Poëzie

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2022

Bernard Van Eeghem: Hip en hop en hap en nip. Toegedicht en toegespeeld

door Bart Vonck

‘Onnavolgbaar,’ zo wordt ‘de schrijver, schilder, ontwerper, acteur, zanger, performer en nog zo een en ander’ Bernard Van Eeghem op het achterplat van deze bizarre verzameling teksten (‘dicht-en-zoveel-meerbundel’) genoemd. Wat we hier lezen werd soms al in theaters opgevoerd maar er zijn ook ‘een groot aantal dauwfrisse nieuwe gedichten’ bij. Van de meeste teksten gaan er dertien in een dozijn. Ik vermoed dat er na een strenge selectie niet veel overgebleven zou zijn. Maar de auteur publiceert gewoon wat bij hem opkomt en deze spontaneïteit lijkt hier het echte criterium en ze heeft lak aan wat voor literair zou kunnen doorgaan. Onbeschaamd laat de auteur zich leiden door automatismen die, ook als ze belachelijk zijn, teksten produceren die bol staan van taalspelletjes die op weinig lezers indruk zullen maken: ‘Er was eens een ladder en de ladder was zat en de ladder viel om. Hahi, haho, dodo, dood. Bim bam bom pipi kaka kom kom.’ Proza en verzen wisselen elkaar af en een aantal taferelen is schatplichtig aan een soort theater dat in andere tijden voor slecht dadaïsme zou kunnen doorgaan. Ik las en werd meewarig van zoveel onnozel gezwans.  

Maar toen las ik op de cultuurbladzijden van het weekblad Bruzz een artikel van Michaël Bellon over Van Eeghems tentoonstelling ‘Expo 53’. Bellon noemt het fenomeen Van Eeghem een ‘vrij associërende artistieke omnivoor’ en vermeldt ook de kritiek die ooit aan het adres van de kunstenaar werd gericht: ‘Bernard Van Eeghem is een flierefluiter die af en toe eens aardig uit de hoek komt’. Dat is de verwoording van wat ik van de bundel teksten vind. Maar er is ook sprake van een bravoure die de kunstenaar maakt tot wie hij is: van deze kritiek maakte hij een ‘lijfspreuk’ die op de muren van de expo ‘geklad’ staan. Dit inzicht is inderdaad het enige dat de lezer van de teksten ter harte moet nemen. De kunstenaar eist met bravoure zijn strapatsen op en tot dat universum van de performance behoren ook de teksten.
 
De kunstenaar en zijn (poëtische, prozaïsche, picturale…) uitingen moeten samen gelezen worden. De teksten krijgen dan een dimensie die hun boekvorm overstijgt. Ze behoren tot de ‘vent’ en halen daaruit hun ‘vorm’, hoe bedenkelijk het literaire niveau ook mag zijn. Want wie literaire criteria op dit boek loslaat, begeeft zich op glad ijs. En komt daar Van Eeghem tegen die luid roepend verkondigt dat het ijs al aan het smelten is. Ik had inderdaad heel vaak het gevoel dat deze verwoordingen al door het ijs gezakt waren. Wie zich daaraan blijvend ergert, heeft weinig begrepen van Van Eeghems bedoelingen die wellicht eerlijk zijn en het ook gemunt hebben op een poëtische traditie waarvan de ernst hier te kakken wordt gezet.
 
Van Eeghem is een artistiek fenomeen en zijn teksten zijn daar een dimensie van. Hun literaire kwaliteit is uitermate bedenkelijk. Hun speels-repetitieve vormen zijn een onderdeel van een totale expressie die haar eigen maatstaven ontwerpt. Of de lezer de auteur volgt, is een vraag van een andere orde.
 
Bernard Van Eeghem: Hip en hop en hap en nip. Toegedicht en toegespeeld, Fluxenberg, Brussel, 2021. 120 p. ISBN 9789464070163 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2022

De Amerikaanse bril

Robert Menasse

De huzaar op het dak

Jean Giono

Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie

Mark Elchardus

Trojaanse gedachten

Alicja Gescinska

Vrienden van de poëzie. Verhalen

Guido van Heulendonk

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2022

Arsène Lupin, gentleman-inbreker

Maurice Leblanc, Vincent Mallié (ill.)

Eén enkele seconde

Rébecca Dautremer

Iets heel bijzonders

Susin Nielsen

Rekenen voor je leven

Edward van de Vendel & Ionica Smeets, Floor de Goede (ill.)

Toen Jonas in de walvis zat

Maria van Donkelaar, Sylvia Weve (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri