Het balanseer, de uitgeverij bij
uitstek van niet-conventionele en experimentele literatuur, brengt nu een lang
gedicht van Karel De Sadeleer. Europa van
de ontvoering is een vers van ruim 130 vijfregelige strofen, waarin Europa
hymnisch wordt aangesproken. Meteen zitten wij in de sfeer van de antieke
literatuur, waarin de Fenicische prinses Europa ontvoerd wordt door Zeus omdat
hij in de ban is van haar schoonheid. Het is een van de vele ontstaansmythes
over het werelddeel, net zoals de recente mythe van een Europees gezamenlijk
project dat is. Verhalen houden mensen bezig, maar ze kunnen als collectieve
herinnering ook een gemeenschap vormgeven. Tegelijk doorstaan ze zelden de
toets van nauwgezet onderzoek, zijn ze eerder fantasieën dan precieze bronnen van
informatie.
De
tekst van De Sadeleer is in feite een smeltkroes van verhalen en gegevens. Hij
verwijst herhaaldelijk naar de mythische oorsprong van Europa en naar de manier
waarop getracht is de geschiedenis van het werelddeel (of is het de Europese
Gemeenschap als maatschappelijke entiteit) te koppelen aan een aantal plaatsen,
gebeurtenissen, personen. Op die manier ontstaat een eigenzinnige lappendeken
van verwijzingen. Ze zijn, niet verwonderlijk, erg dubbelzinnig. Her en der
worden hoogtepunten van de cultuur, het denken en de politiek vermeld, maar
over het algemeen domineert toch de negatieve keerzijde van de Europese
geschiedenis. Wat op het eerste gezicht een hymne en een heuse
liefdesverklaring leek, wordt zo een ontmaskering en een bij uitstek kritische
blik. De Sadeleer richt zijn pijlen niet alleen op de mistoestanden in het
verleden, maar vooral op de kwalijke aspecten van de hedendaagse samenleving:
het niets ontziende kapitalisme, de machtspelletjes, de onmenselijke bureaucratie,
de uitsluiting van groepen, de onmacht om ongelijkheid en oorlog tegen te gaan,
de angst voor vluchtelingen…
Die kritische analyse gebeurt echter niet op een
systematische wijze, want De Sadeleer wil nadrukkelijk geen (belerend) betoog. In
plaats daarvan formuleert hij een barokke opsomming van associaties en beelden,
en zijn verzet is dat van de poëzie zelf. Tussendoor moeten ook realistische
schrijvers uit de canon het ontgelden. Die poëzie doet denken aan de
legendarische Vijftigers (Lucebert is al van de eerste regels nadrukkelijk
aanwezig). De dichter is briljant in zijn taalregisters: voortdurend vermengt
hij het hogere taalregister van de ode met dat van de vulgariteit. Op die
manier krijgt zijn eigen Europa tekstueel vorm, een amalgaam dat bij uitstek
grotesk is, een uitvergroting van de realiteit zoals wij die kennen.
De Sadeleer maakt bij
momenten indruk, en de lezer wordt voortdurend geslingerd tussen kritische
verontwaardiging en beschamende humor, verwarring en verwondering. De talige
dichter weet echter niet altijd zijn eigen betoog te doseren, waardoor zijn
eigen visie nogal verwarrend en tegenstrijdig blijft. Ook de fragmentarische
opbouw van zijn lange gedicht werkt gaandeweg vermoeiend; het lijkt mij dat de
tekst met enige inkortingen nog sterker had kunnen zijn, maar dat neemt niet
weg dat ook hier een kritische, politieke stem terecht om aandacht vraagt.
Karel De Sadeleer: Europa van de ontvoering, Het balanseer,
Gent 2025, 32 p. ISBN 9789083499987
deze pagina printen of opslaan