Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

Geert Buelens: Ofwa. Drie gedichten

door Dirk De Geest

De titel van Geert Buelens’ jongste dichtbundel klinkt wat enigmatisch (zeker in de oren van Nederlandse lezers), maar in feite vat hij wel voortreffelijk het project samen dat de dichter voor ogen staat. Ofwa (‘of wat?’) is de manier waarop – althans in Vlaanderen – mensen zich manifesteren om elke tegenwerping bij de ander tegen te houden of, sterker nog, de ander het zwijgen op te leggen. Het is een tussenwerpsel uit de spreektaal dat laat zien hoe elke conversatie in feite macht etaleert, hoe sprekers indruk willen maken op hun toehoorders. In die zin gaat het om een statement van een dichter die net die spanningen in onze alledaagse taal wil blootleggen maar die tegelijk beseft dat ook hijzelf gedragen wordt door het verlangen om gehoor te krijgen.  

Het allerlaatste gedicht van de bundel, afgedrukt op de achterzijde, plaatst dat perspectief ook literair op de voorgrond door schamper de kwestie op te roepen van een esthetische tegenover een geëngageerde literatuur, tegen de achtergrond van prangende maatschappelijke problemen zoals de klimaatcrisis. Dat niet langer vanzelfsprekende bestaan van mensen vormt inderdaad een leidraad in deze bundel. Daarbij gaat het om uiteenlopende vormen van crisis, depressie en wantrouwen: onze houding tot de aarde speelt daarbij een rol, maar ook de samenhang tussen mensen en onze omgang met de dingen in de wereld is fundamenteel veranderd. Tegen die achtergrond klinken veel grote woorden en zogenaamde idealen hol en clichématig, en net dat wordt hier op een bijzondere wijze gedemonstreerd.
 
De werkwijze van Buelens heeft wel wat weg van de ready-mades uit het Nieuw-realisme, zoals die door onder meer Armando en Vaandrager beroemd zijn geworden. Het lijkt alsof uiteenlopende sprekers zonder enige terughouding aan het woord worden gelaten: van een consistent lyrisch ‘ik’ lijkt daardoor niet langer sprake, aangezien het veeleer om een amalgaam van individuen gaat. Daarbij wordt ook de toehoorder/lezer frequent aangesproken, wat de confrontatie met de hier geuite meningen in de hand werkt en uitnodigt tot verdere tegenspraak. In die zin is dit steevast poëzie die aan de lezer appelleert.
 
Dat geldt niet alleen voor het engagement dat erin wordt uitgesproken – of vooral indirect gesuggereerd – maar ook voor het bewust antiliteraire karakter van heel wat gedichten. Het lijken soms aantekeningen of afgeluisterde monologen, maar tegelijk is de vers-schikking ingenieus, niet alleen omwille van de ritmische kracht die ervan uitgaat, maar ook op grond van de vele dubbele bodems die ontstaan. Buelens is allerminst een veelschrijver, zeker niet waar het zijn poëzie betreft, en net daardoor ontstaat de indruk dat elke bundel een ander facet van zijn dichterschap laat zien. Wat hier voorligt, lijkt soms evident, maar het is bijzonder intrigerend en stemt tot nadenken (en dwingt daardoor ook tot herlezen).
 
Geert Buelens: Ofwa. Drie gedichten, Querido, Amsterdam 2020, 75 p. ISBN 9789021423968. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri