Poëzie

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2022

Henk Ester: Wiskunde van lyriek. Bijgeluiden LIV t/m LXVII

door Dirk De Geest

Henk Ester is voor alles een oeuvredichter. Elke poëziebundel van zijn hand vormt weliswaar een afgerond geheel, maar staat toch in nauw verband met het eerdere werk. Deze bundel voert niet toevallig de ondertitel ‘Bijgeluiden 54 tot en met 67’. De gedichten vormen inderdaad de logische voortzetting van een project dat de dichter al vanaf zijn eerste bundel drijft. Daarbij gaat het om een zoektocht naar het wezen van taal en de werkelijkheid, voorbij de al te concrete anekdote.

Ester karakteriseert zelfs zijn ‘doorgaans beknopte en zeer condense) teksten als ‘Bijgeluiden’, die als het ware resoneren bij de wereld en de manier waarop het subject in die wereld staat. Daarbij lijkt het erop dat de bundel een beweging laat zien van relaties naar handelingen. De eerste reeksen (want geen enkel vers staat op zich) hebben immers weinigzeggende voorzetsels als titel, de laatste zwaarwegende werkwoorden als ‘scheiden’, ‘doorstaan’ of ‘dansen’. Die uiterste aandacht voor het kleinste detail onderstreept hoe de dichter met grote precisie zijn gedichten en zijn gedichtenreeksen concipieert en componeert tot een meerstemmig geheel. Het is hem bij dat alles niet zozeer te doen om anekdotes of subjectieve ervaringen, maar veeleer om de zoektocht naar meer algemene patronen.
 
De taal speelt daarbij als centraal thema een doorslaggevende rol. Veel gedichten reflecteren expliciet op de mogelijkheid om betekenissen te vatten, om dingen te benoemen, om de werkelijkheid te doorgronden en in laatste instantie om poëzie als een volwaardig medium te beschouwen. Van bij het begin is bijvoorbeeld sprake van een taal die zich op het ‘tussen’ richt, op wat ontsnapt aan onze dagelijkse begrippen of wat uiteenlopende dingen met elkaar verbindt. Dat tussen dekt in deze poëzie uiteenlopende ladingen. Formeel blijft in de woordkarige gedichten veel ongezegd, waardoor de lezer als het ware onophoudelijk die leemte (of leegte) ‘tussen’ de woorden en de beelden moet opvullen. Hetzelfde doet zich uiteraard voor tussen de opeenvolgende strofen en gedichten. Even belangrijk is echter hoe herhalingen, synoniemen en associaties dwingen tot een actief leesproces, dat ertoe aanzet om verbindingen te leggen en contexten te creëren om de woorden op het blad extra betekenis te geven.
 
Uiteindelijk gaat Ester zo op zoek naar een ultieme waarheid die enkel via de poëzie te achterhalen of te suggereren valt. Abstracte formules en concrete indrukken gaan moeiteloos in elkaar over, en zo ontstaat een beeld van de werkelijkheid dat tegelijk verbrokkeld is en synthetisch wil zijn: de samenhang van alle dingen speelt zich weliswaar grotendeels af in ons hoofd, maar de relevantie daarvan is daarom niet minder. Ester wil de wiskunde laten zien van een precieze lyriek, maar omgekeerd toont hij evenzeer de lyrische suggestiviteit van een wetenschappelijke blik.
 
Henk Ester: Wiskunde van lyriek. Bijgeluiden LIV t/m LXVII, De Arbeiderspers, Amsterdam 2021, 79 p. ISBN 9789029545075. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2022

De Amerikaanse bril

Robert Menasse

De huzaar op het dak

Jean Giono

Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie

Mark Elchardus

Trojaanse gedachten

Alicja Gescinska

Vrienden van de poëzie. Verhalen

Guido van Heulendonk

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2022

Arsène Lupin, gentleman-inbreker

Maurice Leblanc, Vincent Mallié (ill.)

Eén enkele seconde

Rébecca Dautremer

Iets heel bijzonders

Susin Nielsen

Rekenen voor je leven

Edward van de Vendel & Ionica Smeets, Floor de Goede (ill.)

Toen Jonas in de walvis zat

Maria van Donkelaar, Sylvia Weve (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri