Nederlands proza

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Margot Vanderstraeten: Minjan

door Jooris van Hulle

 ‘Mijn orthodox-Joodse ontmoetingen na Mazzel Tov’:zo luidt de ondertitel bij ‘Minjan’ van Margot Vanderstraeten. Na het succes van Mazzel Tov  – het boek werd onder meer vertaald naar het Pools, Duits, Hongaars, Tsjechisch, Frans en Engels en er volgden na de publicatie ervan talloze lezingen in binnen- en buitenland – werd zij zo langzamerhand beschouwd als een ‘kenner’ van het jodendom. Even leek het ernaar dat het boek met de schrijfster aan de haal zou gaan. Qoud non. ‘Het houdt geen steek’, schrijft ze nu in Minjan, ‘dat ik, sjikse, woordvoerster zou zijn van de modern-orthodoxe gebruiken die ik in Mazzel Tov beschrijf. Alles wat ik over onze Joodse buren zeg en schrijf, is het resultaat van persoonlijke ervaringen die ik, hoewel erg betrokken, vanaf de zijlijn heb beleefd. Het is de plek waar ik me het meest op mijn plaats voel in de wereld. De plek ook waar ik wens te blijven staan.’
 
Wat haar ertoe bracht nu een uitvloeisel te brengen als aanvulling bij Mazzel Tov heeft ontegenzeglijk te maken met de journalistieke ingesteldheid die ook al meespeelde bij de roman: hoe persoonlijk ook de invalshoek toen was – Vanderstraeten refereerde er aan de periode dat ze als studente de kinderen in een Joods gezin bijles kwam geven –, de nieuwsgierigheid naar die ‘andere’ wereld vormde ook toen al het substraat voor een beklijvend getuigenis. Nu, in Minjan, luidt het: ‘omdat ik een journaliste ben. Omdat ik wil zien en horen. Omdat ik wil proberen te begrijpen.’
 
In drie aparte hoofdstukken probeert (het blijft proberen, zie wat Esther, haar voornaamste gesprekspartner in het boek, haar voor de voeten gooit: ‘Het leven van een chassied speelt zich niet af in de openbare ruimte. Jij, als buitenstaander, zult onze binnenkant, alles wat ons zo dierbaar is, nooit zien of kennen. Je kunt ons niet begrijpen. Nooit.’) Vanderstraeten voor zichzelf en meteen ook voor de lezer een antwoord te formuleren op de vraag wat en hoe met de Joodse cultuur en de gebruiken binnen deze afgesloten wereld. Uiteraard heeft een en ander, zo niet alles, te maken met de contacten die er kwamen tijdens de lezingen die ze hield over Mazzel Tov. En er was de unieke tentoonstelling Buren2018 in de Dossinkazerne in Mechelen, waarop teksten uit Mazzel Tov werden getoond naast foto’s van Dan Zollmann (‘dat hij als fotograaf toegang krijgt tot de uiterst gesloten gemeenschap van chassidische Joden en al meer dan tien jaar losjes door hun streng religieuze leven laveert, heeft alles met zijn talentrijk autisme te maken’).
 
Na de vernissage (de titel overigens van het openingshoofdstuk) , waarop hapjes werden geserveerd door Hoffy’s (het bekende restaurant van Mosje Hoffman in Antwerpen) was er het bezoek van koningin Mathilde. Samen met Mosje en Dan leidde Margot Vanderstraeten onze vorstin rond. De spanning was te snijden, maar hoe gevat dan de manier waarop Vanderstraeten weet te relativeren. Even goed heeft ze over de jurk die Mathilde draagt, en over haar opmerking aan het adres van Mosje: ‘Vind jij ook niet, Mosje, dat de koningin wonderlijke benen heeft?’ En Mosje’s antwoord, typisch Joods-ontwijkend: ‘Ik dank u dat ik hierbij mag zijn.’
 
Het uitgebreidste hoofdstuk in Minjan is opgebouwd rond de gesprekken die Vanderstraeten voerde (beter: mocht voeren) met Esther, een streng orthodoxe vrouw die zij heeft leren kennen op een van haar lezingen. Het is Esther (die hier trouwens onder een fictieve naam wordt opgevoerd, de Joodse leefregel laat ontmoetingen van één-op-één met niet-gelovigen niet toe) die de schrijfster mee op weg zet in haar poging te begrijpen: ‘Ze onthult voor mij een verborgen universum. Dankzij haar zie ik een glimp van een wereld die anders voor mij verborgen zou blijven.’ Margot Vanderstraeten beweegt zich tussen twee werelden, zij stelt vast, maar oordeelt noch veroordeelt. Als Esther haar erop wijst dat excuses zoeken voor antisemitische uitlatingen op zich al een vorm van antisemitisme is, is er deze bedenking van Vanderstraeten: ‘Misschien is het uit de weg gaan van stennis een neiging die over alle generaties heen wordt doorgegeven: val niet op, zoek geen problemen, maak ons leven niet moeilijker dan het al is. […] Toch snap ik ook Esthers reactie. Het is haar en haar temperament niet gegeven om niet uit te komen voor wie ze is.’
 
In het afsluitende hoofdstuk ‘Lockdown’  – Vanderstraeten begon aan haar boek toen het land op slot ging – verbindt ze haar zoektocht naar het begrijpen van de wereld van de Joden (en hiermee wordt niet alleen bedoeld de gebruiken die ze kennen – ik denk aan het feit dat zij geen handen schudden van vrouwen; ik denk aan de ‘minjan’, de Joodse wet die voorschrijft dat bepaalde delen van het gebed niet mogen worden gezegd zonder minstens tien man  – maar ook de achterliggende ideeën en opvattingen) aan de persoonlijke crisis die zij doormaakt wanneer bij haar partner Martinus keelkanker wordt vastgesteld. Opmerkelijk hier, treffend ook: net zoals de Joden niet zomaar praten over hun diepste overtuigingen, zich dus eerder gaan afsluiten van de hun omgevende wereld, zo treedt ook de auteur niet naar buiten met alle mogelijke details over de ziekte en de behandeling van haar geliefde. En hoe hoopvol alles opklinkt als aan het slot Martinus de eerste ontmoeting van een jong Joods koppel-in-spe weet te regelen in de bistro die hij samen met Vanderstraeten runt. En dat vriendin Dahlia even later laat weten: ‘Zodra er van overheidswege weer gefeest mag worden, zullen ze trouwen.’
 
Minjan is, gedragen door het respect waarvan Vanderstraeten op zowat elke bladzijde getuigt, een krachtig pleidooi voor samen-leven in een maatschappij waarin steeds nadrukkelijker muren worden opgetrokken tussen de verschillende leefgemeenschappen.
 
Margot Vanderstraeten: Minjan, Atlas/Contact, Amsterdam 2021, 304 p. ISBN 9789045043890. Distributie VBK België


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

Anarchisme. Van Bakoenin tot de commons

Ludo Abicht

De minzamen

Koen Peeters

Harlem Shuffle

Colson Whitehead

Nasr Compacter

Ramsey Nasr

Nocilla-trilogie

Agustín Fernández Mallo

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

De heen-en-weerbrief

Gerda Dendooven

Een wonderprachtig dier

Britta Teckentrupp (ill.)

Elke rimpel een verhaal

David Grossman, Ninamasina (ill.)

Het strand

Sol Undurraga

Uit het niets

Aline Sax

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri