Sjeng Scheijen is de auteur van enkele
succesvolle non-fictieboeken, onder meer over de historische avant-garde, maar
met De beginselen waagt hij zich voor
het eerst aan poëzie. Het is een originele bundel geworden, overzichtelijk
gestructureerd in een aantal afdelingen die uitlopen op een bedreigende
‘Epiloog’. De titel van de bundel suggereert een heldere argumentatie die
uitgaat van initiële vaststellingen, maar daarvan valt in de gedichten zelf
niet zoveel te merken. De toon lijkt nochtans vaak die van iemand die met
autoriteit een lezing geeft of een les opdreunt, zonder veel zin voor nuance en
met een voorkeur voor inslaande aforismen en banale waarheden. In die zin
imiteert de dichter doelbewust de retoriek die vandaag door uiteenlopende
gezagsdragers wordt gehanteerd, zeker vanuit een populistisch perspectief.
Tegelijk creëert de dichter echter ook ruimte voor innerlijke tegenstellingen
en paradoxen, laat hij de leegte zien die achter sommige grote woorden
schuilgaat. In die zin ontmantelt hij de retoriek die hijzelf hanteert.
Op die manier wordt
de vanzelfsprekendheid van veel gangbare ideeën in deze gedichten ondermijnd.
Dat geldt in eerste instantie ook voor eeuwenoude verhalen en mythen die mee
ons Westerse denken hebben gefundeerd. Het kerstverhaal wordt ontdaan van zijn idylle
doordat het wordt beschreven als een pijnlijke bevalling, nog onderstreept door
buitenstaanders als de os en de ezel op te voeren als nauwlettende
observatoren. Bovendien wordt het verband gelegd met de goddelijke verkrachtingen
uit de Griekse mythologie en verschijnt Maria als een hedendaagse mediafiguur
uit de Only Fans-stal. Op soortgelijke wijze wordt het perspectief van Icaros
en Daidalos gewijzigd door ons te confronteren met een wat-als-scenario, en de
Griekse helden worden ontmaskerd als onbenullige zwervers.
Die ironische toon domineert ook
de andere gedichten, en de omkering en de overdrijving vormen daarbij geslaagde
stijlprincipes. De dichter vergelijkt de dagelijkse banale routine met het
voeren van een oorlog, en de voorwerpen binnenshuis worden als het ware
hymnisch opgeroepen als medestanders. Hetzelfde geweld domineert ook de relatie
tot de geliefde. Het universum krijgt bij Scheijen iets gewelddadigs en
cynisch, en in die zin herinnert het aan het pessimistische wereldbeeld van een
schrijver als Willem Frederik Hermans. Hier en daar zijn er weliswaar tekenen
van optimisme of heropleving, maar het effect daarvan kan onmogelijk de
pessimistische gedachten wegnemen. Ook de epiloog brengt de oorlog en de
vernietiging pijnlijk dichtbij.
Deze poëzie moet het
minder hebben van een lyrische of romantische toon dan van een luidruchtige
retoriek. De dichter schermt met een groteske vertekening waarbij hij vaak het
klassieke wereldbeeld op zijn kop zet: dieren en voorwerpen zijn bij momenten belangrijker
dan mensen, maar elders worden ze weer genadeloos gebruikt; de liefde lijkt een
oorlog zonder uitzicht op vrede, en de vrede is niet meer dan de voorbode van
oorlog. Naar eigen zeggen is deze poëzie mee geïnspireerd door de
gebeurtenissen van Oekraïne, maar Scheijen is zich vooral bewust van de
gespletenheid en de tegenspraak die ons denken en ons aanvoelen karakteriseert.
Ontmaskering lijkt een belangrijke opdracht van zijn poëzie. Deze bundel
formuleert in die zin weinig beginselen, en het blijft afwachten welke richting
die dichterschap in de toekomst zal uitgaan.
Sjeng Scheijen: De beginselen. Gedichten voor de eerste van
allen, Prometheus, Amsterdam 2025, 71 p. ISBN 9789044656633. Distributie
L&M Books
deze pagina printen of opslaan