Hester Knibbe heeft ditmaal niet zo lang
gewacht. Amper een jaar na het indrukwekkende Binnen in de aarde is
een berg
ligt haar volgende bundel op de leesplank. Barcode van stilte is opnieuw
een diepgravende bezinning over het menselijke bestaan, met de stilte als grens
én als symbool van het mens-zijn. In de loop der jaren is de poëzie van Knibbe
steeds meer gefocust op de wisselwerking tussen het concrete en het abstracte,
het materiële en het geestelijke. Het is een moeilijke evenwichtsoefening om
die middenweg te vinden tussen de anekdote en de filosofische beschouwing, maar
Knibbe weet meesterlijk te laveren tussen die twee uitersten.
Ook in haar jongste bundel
spelen voorwerpen een grote rol. Archeologische vondsten en objecten uit het
verleden openen een venster op wat was, maar tegelijk vormen ze de aanleiding
om te reflecteren op het heden en de toekomst. De tijd speelt inderdaad een
centrale rol in deze poëzie. Dat is niet zo toevallig in het licht van de ouder
wordende dichteres, die steeds meer het verleden ziet vervagen terwijl de
einder onvermijdelijk dichtbij komt, maar er is toch meer aan de hand. In
sommige gedichten wordt gealludeerd op een ernstige ziekte, een gebeurtenis die
het bewustzijn nog heeft aangescherpt. Vaak opent het vers met een ervaring van
breuk, een haast mythisch moment dat het dichterlijke ik oproept tot meditatie
en tot actie. Het basisgevoel is dat van een verregaande ‘onteigening’ (zoals
de eerste afdeling heet): een vervreemding ten opzichte van de wereld, ten
opzichte van anderen, maar vooral ten opzichte van zichzelf en het eigen
lichaam. Alles lijkt vreemd en anders, en daarbij aarzelt de dichterlijke stem
tussen intieme betrokkenheid en een haast klinische afstand.
Meteen laten de verzen een
zoektocht zien naar betekenis en zin. Het ogenschijnlijke zinverlies wordt
geanalyseerd, en in een soort van labyrintische tocht gaat de dichter op zoek
naar de wortels van het bestaan, in de wereld maar ook in zichzelf. Het valt op
hoe het persoonlijke verleden daarbij louterend werkt, maar hoe vooral de aarde
en de natuur een heilzaam tegengewicht bieden voor het hectische van de mens.
De vertraagde tijd, het verminderde bewustzijn en de haast puur beleefde
materialiteit confronteren de mens met de eigen tijdelijkheid, maar laten zien
hoe wij een schakel vormen in een immens netwerk van relaties dat uitmondt in
de schepping of de kosmos. Dat besef wordt in deze gedichten bezongen, maar het
leidt ook tot een eigen ervaring waarin het moment centraal staat: kortstondige
gebeurtenissen en anekdotes nemen als het ware een gedaante aan buiten de tijd,
worden exemplarisch voor het leven. Het kleine neemt zo de plaats in van het
grote, en het gebrek aan standvastigheid wordt niet langer beschouwd als een
minpunt maar als een nieuwe kans. Ook de tederheid van de liefde, merkbaar in
schaarse woorden en haast onmerkbare gebaren, wint daarbij aan diepgang. Maar
bovenal is er het gevoel opgenomen te zijn in een veel groter verband, dat ons
nietige bestaan overstijgt maar het tegelijk ook waardevol maakt. Niet
toevallig eindigt de bundel met een liefdesgedicht dat onder de titel ‘eigening’
die broze maar hechte band thematiseert. De stilte vormt daarbij in diverse
opzichten een meerwaarde: de stilte van de poëtische stem en de pauze tussen de
woorden, de stilte als grens van de dood, de stilte als kracht in de wereld, en
bovenal de stiltte die tot ons lijkt te schreeuwen in een onverstaanbare taal.
Dit is existentiële poëzie, die resoluut op zoek gaat naar
de kern. De symbolische dimensie overweegt daarbij op de persoonlijke
ervaringen en gevoelens, wat Knibbes werk een universele dimensie geeft (voor
zover die karakterisering in onze huidige tijd nog kan gelden). Het stilistische meesterschap van de dichteres is
op iedere bladzijde indrukwekkend. Belangwekkende poëzie die de lezer blijft
bezighouden, als een heuse ‘barcode van stilte’.
Hester Knibbe: Barcode van
stilte. Gedichten, De Arbeiderspers, Amsterdam 2025, 81 p. ISBN 9789029553841.
Distributie L&M Book
deze pagina printen of opslaan