Vertaald proza

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

Uit water geboren: Daisy Johnsons vloeibare en onvatbare oeuvre

door Kris van Zeghbroeck

De Britse schrijver Daisy Johnson (1990) werd geboren in Paignton en groeide op in het veenland tussen Cambridge en de noordelijk gelegen baai aan de Noordzee (The Wash). Ze studeerde aan Lancaster University (BA English Literature & Creative Writing) en haalde een Master in Creative Writing aan Somerville College in Oxford. Ze woont nog steeds in Oxford, waar ze gewerkt heeft voor de befaamde Blackwell’s boekhandel.

Sinds ze, als jongste auteur ooit, de shortlist haalde van de prestigieuze Booker Prize 2018 met haar debuutroman Everything Under (2018, Onder het water), schrijft Johnson fulltime. Aan de roman ging de bekroonde verhalenbundel Fen vooraf (2016, Veenland). Intussen schrijft ze aan een derde boek, een griezelroman.

Daisy Johnson groeide op in het veenland (Fens) van East-Anglia. Turfrijk moerasland gewonnen op de zee, dat drooggelegd en gekanaliseerd werd om te cultiveren en te bewonen. Door de drooglegging zijn de vlakke, uitgestrekte gebieden met akkers en weiland gaandeweg gekrompen tot soms vier meter onder het niveau van de oorspronkelijk aangelegde wegen en kanalen.

Water is alomtegenwoordig en vloeit samen in verspreide natuurgebieden. Dat is Johnsons literaire habitat, geïnspireerd door de bevreemdende stilte en de natuurgeluiden van het waterrijke gebied. Over steden zou ze niet kunnen schrijven. Ook al woont ze in nu in Oxford, ze zoekt de nabijheid van water en rivieren op om te wonen en te schrijven.

‘I grew up there, in the British Fens, and when I started writing short stories it was a landscape which came back to me. The land there is completely flat, with long Roman roads set above the fields, which are mostly peat. It's striking: the white grey sky; the black land, the grey sea not far away. It seemed to me a land which could contain strangeness, a land which had a voice. This is a place which was underwater, which perhaps still dreams about being underwater.’ (American Short Fiction)



Met titels als Fens en Everything Under lijkt het waterrijke landschap van Engeland het bindwerk van Johnsons oeuvre te vormen. Een surreëel landschap waar het banale aan het uitzonderlijke en het natuurlijke aan het bovennatuurlijke verbonden wordt. Een geworteld landschap waarbinnen de cyclus van de natuur en haar bewoners vorm krijgt. Sterke vrouwenfiguren geven haar werk een feministische toets, in een landelijke omgeving die verregaand door met het land vergroeide mannen en handarbeid bepaald werd.

Dieren of dierlijke vormen zijn een constante in Johnsons oeuvre. Mensen veranderen in dieren of vormen er een soort band mee. Johnson lijkt daarmee te benadrukken dat mensen ondanks hun beschaving een dierlijk onderbewustzijn hebben dat zich op de vreemdste momenten kan manifesteren.

‘I think what draws me to writing about them is the idea of nature in some way answering back in my fiction. The animals I write about are often somehow strange in the stories, turned nasty or clever. There is an ecological slant, I think, which I never expected to come up but which has. The animals in the work are never quite what they seem’.

‘The animalistic is in us, I suppose that is where the anxiety comes from. We are animals but we hold civilization, decorum and politeness up as important and the animalistic goes against all of this. Perhaps this is another reason why I write about animals. They are both foils and metaphors to place against the humans who, in the end, act like animals themselves’. (Electric Literature)



In het werk van Johnson worden grenzen voortdurend verlegd en sijpelen mythe en folklore in de schijnbaar banale alledaagse levens van de personages door. De vloeibare substantie van venen, kanalen en rivieren borrelt uit de bodem naar boven om de levens te overspoelen. Zo verdwijnen de grenzen tussen heden en verleden, tussen feiten en verzinsels en tussen mens en dier.

Alles wordt vloeibaar, onvatbaar, onberekenbaar. De horizon van het landschap, de herinneringen en zelfs het gender van bepaalde personages worden diffuus. Een wereld die net zoals de seizoenen voortdurend in beweging is en elk moment door het water of een bovennatuurlijke dreiging geclaimd kan worden.

Vrouwelijke personages domineren het proza van Johnson in Fen (Veenland). De mannen zijn geworteld in de grond en inert, de vrouwen vloeien, groeien en evolueren. Binnen een haast magisch-realistische context transformeren meisjes in vrouwen of exploreren vrouwen hun nieuw ontdekte krachten.

