Nederlands proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Henk van der Waal: De uitbraak

door Lisanne Vroomen

Onwillekeurig denk ik bij een uitbraak aan een virusuitbraak, maar nee, daar gaat het nieuw boek van Henk van der Waal niet over. Dat wil echter niet zeggen dat zijn werk niet actueel is. Integendeel zelfs: Van der Waal schreef een sciencefictionboek waarin zowel onderwerpen als de data-maatschappij, privacy, migratie en vluchtelingen als onderwerpen als onze omgang met elkaar, het leven en de dood ter discussie worden gesteld.    

De uitbraak
is Van der Waals romandebuut en is in bepaalde zin een opvolger van zijn filosofische essaybundels. Het boek bestaat uit drie delen en in elk deel wordt een nieuwe wereld beschreven. Van der Waal weet met weinig woorden die nieuwe werelden te scheppen, maar maakt het zijn lezer niet makkelijk. Vooral in het eerste hoofdstuk is het opletten geblazen door de grote informatiedichtheid.
 
De eerste sci-fiwereld is het Rijk, bestuurd door de Eminente Autoriteit. Deze wereld hier lijkt ideaal: men leidt er een stabiel en onsterfelijk bestaan. Maar schijn bedriegt. Alle emoties en grote gebeurtenissen zijn hier uitgevlakt. Er is geen dood en geen verdriet, maar daardoor is er ook geen levensvreugde, plezier of seksueel genot. In deze wereld leeft Gustav. Hij heeft een hoge functie binnen het Rijk en is voorstander van het regime. Tijdens een regeneratie waarbij Gustavs lichaam tegen verval behouden moet worden, gaat er echter wat mis.
  
Hij beleeft iets wat we in het kader van Van der Waals ander werk, zoals Mystiek voor goddelozen (Querido 2017), gerust een mystieke ervaring mogen noemen. Hij herbeleeft onder andere zijn geboorte en begint de diepte van het bestaan op een andere manier te ervaren. Het uitgevlakte leven in het Rijk is niet meer genoeg voor hem. Aan de randen van het Rijk gaat hij op zoek naar de vrouw die zijn regeneratie verkeerd heeft laten lopen en samen met haar ontsnapt hij uit het Rijk om nieuwe werelden te ontdekken en uiteindelijk ook nieuwe werelden te maken.
 
Zo rolt Gustav van de utopie van het Rijk (die als zo vaak een dystopie blijkt te zijn), naar de utopie van de archipel. Hier leven sterfelijke mensen in een soort van communistische maatschappij. ‘Niemand heeft hier iets, maar iedereen heeft alles’ is de leuze. Het delen gaat echter verder dan het delen van landbouwgrond, huizen en goederen. Exclusieve liefde is verboden en seks vindt alleen plaats bij rituele orgies. De kinderen die hieruit voorkomen worden ook gezien als gezamenlijk ‘bezit’. Ze worden bijvoorbeeld meteen na de geboorte bij de moeder weggenomen en door alle vrouwen gezoogd. Gustav wordt aanvankelijk zonder problemen opgenomen in deze maatschappij, maar ook hier moet hij uiteindelijk vertrekken om zelf een nieuwe ideale maatschappij te scheppen.
 
Op deze manier laat Van der Waal zijn hoofdpersoon door drie verschillende fictieve samenlevingsvormen trekken als een moderne variant van Gulliver’s Travels. Net als dat boek vormt ook Van der Waals boek een kritiek op de huidige maatschappij. Elke wereld waarin Gustav verzeild raakt, zet je weer op een andere manier aan het denken over onze wereld.
 
Van der Waal is kritisch over technologie en hij verpakt die kritiek mooi. Door te kiezen voor een sciencefictionsetting creëert hij namelijk de mogelijkheid om te tonen wat er kan gebeuren als technologie te ver doorschiet, zonder ongeloofwaardig te zijn. In het Rijk wordt de mens als het ware geleefd door technologie, waardoor de verbondenheid met het bestaan zelf verloren is gegaan. Data bepalen het leven in het Rijk, privacy bestaat niet en de mens is een halve cyborg met ‘interne schermen’ en algoritmes die toegang geven tot de alomtegenwoordige data. Hobby’s, kritiek en een eigen mening bestaan niet meer. Men bestaat, maar voelt niet, huilt niet en lacht niet. Het menselijke heeft plaats moeten maken voor het technologische. Hoewel dit als toekomstbeeld te ver gaat  - maar dat is het ook niet – zijn er wel duidelijk raakvlakken met onze maatschappij. De data van Facebook en andere techgiganten zijn al ter discussie gesteld, de corona-apps doen de vraag naar privacy opleven en ondertussen is een groot deel van de mensen versmolten met het externe scherm van hun smartphone. Van der Waal weet kortom goed in te schatten waar de pijnpunten liggen bij de huidige technologische ontwikkelingen.
  
Wat mogelijk een betere omgang met technologie is, wordt duidelijk als Gustav het Rijk heeft verlaten. Dan trekt hij de volgende conclusie: ‘Technologie heeft de neiging om te woekeren. Voor je het weet ben je niet veel meer dan een brok energie om die woekering te voeden. Als dat eenmaal zover is, trekt die woekering zich niets meer van je aan en is je autonomie die illusie die ze altijd al dreigde te zijn. Als je dat wil voorkomen, moet je je bij iedere vinding die zich aan je opdringt afvragen of die iets van wat jij bent of wilt, heeft veruitwendigd. Elke technologie die dat bewerkstelligt, moet je resoluut de wacht aanzeggen.’
 
Dit citaat maakt ook meteen iets anders duidelijk. Het boek is niet weggelegd voor wie puur en alleen een spannend sciencefictionverhaal zoekt. Het is zeker een spannend, goed geschreven en goed lopend verhaal, maar belangrijkst is toch vooral de filosofisch boodschap over de omgang met technologie, de omgang met leven en de omgang met de dood: enkel door het leven en alles wat er bij hoort volledig te aanvaarden én te beleven kunnen we menselijk zijn. Dat betekent ook het aanvaarden van de dood en in het geval van Gustav het afstand doen van zijn onsterfelijkheid.  
 
Dat maakt De uitbraak tot een verrassend veelzijdig boek, waarin veel meer verborgen ligt dan de flaptekst doet vermoeden. Hoewel de filosofische boodschap een belangrijk onderdeel vormt, maakt Van der Waal er geen filosofisch essay van. Hij weet, kortom, filosofie en de romankunst goed met elkaar te verenigen in een boek dat aan het denken zet.
 
Henk van der Waal: De uitbraak, Querido, Amsterdam 2020, 344 p, ISBN 9789021418247. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De Ghanese diaspora in het werk van Yaa Gyasi

Ontworteling en identiteit

De opgang

Stefan Hertmans

Het hele leven

Bart Moeyaert, Peter Van den Ende (ill.)

Het huis met de kersenbloesem

Sun-mi Hwang

Het leven speelt met mij

David Grossman

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De lijst van dingen die niet zullen veranderen

Rebecca Stead

Dier vrienden. Een boek vol beestige duo's

Coco & June

Het geheim van de tuin

Jan Paul Schutten, Joris Bijdendijk, Floor Rieder (ill.)

Over het werk van Joukje Akveld

Speels, scherpzinnig en met heldere inzichten

Stilte heeft een eigen stem

Ruta Sepetys

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri