Nederlands proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

Mensje van Keulen: De laatste gasten / Liefde heeft geen hersenen / Schoppenvrouw

door Laurent Meese

Ter gelegenheid van Mensje van Keulens 75ste verjaardag en 50 jaar schrijverschap is een bundeling verschenen van haar recentste drie romans.  

De laatste gasten
speelt zich af in een pension, een broeierige microkosmos waar niets is wat het lijkt. Protagoniste en vertelfiguur is het jonge tienermeisje Florrie. Na de dood van haar moeder werd ze door haar liefdeloze tante Lena opgevoed. Als haar tante eveneens overlijdt, moet ze op eigen benen verder. Negentien jaar en overladen met schuldgevoelens zoekt ze naar een stek waar ze tot rust kan komen. In een pension in een landhuis aan de Amstel aanvaardt ze een baantje als huishoudster. Het gasthuis wordt met strakke hand geleid door Alice Müller, die net als haar vaste gasten excentrieke trekjes vertoont. Alle logés hebben op een of andere manier met kunst te maken, al is het soms onduidelijk waar ze in werkelijkheid mee bezig zijn.
 
Een ogenschijnlijk rechtlijnig en eenvoudig gecomponeerd verhaal ontpopt zich al snel als een complex coming of age-verhaal over een fijngevoelig meisje met een gekneusde ziel. Spanningen tussen de gasten hebben een grote invloed op Florrie, die in haar eigen wereld leeft en de confrontatie met de buitenwereld slechts moeizaam verteert. Net als in het prototype van de pensionroman, Villa des Roses van Willem Elschot, zijn de logés vreemde vogels. De waarheid blijkt even veelkleurig als een lappendeken te zijn en vindt in pension De Meihof slechts moeilijk onderdak De laatste gasten is een indringende roman waarover een sluier van lichte melancholie hangt.
 
In Liefde heeft geen hersenen staat liefde centraal, niet in de romantische betekenis, maar eerder als zinsbegoocheling. De titel en openingszin zijn duidelijk. Protagoniste is Romy Manresa-Jol, genoemd naar de illustere filmactrice Romy Schneider. Haar echtgenoot verloor ze een jaar eerder en sindsdien gaat ze tobbend door het leven. Elke dag gaat ze langs bij haar buurvrouw, Irma Schnetz, een gewezen balletdanseres die op haar oude dag snel achteruitgaat. Als Romy op een ochtend de flat binnengaat, is de oude ballerina overleden. In plaats van meteen de autoriteiten op de hoogte te brengen, wil ze eerst zelf controleren of het geen roofoverval is geweest. Ze is bang dat haar getroebleerde zoon Cristian bij de zaak betrokken zou zijn.  
 
Mensje van Keulen schildert met veel oog voor detail een kleinburgerlijke setting waar de spanning hoog oploopt. 'In een stad waar de straten de aanwezigheid van een gracht alleen nog in hun naam dragen en broodfabriek en bierbrouwerij niet meer dan souvenirs aan een gevel zijn' zoeken haar personages wanhopig naar harmonie en gemoedsrust. In weerwil van veel goede intenties dreigen de neurotische en pathologische karakters ten onder te gaan aan hun onvermogen om gelukkig te zijn.  
 
In Schoppenvrouw ten slotte, maakt Paula het eten klaar voor haar man als ze in een flits op de tv ziet dat hun dochter gezocht wordt voor een overval waarbij een bejaarde man om het leven is gekomen. Ze herkent in de reconstructie van de feiten een jasje van haarzelf, dat ze al tijden niet meer heeft gedragen. Wanneer de kijkers die informatie hebben opgeroepen worden om contact op te nemen, denkt Paula:
 
‘Ik was een van die kijkers, ik was dé kijker, die uit een immens oog bestond. En terwijl dat oog de beelden opzoog, sprong uit een duistere nis in mijn geheugen Adami tevoorschijn. Dokter Adami, de heler, de ziener, de man die leefde van wat hij en zijn klanten zijn gave noemden.’
 
Adami had Paula als jong meisje geadviseerd om geen kinderen te nemen, want het zou haar slecht bekomen. Had hij gelijk of was hij een ordinaire charlatan? Er volgt een terugblik naar haar jeugd waarin ze vanuit haar eigen eenvoudig milieu kennis maakt met de rijkdom en decadentie in het huis van een vriendin. De lange, langzame terugblik brengt geen klaarte, de schrijfster laat de twijfel en de dubbelzinnigheid heersen. Ook blijft onzeker of de oplossing die Paula en Oscar voor hun dochter bedenken er echt een is. Paula sluit af:
 
Ik kijk naar buiten en probeer iets te onderscheiden, maar de tuin is in het donker verdwenen.’
 
In het inktzwarte universum van Mensje Van Keulen is niets wat het lijkt. In haar sobere, suggestieve proza laat ze zien hoe achter mooie façades een wereld van psychologische terreur schuil kan gaan. Schijnbaar achteloos, maar met grote precisie en haarfijn geobserveerd schrijft ze een beknellende wereld tevoorschijn. Alle drie de romans werden lovend ontvangen en haalden de longlist resp. shortlist van belangrijke literaire prijzen als de AKO-, de ECI-, de Fintro- en de Libris Literatuurprijs. Mensje van Keulen ontving in 2014 de Constantijn Huygens-prijs 2014 voor haar hele oeuvre.
 
Mensje van Keulen: De laatste gasten, Liefde heeft geen hersenen, Schoppenvrouw, Atlas/Contact, Amsterdam 2021, 448 p. ISBN 9789025465865. Distributie VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri