De kleine kolibrie kan door zijn snelle vleugelslag stil in de lucht
hangen. Met zijn 12 tot 80 slagen per minuut lijkt de vogel in perfecte balans.
Op het eerste gezicht gaat Marco Carrera, protagonist van Sandro Veronesi’s
laatste roman, zo door het leven. Hij maakt deel uit van het perfecte gezin,
met ouders die elkaars tegenpool zijn en verondersteld worden elkaar zo uit te balanceren.
Samen met zijn zus en broer groeit hij op in een huis waar elk designmeubel een
uitgekiende plaats heeft gekregen. Hij gaat het perfecte huwelijk aan met de
Sloveense Marina met wie hij een dochter krijgt, die hem op haar beurt een
kleindochter schenkt.
‘Alleen, het was allemaal
verkeerd, vanaf het begin al, het was één grote leugen.’ Zo moet de
behoudsgezinde Marco, wiens droomleven slechts schijn is, echter besluiten.
Marco ontvallen een aantal dierbaren en zijn huwelijk loopt uiteindelijk spaak.
Op de koop toe blijft zijn vroegere buurmeisje Luisa, van wie hij oprecht
houdt, onbereikbaar. Hun platonische relatie – ze hebben kuisheid gezworen – zal
zich beperken tot een geladen briefwisseling, moeilijke telefoongesprekken en
vluchtige contacten.
Marco is een leeftijdsgenoot van
de reeds meermaals bekroonde auteur-journalist-essayist Veronesi (1957,
Firenze), maar niet zijn alter ego. Karakterieel is de auteur meer verwant met
andere personages, in de eerste plaats met de rusteloze moederfiguur en Luisa,
maar ook met Marina die net zoals Veronesi nood heeft aan een langdurige
therapie. Marco gelooft dan weer niet in psychoanalyse. Toch leest De
kolibrie eigenlijk weg als een langgerekte zelfanalyse, een reconstructie
van een onvolmaakte leven dat zich grotendeels in Rome afspeelt, de stad waar
de Toscaanse auteur zijn thuis vond. Die reconstructie strekt zich uit tot in
de toekomst, tot 2030, een toekomst waarin milieuactivisten een
niet-controversieel draagvlak vinden en ook Marco’s kleindochter het leven in
een meer positieve en louterende richting lijkt te duwen – haar Japanse naam
had haar hiervoor voorbestemd.
Knap hierbij is hoe Veronesi Marco’s relaas niet
chronologisch brengt, maar in thematische hoofdstukken, met sprekende titels, die
een bepaalde periode overspannen. De auteur houdt ook zijn kenmerkende
meanderende stijl aan, met veel uitweidingen, op het eerste gezicht overbodig
gedetailleerde beschrijvingen en lijsten (alle designmeubels van Marco’s
geboortehuis passeren de revue in een vermakelijke opsomming). De lezer belandt
even op een zijspoor, ook wanneer Veronesi ingaat op het leven van
nevenpersonages, maar ontdekt snel de meerwaarde ervan. Op die manier wordt
duidelijk welke betekenislagen de kolibrie doorheen de roman aanneemt.
Bovendien is De kolibrie doorspekt met al dan niet expliciete intertekstuele elementen, zoals
titels van films, songs en boeken, maar de auteur herschrijft ook passages van
andere auteurs. Het hoofdstuk ‘Naar de draaikolken’ is als het ware een cover
van Beppe Fenoglio’s Il gorgo (de draaikolk). Veronesi’s fictieteksten
lezen altijd als een architecturaal ontwerp – de auteur studeerde architectuur.
In het nawoord licht Veronesi zijn ‘citaten’ overigens toe. Niet alleen brengt
hij zo een hommage aan zijn vele, erg uiteenlopende literaire en filmische
voorbeelden, gaande van Vargas Llosa over Fellini tot Philip K. Dick en Elvis
Costello, maar hij ontleent ook verhalen en namen uit het leven van zijn dierbaren.
Het nawoord geeft dus een verdere inkijk in Veronesi’s geest en de genese van het
ritmische De kolibrie.
De metafoor van de draad, de
precaire verbondenheid tussen dierbaren, krijgt dankzij dat nawoord een extra
dimensie.
Sandro Veronesi: De kolibrie, Prometheus, Amsterdam 2020,
332 p. ISBN 9789044643893. Vertaling van Il colibri door
Welmoet Hillen. Distributie L&M Books
deze pagina printen of opslaan