Nederlands proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2019

Rein van der Wiel: Amir

door Lisanne Vroomen

De twaalfjarige Amir groeit op bij zijn moeder. Zijn vader, een Afghaanse vluchteling, is lange tijd geleden bij hen weggegaan. Amir kent hem eigenlijk niet en heeft alleen wat vage herinneringen aan hem. Toch zit zijn afwezigheid hem dwars. Zaken die aanvankelijk typisch puberperikelen lijken, blijken achteraf samen te hangen met dit gemis. Samen met Anna, een oude vrouw bij wie Amirs vader een tijd lang gewoond heeft, gaat hij op zoek naar zijn vader.
 
Dit simpele verhaal is de basis van Rein Van der Wiels boek Amir. Niet alleen het verhaal is ongecompliceerd, het wordt ook eenvoudig verteld: chronologisch, met één perspectief, dat van Amir. De zinnen zijn over het algemeen kort en er worden geen lastige woorden gebruikt. Het boek is het verslag van de twaalfjarige Amir, die van school de opdracht heeft gekregen om zijn gedachten op schrift te stellen. Al snel schrijft hij echter niet meer voor school, maar voor zijn afwezige vader. De simpele opbouw en het makkelijke taalgebruik passen daardoor goed bij het verhaal: een ingewikkelder vocabulaire zou niet rijmen met de twaalfjarige verteller.
 
Het roept echter wel de vraag op naar de doelgroep van het boek. Het boek wordt niet als jeugdroman of young-adultboek in de markt gezet, maar doordat we het verhaal zien door de ogen van de jonge Amir zullen vooral jongeren zich goed in hem kunnen inleven. Voor jongeren met weinig leeservaring zouden de eenvoudige opbouw en taalgebruik erg geschikt zijn.
 
Als meer ervaren lezer gaat het simplisme me echter tegenstaan, vooral als het gaat om de personages. Ze komen niet tot leven en blijven karikaturen. Anna is een goeiige vrouw uit de lagere sociaal-economische milieus, die gekenmerkt wordt door haar taalgebruik:  
 
'ja, snappie, zonder eerst effe met je moeder te praten. Stel je voor, dat ik je gewoon zou hellepen in je dooie eentje op reis te gaan.'
  
Ook de Afghaan Saleb, die Amirs vader gekend heeft en mee helpt zoeken, ontstijgt het typische beeld van een allochtoon niet. Ook hier geeft het taalgebruik zijn status in de maatschappij weer: 'Wie zal weten. Ik ga nadenken en vrienden van de Facebook vragen.'

Amirs moeder lijkt een overbezorgde moeder die worstelt met haar puberzoon. Ze is echter ook bang dat hij radicaliseert, zonder dat hier directe aanwijzingen voor zijn. Ze is echter niet de enige die dit denkt. Doordat Amir op de computer van Anna zaken opzoekt omtrent IS - hij is bang dat zijn vader hier iets mee te maken heeft - staat er politie bij Anna op de stoep. Hoewel het allemaal goed afloopt voor Amir, maakt deze plotwendig het verhaal wat ongeloofwaardig: de politie komt heus niet opdagen als je een aantal keer 'IS' googelt.
 
Pluspunt is het slot van het boek. Door verschillende alternatieve eindes te bieden, creëert Van der Wiel zicht op de scenario's die zich in Amirs hoofd afspelen. De eindes leggen zijn diepste verlangens en angsten bloot. Het is echter wel duidelijk welke het echte einde is, maar ook dit is multi-interpretabel. Hier laat Van der Wiel het simplisme los en het boek wordt dan ook pas hier echt interessant.
 
Rein van der Wiel: Amir, Querido, Amsterdam 2019, 181 p. ISBN 9789021417783. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2020

Cliënt E. Busken

Jeroen Brouwers

De herdershut

Tim Winton

Onze verslaggever in de leegte. Ongedateerde dagboeken

Dimitri Verhulst

Tijd tussen de jaren

Urs Faes

Zij

Helle Helle

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2020

De koffer

Chris Naylor-Ballesteros

De weglopers

Ulf Stark

Dit ga je niet geloven

Adam Baron, Benji Davies (ill)

Het vogeltje en andere Armeense sprookjes

Hovhannes Toemanjan, Harmen van Straaten (ill.)

Uit elkaar

Bette Westera en Sylvia Weve

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri