Vertaald proza

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

Sylvain Tesson: De sneeuwpanter

door Katja Feremans

De Franse schrijver-avonturier Sylvain Tesson (1972) is bekend van zijn tochten door onherbergzame gebieden, onder meer in Siberië, Centraal-Azië en de Himalaya. In zijn verslagen combineert hij natuurbeschrijvingen met maatschappelijke en persoonlijke overpeinzingen. Zo heeft hij in Frankrijk vele harten veroverd met het boek Zes maanden in de Siberische wouden (De Arbeiderspers 2012) over zijn kluizenaarsbestaan tussen februari en juli 2010 in een hut aan het Bajkalmeer.  

Hij is een klimmer die naast bergen ook graag daken van hoge gebouwen bedwingt. Een dak in Chamonix werd hem in de zomer van 2014 bijna fataal, maar tijdens zijn revalidatie keek hij algauw weer vooruit: hij nam zich voor om Frankrijk te voet te doorkruisen over onverharde wegen, zodra zijn gezondheid het zou toelaten. Een jaar na zijn zware val ondernam hij de reis. Ongebaande paden (De Arbeiderspers 2017) is er de neerslag van.
 
Met De sneeuwpanter knoopt hij opnieuw aan bij zijn extremere expedities. Hij heeft zich namelijk door de dierenfotograaf Vincent Munier (1976) laten overhalen om een maand mee te gaan naar de uitgestrekte Changthang-hooglanden in Tibet.
 
Munier hoopt er de hoogst zeldzame sneeuwpanter voor zijn lens te krijgen. Tot het reisgezelschap behoort ook Muniers verloofde, een dierendocumentairemaakster, en een filosofisch ingestelde vriend van hen. Ter plaatse leggen de vier de grote afstanden per jeep af. Ze overnachten in lemen hutten en schaapskooien, of slaan hun eigen tenten op, dit bij temperaturen die tot diep onder nul duiken. Vanaf de strategisch door Munier uitgekozen tussenstops verkennen ze de omgeving te voet. Tegen de achtergrond van sneeuwvelden, bergkammen en kristalheldere luchten ontdekken ze onder meer antilopen, fluithazen, een pallaskat, blauwschapen, wolven, jaks én ook de sneeuwpanter.
 
Het boek Wildlife of the Tibetan Steppe van de vermaarde Amerikaanse veldbioloog George Schaller is Muniers bijbel. Bij het grotere publiek is Schaller vooral bekend als reisgezel van zijn landgenoot en schrijver Peter Matthiessen. In 1973 trokken ze een tweetal maanden te voet door de Nepalese regio Dolpo. In dit afgelegen gebied in de Himalaya observeerde Schaller blauwschapen in de bronsttijd. Ook Schaller en Matthiessen hoopten daarbij de schuwe sneeuwluipaard, een natuurlijke vijand van de blauwschapen, te spotten.
 
Peter Matthiessens verslag van hun onderneming, The Snow Leopard (1978), is een klassieker in de reisliteratuur. Tesson loopt er evenwel niet hoog mee op. In zijn ogen heeft de Amerikaan het ‘nodig gevonden om een labyrintisch boek te schrijven’ rond de sneeuwluipaard, die hij in tegenstelling tot Schaller niet eens heeft gezien. Dat hij vrede heeft met dat niet-zien, gaat er bij Tesson niet in. Ook Matthiessens aandacht voor het spirituele – hij is een beoefenaar van het zenboeddhisme – charmeert Tesson allerminst. Over pelgrims die in een boeddhistische tempel rond wierokende altaren samendrommen, zegt hij laatdunkend: ‘Al dat draaien en rondlopen. Het lijken wel gieren boven een kadaver.’ Het boeddhisme noemt hij verderop vanwege de reïncarnatieleer ook ‘een van de macaberste filosofieën van de uitweg uit het lijden.’
 
Tesson knapt voorts af op De sneeuwluipaard, omdat de schrijver volgens hem hoofdzakelijk met zichzelf bezig was. Het boek brengt inderdaad een persoonlijk verhaal, maar toch is vooral de adembenemende natuur er magistraal in beschreven. Matthiessen doet dit veel nederiger en met meer liefde voor detail dan Tesson zelf. Het is veeleer de Fransman die zijn relaas sterk op zichzelf en zijn overtuigingen betrekt. Zo overstemt hij de natuur door zijn meningen te laten primeren, bijvoorbeeld over de nefaste invloed van de mens op de aarde: ‘Aan dit begin van de eenentwintigste eeuw waren wij, acht miljard mensen, massaal bezig om de natuur te onderwerpen. We stripten de bodem, verzuurden het water, verstikten de lucht.’ Hij legt de vinger op de wonde, maar zijn verontwaardiging blijft heel oppervlakkig en klinkt daardoor hol.
 
Terwijl hij op meerdere punten de indruk geeft Matthiessen te willen afvallen, volgt hij in één opzicht wel diens voetspoor. Matthiessen had enkele maanden voor zijn reis zijn echtgenote aan kanker verloren. Bij momenten is zij hem onderweg heel nabij. Tesson maakt op zijn beurt de mythische sneeuwpanter tot totem van zijn overleden moeder en van een geliefde, die hem heeft verlaten.
 
Met De sneeuwpanter heeft Tesson in Frankrijk alweer een bestseller op zijn naam. Het boek werd daarenboven in 2019 bekroond met de Prix Renaudot. Wat er sterk in naar voor komt, is dat Tessons drie reisgenoten stil worden van het overweldigende landschap, maar dat hij er zelf zijn luide geldingsdrang tegenover zet. Die uit zich in zijn ‘borrelpraattheorieën’ (hij neemt het woord zelf in de mond) en in de citaten en aforismen die hij opdist. De schetterige manier waarop hij zijn notities kleur wil geven, verplettert soms bijna het beeld van de vluchtige sneeuwpanter, die schim van Hoog-Azië. Dit gebeurt zelfs meteen al in de eerste zin na het voorwoord: ‘Net als Tiroler skileraressen bedrijven sneeuwpanters de liefde in een witte wereld.’
 
Sylvain Tesson: De sneeuwpanter, De Arbeiderspers, Amsterdam 2021. 187 p. ISBN 9789029542609. Vertaling van La Panthère des neiges door Eef Gratama. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri