Non-fictie

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

Woody Allen: À propos. Autobiografie

door Carl De Strycker

Ergens helemaal aan het einde van zijn autobiografie, À propos, schrijft Woody Allen: ‘In een hiernamaals geloof ik niet, dus het maakt voor mij geen enkel verschil of mensen aan mij terugdenken als een filmregisseur of een pedofiel of helemaal niet.’ Dat dit niet helemaal waar is, bewijst het feit dat hij zijn herinneringen te boek heeft gesteld en dat vele van de 350 bladzijden daarvan gewijd zijn precies aan het weerleggen van de beschuldigingen van kindermisbruik die Allen sinds 1992 achtervolgen. Hoewel na grondig onderzoek toen geconcludeerd werd dat er geen sprake van was dat hij zijn dochter seksueel zou hebben misbruikt, is de discussie toch opnieuw losgebarsten nadat nota bene Allens zoon Satchel – de journalist Ronan Farrow – met zijn artikelen in The New Yorker Harvey Weinstein ten val bracht. In de context van de vele schandalen die toen rond Hollywood losbarstten, herhaalde adoptiefdochter Dylan de aantijgingen, waarna een aantal acteurs openlijk afstand nam van de regisseur en zijn meest recente film, A Rainy Day in New York, in de VS geen distributeur vond. En uitgeverij Hachette weigerde, onder druk van Ronan, voorliggende memoires te publiceren.
 
Hoewel Allen daar dus enigszins badinerend over doet (elders heet het: ‘Het spijt me dat ik zo veel ruimte heb moeten besteden aan de valse beschuldigingen jegens mij, maar die situatie was koren op mijn schrijversmolen en voegde een fascinerend drama toe aan een verder nogal kalm leven.’), lijkt er een discrepantie te bestaan tussen de expliciete uitspraken over het belang van de zaak in zijn leven en het gewicht dat ze krijgen in zijn memoires. Als het schandaal zijn kwaliteiten als filmmaker in de schaduw stelt, doet hij eigenlijk net hetzelfde door in verhouding erg lang stil te staan bij die zaak, die naar eigen zeggen helder en klaar is. En dat is jammer, want het trekt de aandacht op het rommelige liefdesleven van de regisseur in plaats van op zijn werk. Nu verwacht je als lezer natuurlijk iets te vernemen over de exen en over de huidige echtgenote Soon-Yi en je wil wel weten hoe dat nu gelopen is, maar Allen noteert zelf: ‘hopelijk is het niet de reden dat je dit boek hebt gekocht.’ Door evenwel daarop de nadruk te leggen, wordt het uiteindelijk wel de aanleiding om À propos. te gaan lezen – dat merkte je aan de voorpublicatie in Humo, die betrof precies het fragment rond de verziekte verhouding met Mia Farrow.  
 
‘Hij heeft mijn dochter afgepakt, nu ga ik de zijne afpakken.’ Het is het enige zinnetje waarin Mia Farrow aan het woord komt. Allen geeft toe dat een relatie beginnen met haar adoptiedochter terwijl hij nog met haar getrouwd was niet netjes was, maar interpreteert de betichting van verkrachting van dochter Dylan als een wraakactie. Zij is samen met Moses, een geadopteerde jongen, en Satchel, een biologisch kind van Allen en Farrow, een van de drie kinderen die hij met Farrow heeft. En met wie hij uitstekend kon opschieten, zegt hij, tot zijn affaire met Soon-Yi uitkwam.  
 
Op dat moment begon Farrow de kinderen tegen hem op te zetten en fluisterde ze Dylan het misbruik in. Grond voor die theorie vindt hij bij de getuigenissen van Moses, die zijn kant koos, de officiële onderzoeken die hem vrijpleitten en de weinig geloofwaardige ‘bewijzen’. Hij beschrijft Farrow bovendien als een vrouw met nogal wat ‘issues’: ze is manipulatief, agressief (ze slaat haar kinderen), impulsief, hysterisch, systematisch ontrouw (het is onduidelijk of niet haar ex Frank Sinatra de vader van Satchli is) en vol van complexen (waarbij een Oedipuscomplex met een van de zonen wordt geschetst, maar ook een moedercomplex: een vrouw met zeven kinderen die er nog meer wil). Het levert smeuïge bladzijden op en op basis van de argumenten ben je geneigd om Allen te geloven. Belangrijk, maar het leidt de aandacht af van de kunstenaar. Hoewel de eerste 150 bladzijden zijn werdegang als komiek prima beschrijven, kom je weinig te weten over zijn carrière als acteur, regisseur en scenarist, en dat is toch waarvoor Allen beroemd geworden is.  
 
Ja, er is de voortdurende zelfverkleining met de nadruk op het feit dat hij geen echt groot meesterwerk zou hebben gemaakt en niet hetzelfde niveau van groten als Antonioni en Bergman zou hebben. Wel wordt elke prent genoemd en de acteurs en medewerkers worden uitgebreid bewonderd om hun kwaliteiten (met ook uitgebreide lof voor het kunnen van Mia Farrow, overigens), maar verder kom je weinig te weten over het productieproces, de interpretatie of de eventuele problemen bij het maken van de films. Zelf vat hij dat als volgt samen: ‘Ik heb alles besproken wat van belang was voor mijn carrière, die te soepel verlopen is om veel spannende anekdotes op te leveren.’
 
Daarmee is dit dus een boek over het leven van Woody Allen: zijn liefdesgeschiedenissen, zijn neuroses, zijn epische gevecht met de Farrows, het simpele geluk met zijn vierde vrouw en hun twee dochters, en zijn hobby als jazzklarinettist (een bescheiden talent waarover hij niet anders dan geringschattend spreekt). Van een man die voortdurend beweert dat zijn werk zijn leven is, en die – wat zijn eigen minderwaardigheidscomplex ook moge vertellen – een aantal geniale films heeft gedraaid, had je toch veel meer over zijn oeuvre te weten willen komen. Hoewel je begrip kan hebben voor het feit dat iemand aan het einde van zijn leven zijn onschuld wil uitschreeuwen wanneer hij onterecht beticht is, was een iets stoïcijnsere houding en vooral een sterker geloof in het eigen kunnen als kunstenaar misschien interessanter en overtuigender geweest.
 
Woody Allen: À propos. Autobiografie, Prometheus, Amsterdam 2020, 351 p. ISBN 9789044645859. Vertaling van Apropos of nothing door Ton Heuvelmans e.a. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri