Nederlands proza

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Suzanne Voets, Jan Cleijne (ill.): De toverlantaarn

door Lisanne Vroomen

De toverlantaarn van Suzanne Voets is een merkwaardig boek, dat blijk geeft van bijzondere schrijfkwaliteiten en van een gedegen literair-historische kennis, zoals je dat tegenwoordig nog zelden ziet. Het is een verhalenbundel in navolging van de Camera Obscura van Hildebrand. Dat blijkt uit de gekozen onderwerpen, de waarnemingen, de verteller, maar vooral ook uit de schrijfstijl. Die heeft aan de ene kant iets archaïsch, bijvoorbeeld door het gebruik van woorden als ‘gij’, ‘weder’ en ‘gaarne’, maar aan de andere kant ook heel toegankelijk is voor de lezer van nu. De stijl doet daardoor duidelijk denken aan Nicolaas Beets, maar wel in een moderne variant ervan. Lange zinnen worden hierbij overigens niet geschuwd. Als voorbeeld geef ik de beschrijving van de komst van het najaar uit het verhaal ‘Herfstsymfonie’:  

‘Wanneer men uit fietsen gaat, en er tussen wiel en weg onvoorspelbare hobbels of knisperingen op de op velerlei verschillende wijzen geplaveide straten te beluisteren zijn; geluiden afkomstig van het verpletten van zekere rafelige geruite eikeldoppen, taai-broze boomtakken, beukennoten en in het uiterste geval stekelige dan wel ontstekelde kastanje; wanneer men de hond uitlaat en zonder veel moeite te hoeven verrichten, een allervrolijkst en levendigst gooi-haal-brengspel in kan zetten, daar de takken voor het grijpen liggen; wanneer gij het noodzakelijk acht in de vooravond een of meerdere kaarsen aan te steken, zelfs als gij geen romanticus zijt, door het schemeruur dat zich verraderlijk vroeg inzet; wanneer een kind met het eerste gele beukenblad thuiskomt – welnu, dan weet men, het najaar dreigt eraan te komen; of sterker – ’t is er al.’
 
De verteller neemt ons zo mee langs verschillende onderwerpen, zoals de moestuin, de sportschool, het hotel of een verhuizing. De verhalen zijn herkenbaar voor iedereen die wel eens groente of fruit geteeld heeft, de sportschool heeft bezocht, in een hotel is geweest of verhuisd is. De verteller staat lang stil bij details en bijzondere waarnemingen, zoals de verschillende groenten die je kan telen in de moestuin, maar de verhalen zijn meer dan losse waarnemingen.
 
Er is plaats voor humor, zoals de kussenconstructie die de verteller noodgedwongen bouwt in het raam van haar hotelkamer omdat de gordijnen net niet sluiten, en de verteller maakt ruimte voor verhalenbundels binnen het boek over één familie. Waar we bij Beets de familie Stastok hebben, maken we bij Voets kennis met familie Harbrinck. De verteller is een nicht van meneer en mevrouw Harbrinck en kan daardoor als een relatieve buitenstaander over de kerstviering bij de familie vertellen. Dat gaat van een beschrijving van de zeer uitgebreide kerstversiering, tot het liefdesleven van neef Jonas. Oog voor gedetailleerde waarnemingen dus, maar ook voor de medemens. Juist die combinatie maakt het boek erg interessant.
 
De verhalen lijken zich soms af te spelen in het verleden, bijvoorbeeld als er licht gemaakt wordt met een lantaarn, maar aan de andere kant ook in het heden, bijvoorbeeld als er auto gereden wordt. Het is een bewuste keuze van Voets om de vertellingen te laten zweven tussen de tijden in. Ze verwoordt dat zelf als volgt:
 
‘De ene keer wordt hij [=de lezer] teruggevoerd naar het schilderachtige Nederland van toen, waarbij er zo nu en dan een knipoog naar het heden bestaat; een andere maal vormt een hedendaags fenomeen het uitgangspunt, zonder dat de negentiende-eeuwse sferen daarbij uit het oog verloren worden. […] De verweving van verleden en heden zal zo nu en dan voor een zekere bevreemding zorgen, maar daarmee ook juist aan het denken zetten.’
 
Deze samensmelting hangt ook samen met de keuze voor de titel. Een toverlantaarn weerspiegelt niet de werkelijkheid zoals een camera obscura dat doet, maar projecteert juist beelden op de werkelijkheid, zoals ook een diaprojector dat doet. Daarmee creëert de toverlantaarn een eigen wereld en in de opvolging van de plaatjes een eigen verhaal, zoals ook Suzanne Voets dat doet.
 
In de verhalen uit De toverlantaarn is overigens weer genoeg te ontdekken van en over andere schrijvers. Onder andere Vondel en Drs. P komen voorbij en ook Beets zelfs wordt geciteerd. De citaten dragen veelal bij aan de negentiende-eeuwse sfeer, maar laten ook zien hoe de schrijfster zich in deze en andere periodes heeft verdiept én tonen haar liefde voor de letterkunde.
 
Al met al is De toverlantaarn een magisch boek dat je meevoert naar een wereld waarin heden en verleden in elkaar overstromen, waarin het dagelijks leven schilderachtig en gedetailleerd wordt beschreven en waarin de literaire stijl weer iets is dat aandacht verdient. Uiteraard is dit boek een eerbetoon aan Nicolaas Beets en diens Camera Obscura, maar het is ook een kunstwerk op zich.
 
Suzanne Voets, Jan Cleijne: De toverlantaarn. Geïnspireerd door de Camera Obscura, De Arbeiderspers, Amsterdam 2021, 263 p. ISBN 9789029543804. Distributie LM Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

Anarchisme. Van Bakoenin tot de commons

Ludo Abicht

De minzamen

Koen Peeters

Harlem Shuffle

Colson Whitehead

Nasr Compacter

Ramsey Nasr

Nocilla-trilogie

Agustín Fernández Mallo

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

De heen-en-weerbrief

Gerda Dendooven

Een wonderprachtig dier

Britta Teckentrupp (ill.)

Elke rimpel een verhaal

David Grossman, Ninamasina (ill.)

Het strand

Sol Undurraga

Uit het niets

Aline Sax

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri