Non-fictie

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2021

Jan Verheyen: Alle remmen los! Een afdaling in de riolen van pulpcinema uit de wilde jaren ‘70

door Christophe Van Eecke

Het Boek Van De Nacht Van De Aanval Van De Ondode Cultfilms  

Als jonge tiener verbleef ik in de zomer regelmatig bij mijn grootouders in Blankenberge en ik herinner mij dat er toen nog een kleine bioscoop was op de dijk, de naam ben ik vergeten, waar Cannibal Holocaust (Ruggero Deodato, 1980) werd vertoond. De lobbykaarten waarmee publiek werd gelokt fascineerden mij mateloos. Twee foto’s zijn mij vooral bijgebleven. De ene toonde een schreeuwende jonge vrouw in de jungle met een zwarte tarantula op haar witte blouse. Op de andere foto was het hallucinante beeld te zien van een naakte zwarte vrouw die letterlijk ‘gepaald’ was: zij schoof verticaal naar beneden op een paal die langs haar mond weer uit haar lichaam stak.
 
Ik ben die film toen niet gaan zien – dat durfde ik niet, en het zou ook niet hebben gemogen van mijn ouders (niet dat ik het zou hebben gezegd) – maar een meer avontuurlijke klasgenoot, die bovendien het praktische voordeel had ook in Blankenberge te wonen, zag hem wel en vertelde mij in geuren en kleuren (en sterk aangedikt, in de mate dat zulks nog mogelijk was) de gruwelen die in die film te zien waren. Mogelijk was dat het begin van mijn levenslange fascinatie met cultfilms. Vele jaren later zou ik zelf besprekingen schrijven van dvd-releases van cultfilms voor Gonzo (circus) en verzamelde ik verschillende dvd-edities van niet alleen deze film, maar ook van andere notoire kannibalenfilms, die vandaag nog steeds tot de kern van mijn collectie cult- en trash-cinema behoren.
 
Toen Jan Verheyen met zijn populaire Nacht van de wansmaak begon, waarvan hij hier de boekversie presenteert, was ik dan ook al zeer goed ingewijd in de geheimen van de pulpcinema, en ondanks mijn prille leeftijd (noem het de overmoed van de jeugd) vond ik zijn selecties soms nogal braaf en voorspelbaar. Op dat moment speurde ik zelf al de lokale videotheken af (die bestonden toen nog) op zoek naar cultfilms allerhande, goedkope horror, Caligula-epigonen (navolgers van Tinto Brass’ klassieke epische seksfilm Caligula uit 1979), hakenkruisporno (seksfilms die zich in Nazi-strafkampen afspelen – don’t ask, maar ik schreef er onder de titel ‘Seks met Hitler’ wel een lang artikel over voor Gonzo), en Tiroler seksfilms. De echte visuele terreur van de The Faces of Death-reeks liet ik evenwel links liggen, al was ik wel gefascineerd door de videohoezen (ja, ik spreek nog over het VHS-tijdperk). Kortom, ik was volkomen in de ban van de bizarre onderbuik van de film: het idee alleen al dat deze films effectief werden gemaakt was wonderlijk.
 
In dit boek biedt Jan Verheyen nu een geschreven equivalent van zijn Nachten van de wansmaak: op een losse toon, bijna alsof hij naast je staat te vertellen, belicht hij de belangrijkste genres die de wonderlijke onderbuik van de pulpcinema van de jaren 1970 domineerden: zombiefilms, kannibalenfilms, mondo-films, vrouwengevangenisfilms, nonnenseksfilms, historische seksfilms, maar ook meer mainstream cinefiele troep zoals de massieve en massief slechte rampenfilms die Hollywood in de jaren 1970 produceerde en de wraakfilms in het spoor van Death Wish (Michael Winner, 1974) en het notoire Day of the Woman/I Spit On Your Grave (Meir Zarchi, 1978). Dat doet hij levendig, maar soms met iets te veel ironie: Verheyen laat regelmatig blijken toch een zeker misprijzen te voelen voor sommige films, en hij onderschat de kwaliteiten van een aantal films en filmmakers.
 
Zo mist Verheyen helemaal het genie van de Spaanse veelfilmer Jesus Franco, die voor mij de ultieme meester van het genre is. Het is waar dat een groot deel van Franco’s oeuvre abominabel slecht is. Maar in de late jaren 1960 en met name in de eerste helft van de jaren 1970 maakte Franco een reeks sublieme en totaal geflipte films zoals Eugenie: The Story of Her Journey into Perversion (oorspronkelijke titel: De Sade 70, 1970; met Christopher Lee), het klassieke Vampyros Lesbos (1971), het iconische La comtesse noire (1973) en de über-cultfilm L’Eventreur de Notre-Dame (1975), bekend onder zo diverse titels als Exorcismes et messes noires en de internationale titel Demoniac. Die laatste film kreeg een aantal jaren terug trouwens een speciale editie op meerdere dvd-schijven die alle diverse versies bijeenbrengen – een behandeling die doorgaans voorbehouden is voor films van het kaliber van Citizen Kane (1941) van Orson Welles – voor wie Franco trouwens als second unit director werkte op Chimes at Midnight (1965).
 
Op zijn best creëert Franco hallucinante experimentele cinema die er veel duurder uitziet dan de minuscule budgetten zouden mogen toelaten. Hetzelfde geldt trouwens voor de Franse regisseur Jean Rollin, die zich in dezelfde periode een naam maakte als regisseur van nu zeer gedateerd aandoende erotische vampierenfilms, maar die met Lèvres de sang (1975; een film die verbluffende opnames in nachtelijk Parijs bevat), Fascination (1979; met de formidabele Franse pornoster Brigitte Lahaie) en La nuit des traquées (1980) een bevreemdende poëtische filmstijl creëerde die door Verheyen niet wordt gesmaakt: Franco noch Rollin kunnen op veel sympathie rekenen bij de Vlaamse trashmeister. Het moet ook gezegd dat ik mij regelmatig stoorde aan de manier waarop Verheyen praat over de auteurscinema van bijvoorbeeld een Rainer Werner Fassbinder, die in veel opzichten veel dichter bij de cultfilm staat dan Verheyen lijkt te beseffen, maar die voor Verheyen een soort ‘artistieke’ cinema representeert waar hij duidelijk niet van houdt. Misschien speelt hier enige professionele afgunst?
 
Dat brengt ons bij de films die ontbreken in Verheyens boek. Dat heeft deels te maken met het tijdskader waarop hij focust: de jaren 1970. Maar hij doorbreekt dat kader meermaals als het onderwerp erom vraagt. Zo brengt hij de hele ontwikkeling van de mondo-film in kaart, die in de vroege jaren 1960 begint, en maakt hij ook andere uitstapjes naar zowel het verleden als het heden – sommige trends worden tot in de hedendaagse film geïnventariseerd (dit is bijvoorbeeld het geval in de hoofdstukken over horrorfilms met dieren). Bijgevolg is het onvoorstelbaar dat omgekeerd nergens gewag wordt gemaakt van bijvoorbeeld Nekromantik (Jörg Buttgereit, 1987), toch wel de ultieme cultfilm (en tegenwoordig perfect respectabel in mainstream special editions op blu-ray te krijgen, inclusief een karrenvracht aan extra materiaal), of van de exploten van de Cinema of Transgression met Nick Zedd en Richard Kern. Ook de afwezigheid van Christoph Schlingensief, wijlen het Duitse wonderkind van film en theater en de spirituele erfgenaam van Fassbinder die in de jaren 1990 kunst en trash perfect combineerde in onvergetelijke creaties als Terror 2000 – Intensivstation Deutschland (1992) of het onvoorstelbare Das deutsche Kettensägenmassaker (1990), waarin na de Duitse eenmaking een groot aantal mensen die de tocht naar het Westen ondernemen nooit op hun bestemming raken omdat ze aan de grens worden onderschept door een bende psychoten die er letterlijk worstjes van draaien. Memorabel.
 
Een enkele keer slaat Verheyen de bal totaal mis, zoals wanneer hij Ken Russells machtige meesterwerk The Devils (1971), een grootse productie over een politiek heksenproces in het Frankrijk van de jaren 1630, afwimpelt als ‘een zooitje’. Excusez-moi? Jammer dat Verheyen de speciale vertoning van de gerestaureerde versie van die film niet heeft meegepikt tijdens het Brusselse OffScreen Filmfestival in 2014, toen alle aanwezigen danig onder de indruk waren van deze weergaloze bulldozer van een film. Anderzijds was ik blij te lezen dat ik niet de enige filmliefhebber ben die Last Tango in Paris (Bernardo Bertolucci, 1972) gewoon saai vond.
 
Echte liefhebbers van de cultfilm zullen in dit boek niet veel vinden dat ze nog niet wisten of nog niet eerder hebben gelezen in de talloze boeken over cultfilms die ze ongetwijfeld al in hun rekken hebben staan. Het doelpubliek is duidelijk de hippe Vlaamse middenklasser die VT4 kijkt (of het vroegere Kanaal2) en zich al eens laat verleiden tot een Nacht van de wansmaak zonder enige diepere cinefiele aspiraties aan de dag te leggen. Zij worden evenwel op hun wenken bediend, overdadig nog wel, en kunnen zich in dit boek een indigestie smullen aan de enorme stoet aan films die passeren. Het is ook echt een massief boek, de hoofdstukken zijn op een logische manier per genre georganiseerd zodat je als lezer alles netjes meekrijgt, en bovendien heeft Verheyens turf de troef dat het hele boek in kleur is uitgevoerd, waardoor de vele honderden illustraties, met onder meer een rijke selectie aan oude filmposters en lobbykaarten, heel goed uit de verf komen. In die zin is het jammer dat de eindredactie wat slordig was, met een aantal taalfouten, verkeerd gespelde namen, en zinnen die niet helemaal op hun poten vallen. Men krijgt soms het gevoel dat er wat haast bij was om het boek af te krijgen. En voor wie de duivel graag in de details vindt: bij de bespreking van Peter Watkins’ sublieme film Culloden (1964) is een afbeelding afgedrukt van het even sublieme The War Game (1965) van dezelfde regisseur – een fout in de beeldredactie die de meeste lezers waarschijnlijk zal ontgaan.
 
Kortom: Verheyen heeft het boek-bij-het-filmevenement afgeleverd, op zijn eigen badinerende toon, in full colour, met een uitgesproken mening, een onvermoeibaar gevoel voor ironie, en een occasionele faux pas die evenwel de pret niet kan drukken. Nu gewoon lekker ouderwets die dvd’s gaan opduikelen en op de sofa met de hand in de broek à la Al Bundy ongezonde dingen eten, alcohol drinken, mogelijk iets snuiven, en vooral schuldig genieten van Ilsa, She-Wolf of the SS (Don Edmonds, 1975).
 
Jan Verheyen: Alle remmen los! Een afdaling in de riolen van pulpcinema uit de wilde jaren ’70, Houtekiet, Antwerpen 2020, 432 p. ill. ISBN 9789089248534. Distributie VBK België 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

BOEM Paukeslag / Besmette stad

Matthijs de Ridder

De schuilplek

Egon Hostovsky

Een waarschijnlijk toeval

Max Greyson

Shuggie Bain

Douglas Stuart

Vaarwel. Achtergelaten gedichten

Lucebert, Graa Boomsma (sam.)

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2021

De nieuwe jongen

David Almond, Marta Altés (ill)

Een mama is als een huis

Aurore Petit

Het hart van het meisje

Siska Goeminne, Tim Van den Abeele (ill.)

Hier zijn draken

Yorick Goldewijk, Yvonne Lacet (ill.)

Zoeken naar Esther B. en het voorval met Benito

Do van Ranst

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri