De vos Reynaert houdt
niet op onze literatuur en onze geesten door de tijden heen bezig te houden.
Als het niet in de schoolboeken of in de literatuurgeschiedenis is, dan vinden
we de vos wel terug in een Suske en Wiske album nr 257 : De Rebelse Reinaert
of in het recente en geleerde boek met bijbehorende tentoonstelling van
Frits Van Oostrom De Reynaert. Leven met
een middeleeuws meesterwerk. Aan de universiteit van Antwerpen heeft men intussen, bij monde van Marc
Legendre en René Broens, uitgevogeld dat Reinaert de Vos eigenlijk een
kwaadaardige psychopaat was. En recent nog zette ook Tom Lanoye zijn ReinAard op papier, die
niet bepaald uitblinkt in deugdzaamheid maar grijpt naar de Vlaamse roots in de
onderbuik van het verhaal, onder de gordel.
Peter
Holvoet-Hanssen is door het thema van de listige Reynaert al sinds vele jaren
gefascineerd. Dat liet hij merken in zijn vroegere dichtbundels Strombolicchio
(1998), Dwangbuis van Houdini (1998), Santander (2001) en nog enkele andere
literaire creaties.
Het idee om Roodvos samen te stellen, wordt achterin de bundel,
bij de inhoudstafel, toegelicht. Daar staat: ‘34 vosgedichten n.a.v. 34 jaar
samenwerking Peter Holvoet-Hanssen & Noëlla Elpers (Het Kapersnest)’. Het
is dus een uitgave van het echtpaar Peter, de schrijver en Noëlla, de
tekenares, in een innige symbiose van woord en beeld. Het resultaat is een
fraai geïllustreerde bundel, waarin vroegere vossenpoëzie gebloemleesd wordt en
waarin een twaalftal nieuwe vossengedichten aangeboden worden. De daarin
tentoon gespreide poëzie laat zien hoe de dichter zich als een ‘Fox on the
run’ in zijn rol verdiept heeft tot een dromerige, filosofische vos die
zich ongemakkelijk voelt in zijn rol van jager.
Vooraan in de bundel geeft echt-
en deelgenote Noëlla Elpers in een handgeschreven voorwoord enige toelichting
bij het voornemen van de bundel: ‘De gedichten gaan over een voor zijn nest
vechtende, almaar vermoeidere troubadour met vossenstreken en over zijn ouder
wordende muze met pennenstreken. […] In deze chronologische vossenbundel tracht
een ontdekkingsreiziger, die zijn alter ego’s heeft afgeschud, mens te worden.
Van kleins af aan werd hij als buitenstaander beschouwd, ook in de poëzie.’
De dichter
en zijn echtgenote voelen zich niet thuis in het rijk van koning Nobel. Het
speelveld wordt hier ingenomen door machthebbers en conformisten. De dichter
dient zich als een listige en ietwat onvoorspelbare vos met melancholische
tederheid te wijden aan zijn vrijgevochten kapersnestenpoëzie. Een fragment
uit: ‘Fox on the run 2024’ laat zien hoe de vervreemding zich manifesteert in
zijn verzen:
‘[…]
eindelijk was ik, bevrijd van metrumdwang, buiten
de
stad – ik hoorde nog ‘opgelet, de eiken rukken op’
ik kroop onder
een heksensteen, dieper
dan druïdegrotten; toen ik weer boven kwam
uit de schoot van een per ongeluk gespaarde boomnimf
hoorde
ik zwaluwen telefoneren op een draad uit 1932
‘Afrika,
uitgehongerde vluchtelingen hebben hier geen
nieuwswaarde maar wij
vliegen morgen naar je toe’
ik rook zuurstof en kon net op tijd
een 4x4 ontwijken
die opgelucht uit een fietsstraat volle gas gaf
richting oprukkende bebouwing en ik vervloekte
de
padelspeler aan het stuur met een merlijnse
boomgaardformule ooit
opgevangen door een ver
familielid dat Roodzwaard werd genoemd,
nazaat van
een vos uit Glastonbury die het spoor had gevolgd
van Gwgawn tot aan John Cooper Powys maar het
spoor
bijster was van Gwyn, zoon van Nudd, rivaal
van Gwythyr, tuk op
Creiddylad, dochter van Ludd’
Het poëtisch universum van Peter Holvoet-Hanssen is bevolkt
met vreemde wezens en ongehoorde landschappen van verwachting en verbeelding.
Lezend word je meegenomen naar toverformules, die oplichten als sterren aan de
hemel:
‘De
vallende sterren van Giacobini
schilder een koperen hemel
neem je tijd
zoals Rastaban de ster
in een glinsterende kandelaar
de mens is een
bagagerek
wees Pulcinella en Pulchinello tegelijk
‘sis,
regen op vuur!’
ruik nachtrook in een zwarte kraag
zo
en nu nog
waterloze wolken
verlaat onnatuurlijke
eigendommen en treed uit jezelf
vanuit een grotere vrede
dan een vrede
hopelijk ooit in jezelf ontwaard
kom
dan binnen
binnen in dit gedicht
je bent zelf een
gedicht en het leven is een opera
de opera is al bezig, doe je pelsje uit – het gebouw is
een lichaam, de sfeer van verwachting hoe zal het leven mij vergaan – haal ik
de pauze terwijl de egels verdwijnen – […]
speel tot de laatste
penseelstreek maar eerst geven we je een naam, vosje het wordt Johanna of Mo of
zo
nee nee – iedereen zegt ‘of zo’
kijk goed
rond
verschroeide aarde
lage nevel sluipt over de akkers,
over de weilanden
de velden als stervende moeders
dat wordt de eerste
versregel
ginds
een notelaar in het puin, zie je
kauwen roesten in de kruin
kijk hier vannacht
omhoog
daar vallen ze
de kleine gedichten’
De poëtische wereld
van PHH is bevolkt door een rijkdom aan onontdekte schoonheden: een imaginair
decor van taferelen die soms van kinderlijk-naïeve verbeelding en een
speels-schalkse natuur getuigen. De lezer van Roodvos wordt op zijn
wenken bediend.
Peter Holvoet-Hanssen, Noëlla Elpers: Roodvos, Pelckmans, Kalmthout 2025,
102 p. : ill. ISBN
9789463838078
deze pagina printen of opslaan