Het hervertellen/herschrijven van bestaande verhalen vanuit een nieuw en bevreemdend perspectief ligt aan de grond van Daisy Johnsons fictie. Ze gebruikt dat in een aantal van haar kortverhalen als een opstap naar de debuutroman Everything Under. Daarin brengt ze een hedendaagse transgender versie van de Griekse tragedie van Oedipus, verplaatst naar het donkere water van de Oxfordse rivieren en kanalen.



Zestien jaar was Gretel toen haar moeder haar in de steek liet. Ze groeide op buiten Oxford in een woonboot langs het kanaal. Samen met haar moeder deelde ze een geheime taal, waarin de dreiging voor de Bonak (een soort watergeest) een alles verterende rol speelt.Zestien jaar na die verdwijning vindt Gretel haar moeder terug. Gretels herinneringen aan haar jeugd zijn gefragmenteerd, de geheime taal verdrongen door een harde leerschool als pleegkind en het verwerven van een nieuwe standaardtaal, die ze als lexicograaf dagelijks beoefent.

Maar moeder is dementerend. De taal ontglipt haar, zodat het een moeizame strijd wordt om betekenis te geven aan het verleden en de gebeurtenissen te ontrafelen. Ze worden naar beneden gezogen in een moeras van onbegrip, terwijl de verdrongen dreiging van de Bonak onverminderd aanwezig is.

'The places we are born come back. They disguise themselves as migraines, stomach aches, insomnia. [...] We become strangers to the places we are born. They would not recognize us but we will always recognize them. They are marrow to us; they are bred into us. If we were turned inside out there would be maps cut into the wrong side of our skin. Just so we can find our way back'. (Everything Under)



De tweede roman van Daisy Johnson, Sisters (2020, Zussen) benadrukt het belang van familiebanden als onderdeel van de identiteit van haar personages. Ook wordt in navolging van haar eerste boeken de fysische en psychische vloeibaarheid van hun identiteit verregaand geëxploreerd.

De tienerzusjes July en September verhuizen met hun moeder Sheela van Oxford naar Yorkshire en komen terecht in een onderkomen huis (Settle House) aan de rand van de North York Moors, vlak bij de zee. Een ideale setting voor een door de gothic novel geïnspireerde roman met een sinistere twist.

Ze zijn op de vlucht voor het verleden, dat gelinkt kan worden aan hun toevluchtsoord, waar de afwezige, gestorven vader en dochter September geboren zijn. De moeder communiceert in een afstandelijke derde persoon, terwijl July als directe verteller fungeert.

De zussen verschillen tien maanden, maar hadden net zo goed een tweeling kunnen zijn. De oudste, September, heeft een dominante invloed op July. Ze wil dat hun verjaardagen samenvallen, neemt haar zus op sleeptouw en onderwerpt haar aan verschillende beproevingen. Ze komen bovendien erg jong over voor hun leeftijd, alsof hun groei gefnuikt wordt door een grotere macht die hun levens beheerst.

Er gebeurt een vorm van versmelting, alsof beide hetzelfde vruchtwater deelden, aan elkaar gehecht als Siamese tweelingen, onderling verbonden en in elkaar overgaaand. Identiteit wordt gefragmenteerd en haast willekeurig samengeplakt tot een kubistische mozaïek (zie fragment oospronkelijke hardcover). 

‘When one of us speaks we both feel the words moving on our tongues. When one of us eats we both feel the food slipping down our gullets. It would have surprised neither of us to have found, slit open, that we shared organs, that one’s lungs breathed for the both, that a single heart beat a doubling, feverish pulse’. (Sisters)



Daisy Johnson: Zussen, Koppernik Amsterdam, 2020, 192 p. ISBN 9789083048086. Vertaling van Sisters door Nicolette Hoekmeijer. Distributie Elkedag Boeken

Daisy Johnson: Sisters, Jonathan Cape London, 2020, 184 p. ISBN 9781787331778. Distributie Penguin RandomHouse Benelux

Daisy Johnson: Onder het water, Koppernik Amsterdam, 2019, 268 p. ISBN 9789492313660. Vertaling van Everything Under door Callas Nijskens. Distributie Elkedag Boeken

Daisy Johnson: Everything Under, Vintage London, 2019, 264 p. ISBN 9789492313744. Distributie Penguin RandomHouse Benelux

Daisy Johnson: Veenland, Koppernik Amsterdam, 2019, 195 p. ISBN 9789492313560. Vertaling van Fen door Callas Nijskens. Distributie Elkedag Boeken

Daisy Johnson: Fen, Vintage London, 2018, 192 p. ISBN 9781784702108. Distributie Penguin RandomHouse Benelux


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri