Manu van der Aa heeft al eerder zijn sporen
verdiend als biograaf, met studies over onder meer Alice Nahon en Paul-Gustave
van Hecke. Dat het enkel wachten was op een nieuwe biografie, wekt dus weinig
verbazing. Verrassender is de keuze van zijn nieuwe onderzoeksobject: de
hedendaagse auteur Patrick Conrad. Bovendien verschijnt dit boek ter
gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Conrad: een biografie over een nog
levende schrijver is redelijk uniek (dat geldt minder voor publieke sterren of
politici) en houdt toch een zeker risico in.
Dat Van der Aa bij het schrijven
van zijn omvangrijke levensverhaal de volle steun kon genieten van Conrad, is
zeker een pluspunt. Niet alleen is er een groot archief met allerlei documenten
en een aanzienlijke correspondentie, waaruit gretig wordt geput (maar lang niet
altijd op een te controleren wijze), de kunstenaar zelf kon op tal van punten
gebeurtenissen duiden en extra stofferen. Daardoor kan Van der Aa in zijn
levensverhaal heel wat extra informatie bezorgen, ook gegevens die relevant
zijn voor de interpretatie van Conrads artistieke productie.
Toch werpt de aanwezigheid van
de gebiografeerde onvermijdelijk ook een schaduw op het gepresenteerde verhaal.
Er is een duidelijke sturing aanwezig, want de stem van Conrad klinkt her en
der door: van zijn vele liefdesaffaires vernemen wij enkel zijn eigen visie (en
het is twijfelachtig of al die vrouwen blij zullen zijn met de revelaties die
in dit boek gedaan worden) en op een aantal plaatsen blijft de lezer op zijn
honger zitten. De rivaliteit met Eddy van Vliet vraagt toch wel om nadere
duiding, en hetzelfde geldt nog meer voor de precieze relatie tussen Conrad en
Henri-Floris Jespers. Getuigen en buitenstaanders komen daarbij niet aan bod,
hoewel het belangrijke zaken betreft die een licht kunnen werpen op Conrads
eigen literaire loopbaan. Ook de sensatierijke minnaar had wel wat tegengewicht
mogen krijgen, al was het maar door sommige van zijn ex-geliefden een stem te
geven of minder tendentieus uit hun liefdescorrespondentie te citeren. De reden
van de breuk en de veelvuldige ontrouw wordt doorgaans niet gegeven; alles
lijkt voort te komen uit de picareske persoonlijkheid van het
hoofdpersonage. Kortom, deze biografie
presenteert een levensverhaal vanuit het perspectief van Patrick Conrad: hij is
mee op de achtergrond aanwezig en fluistert de verteller in wat best verteld
wordt en hij is de held van het verhaal: een soort van filmster in de film van zijn
eigen leven, zoals dat tegenwoordig bij populaire televisieshows gebeurt.
Die kritiek neemt echter niet weg dat Van der Aa zijn
opzoekingswerk grondig heeft uitgevoerd. Zijn boek geeft een gedetailleerd
overzicht van allerlei gebeurtenissen in het leven van Conrad, en in die zin is
het een handige kroniek. Veel van die informatie is niet meteen relevant voor
het artistieke handelen van Conrad: de ondertitel van het boek is niet
toevallig ‘Leven, liefdes en werken’ in deze volgorde. Vooral de levensloop van
Conrad staat centraal. Daarbij probeert de biografie feite en fictie zoveel
mogelijk van elkaar te scheiden. Sommige mythes blijken een verzinsel van de
auteur (zeker als het gaat om zijn familiegeschiedenis), maar anderzijds duiken
tal van sprekende scènes her en der op in zijn boeken of zijn films. Uitvoerig
wordt ingezoomd op de ‘leerjaren’ van Conrad. Zijn jeugd (met het belang van
zijn overwegend Franstalige opvoeding), zijn mislukte schooltijd, zijn falen op
de universiteit en de cineastenopleiding… Misschien heeft dat falen extra
bijgedragen tot het imago van de antiburgerlijke rebel en de estheet die zich
als kunstenaar zou toeleggen op de leugen van de absolute schoonheid en het
verval daarvan. Die decadente levenshouding wordt hier even aangeraakt maar de
biografie komt niet tot een samenhangende verklaring van dat kunstenaarschap.
Dat geldt ook voor de mythe rond de Pink Poets. Van der Aa geeft allerlei
historische informatie maar veel verder dan een aantal clichés komt hij niet.
Daarnaast zijn
er de vele beschouwingen over het literaire werk. Elke publicatie wordt
zorgvuldig voorgesteld, met oog voor de vormgeving en de uitgeverij. Allerlei
verwijzingen worden opgehelderd, maar een duidelijke interpretatie van de
opeenvolgende dichtbundels en verhalen is in dit boek niet echt te vinden. In
dit opzicht blijft de biograaf doelbewust aan de ‘buitenkant’ staan. De
kritische karakteriseringen van Conrad als decadent, een dandy, een
fin-de-siècleschrijver, een hermetisch dichter en een maniërist worden zorgvuldig
geregistreerd maar in feite niet op een samenhangende wijze geduid. Datzelfde
geldt voor de spanning tussen de estheet met zijn afkeer voor engagement
enerzijds en de vaststelling dat Conrad toch op tal van plaatsen optrad die te
maken hadden met censuur en de problemen van die tijd. Het is een cruciale
paradox die ook een dieper licht had kunnen werpen op de latere romans van de
schrijvers en op zijn merkwaardige filmproductie (al van jongsaf aan met enkele
experimentele films en diverse toneelscenario’s). Hetzelfde geldt voor zijn
activiteiten als beeldend kunstenaar, die in de loop der jaren een heuse
revival kenden.
Kortom, Manu van der Aa schetst het beeld van een veelzijdige
duizendpoot, enigszins apart maar tegelijk ook wel erg burgerlijk en
materialistisch ingesteld, die op tal van domeinen actief is geweest maar
nergens echt zijn stempel heeft gedrukt. Zijn boek blijft echter te sterk
afhankelijk van de hoofdfiguur; een meer contextueel gerichte en genuanceerde
benadering had alleszins corrigerend gewerkt. En jammer genoeg blijft het
literaire werk van Conrad bij dat alles toch in de schaduw staan, terwijl het
alleszins meer aandacht en waardering verdient.
Manu van der Aa: Patrick Conrad. Leven, liefde en werken
van een Pink Poet. Biografie, Pelckmans, Kalmthout 2025, 605 p. ISBN 9789462347731
deze pagina printen of opslaan