Letterkunde

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

Hans Demeyer, Sven Vitse: Affectieve crisis, literair herstel

door Dirk De Geest

Dit boek van twee literatuuronderzoekers over de hedendaagse literatuur richt zich in de eerste plaats tot vakgenoten en studenten (het verscheen dan ook bij een wetenschappelijke uitgeverij), maar dat neemt niet weg dat het ook een breder publiek van literatuurlezers kan aanspreken. In die zin hoort het volgens mij ook thuis in de (grotere) openbare bibliotheek en in de boekenkast van wie meer van literatuur verlangt dan enkel ontspanning.  

Hans Demeyer en Sven Vitse concentreren zich op het werk van wat zij de millennialgeneratie noemen, schrijvers die na 1980 zijn geboren en bij uitstek uitdrukking geven aan het hedendaagse levensgevoel. Veel van die jonge schrijvers zijn geconcentreerd rond uitgeverij Das Mag. Deze generatie is de eerste die in feite ‘voorbij’ het postmodernisme schrijft. Het experimenteren met taal en structuren vinden deze nieuwe auteurs niet langer strikt noodzakelijk (soms ronduit protserig en schadelijk voor het verhaal dat zij willen vertellen), en ook de ultieme ironie is hen grotendeels vreemd. In feite keren zij terug naar de wortels van het verhaal dat mikt op herkenning, zowel narratief als emotioneel. Lezers kunnen meeleven met de avonturen en de levensproblemen van het hoofdpersonage, een protagonist die vaak een duidelijk alter ego is van de biografische schrijver zelf.
 
De centrale invalshoek van deze monografie is de stelling dat de cognitieve bekommernissen van het postmodernisme tegenwoordig naar de achtergrond zijn verschoven; in plaats daarvan zijn affecten dominant geworden. Het gaat de protagonisten om gevoelens van fundamentele onzekerheid en crisis, maar tegelijk zijn ze niet volstrekt illusieloos; ze blijven dromen van betere tijden, van betere omstandigheden, van nieuwe vruchtbare relaties. Theoretisch gaan de auteurs daarom de verbinding aan van de recente affecttheorie enerzijds en een kritisch-sociologische analyse anderzijds.  
 
In een aantal hoofdstukken hebben zij het over de kwetsbare identiteit van mensen en hun broze relatie tot anderen, tot de (voor)geschiedenis en het verleden, tot de politieke een maatschappelijke uitdagingen. Het interessantst zijn ongetwijfeld de analyses van specifieke romans; hierin tonen Demeyer en Vitse dat ze voortreffelijke lezers zijn, die in enkele bladzijden het reliëf van een verhaal kunnen laten zien door onverwachte verbanden te leggen of zich te concentreren op een paar ogenschijnlijke details. Zeker op dit vlak zullen lezers van dit boek veel bijleren en inspiratie opdoen voor nieuwe kennismakingen met literaire teksten van vandaag.
 
Omgekeerd zullen niet-specialisten wel moeite moeten doen om de soms complexe theoretische discussies (met veel verwijzingen naar internationale literatuurwetenschappers) te doorgronden; zeker die uitweidingen hadden wat leesvriendelijker mogen zijn voor een boek dat toch een bijdrage wil zijn tot een bredere discussie over het belang van literatuur vandaag. Hetzelfde geldt ook met betrekking tot de internationale bestsellers die vaak als een pendant van de Nederlandse literatuur worden besproken.  
 
Dit informatieve boek roept echter onmiskenbaar ook een aantal vragen op. Een eerste probleem heeft te maken met de methode. Door in te gaan op zowel de persoonlijke affecten van personages als hun maatschappelijke positie krijgen wij een fraai beeld op de spanningen tussen het persoonlijke niveau enerzijds en het publieke (of politieke) niveau anderzijds, maar de koppeling daartussen verloopt niet bepaald rimpelloos: soms staan beide benaderingen zelfs tegenover elkaar. Een ander probleem betreft de manier waarop de besproken teksten vrijwel steeds positief worden beoordeeld; het lijkt er vaak op alsof die waardering berust op de vaststelling dat ze inhoudelijk interessant zijn terwijl de specifieke literaire enscenering daarbij slechts een ondergeschikte rol speelt. Dat pleidooi voor leesbaarheid is echter niet helemaal overtuigend, want documentair zijn niet-literaire teksten vaak efficiënter om een bepaalde boodschap uit te dragen. Ten slotte valt op hoe de auteurs vaak aan anderen het verwijt richten dat zij de historische dimensie uit het oog verliezen, maar zelf ook in dat bedje ziek zijn; veel van wat hier als specifiek wordt aangedragen kan in feite ook gezegd worden van de populaire auteurs uit de jaren 1960-1970, met auteurs als Vandeloo, Ruyslinck of Maarten t’Hart.
 
Hoe dan ook, deze studie biedt een voortreffelijke literaire gids in de prozaproductie van vandaag en brengt een aantal belangwekkende inzichten aan over die literatuur (in een internationaal en theoretisch kader). Ze zal ongetwijfeld een belangrijk ijkpunt worden in verder onderzoek.  
 
Hans Demeyer, Sven Vitse: Affectieve crisis, literair herstel, Amsterdam University Press, Amsterdam 2020, 316 p. ISBN 9789463726917

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri