeelding. Lezend word je meegenomen naar toverformules, die oplichten als sterren aan de hemel:
 
‘De vallende sterren van Giacobini
 
schilder een koperen hemel
neem je tijd
zoals Rastaban de ster
in een glinsterende kandelaar
 
de mens is een bagagerek
wees Pulcinella en Pulchinello tegelijk
‘sis, regen op vuur!’
ruik nachtrook in een zwarte kraag
zo en nu nog
waterloze wolken
verlaat onnatuurlijke eigendommen en treed uit jezelf
vanuit een grotere vrede
dan een vrede
hopelijk ooit in jezelf ontwaard
kom dan binnen
binnen in dit gedicht
je bent zelf een gedicht en het leven is een opera
 
de opera is al bezig, doe je pelsje uit – het gebouw is een lichaam, de sfeer van verwachting hoe zal het leven mij vergaan – haal ik de pauze terwijl de egels verdwijnen – […]
 
speel tot de laatste penseelstreek maar eerst geven we je een naam, vosje het wordt Johanna of Mo of zo
nee nee – iedereen zegt ‘of zo’
kijk goed rond
verschroeide aarde  
lage nevel sluipt over de akkers, over de weilanden
de velden als stervende moeders
 
dat wordt de eerste versregel
 
ginds een notelaar in het puin, zie je
kauwen roesten in de kruin
 
kijk hier vannacht
omhoog
daar vallen ze
 
de kleine gedichten’
 
De poëtische wereld van PHH is bevolkt door een rijkdom aan onontdekte schoonheden: een imaginair decor van taferelen die soms van kinderlijk-naïeve verbeelding en een speels-schalkse natuur getuigen. De lezer van Roodvos wordt op zijn wenken bediend.
 
Peter Holvoet-Hanssen, Noëlla Elpers: Roodvos, Pelckmans, Kalmthout 2025, 102 p. : ill. ISBN
9789463838078

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri