Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2022

Hermann Ungar: De klas

door Jan Baes

'Hij mocht geen terrein prijsgeven, wat er ook gebeurde. Hij moest, wat er ook gebeurde, met de kracht van zijn gedachten en onder aanroeping van Gods naam, het punt zien te bereiken waar zijn noodlot, en dat van Selma en zijn ongeboren kind, beslist werd. Want er bestond geen toeval. Het ene was het gevolg van het andere. Alles was met elkaar verbonden, woorden, daden, mensen. Op één plaats kwam alles samen, en daar werd beslist over leven en dood.'  

Hij, dat is Josef Blau, een schriel, schichtig mannetje, gefrustreerd door zijn povere afkomst, voortdurend bang om af te gaan, behept met achtervolgingswaan, hardvochtig en maniakaal in zijn optreden, zeker op het gymnasium waar hij les geeft aan adolescente jongens in matrozenpakjes, die vrijwel allen uit de hogere burgerij afkomstig zijn. Meedogenloze vijanden dus die hem bij het minste teken van zwakte zullen afmaken, vreest hij.
 
Josef Blau is getrouwd met de blonde, seksueel aantrekkelijke Selma, zodat hij ervan overtuigd is dat her en der kapers op de kust liggen en hij haar uit jaloersheid verplicht lange japonnen te dragen, die haar weelderige vormen moeten verbergen. Over haar zwangerschap en de komende bevalling mag met geen woord worden gesproken, bang als hij is dat elk zinsnede, elke gedachte zelfs, zou betekenen: het noodlot tarten. 'Kon je je adem maar inhouden om te verhoeden dat je met je ademtocht de loop der dingen ontwrichtte.'
 
Josef Blaus ondergang tekent zich al snel af en wel naar aanleiding van een schoolreisje waarbij de jongens onder zijn strikte leiding en in verplichte alfabetische marsorde, luid zingend het heuvelland intrekken. Alles lijkt onder controle tot ze op de klas van zijn atletische collega Leopold stuiten die met zijn vrolijk lachende leerlingen, allen met ontbloot bovenlichaam, aan gymnastiek doet. Blau leidt zijn klas zo snel mogelijk weg van de bekoring, maar als hij voelt dat zijn gezag onder druk komt, verliest hij, bij het oversteken van een beekje door paniek gegrepen, het bewustzijn. Leopold komt assistentie verlenen en stuurt hem naar huis om uit te rusten.
 
Onrustig en totaal verward komt hij in zijn armzalige woonkamer waar hij, naast Selma en haar inwonende moeder Mathilde, ook de dikke, vraatzuchtige oom Bobek aantreft, neef van de overleden echtgenoot van Mathilde. Er wordt flink gedronken en Josef Blau laat zich, verdwaasd als hij is, makkelijk meeslepen om ook een glaasje mee te drinken, vooral als zijn collega Leopold, die naar zijn gezondheid komt informeren, meteen aanschuift om een levendig gesprek aan te knopen met Selma. De intussen stomdronken Blau ziet al zijn angstige vermoedens bewaarheid worden.
 
Hermann Ungar (Boscovice,1893 - Praag,1929) schreef Die Klasse twee jaar voor zijn overlijden als gevolg van een verwaarloosde blindedarmontsteking. Het is zijn derde prozawerk na de verhalenbundel Knaben und Mörder (Knapen en moordenaars, 1920) en Die Verstümmelten (De verminkten, 1923) helemaal gezet in de geest van het Duitstalige expressionistische interbellum, militant maatschappijkritisch, altijd pessimistisch van toon, naargeestig ook, met personages die geobsedeerd en soms bezeten zijn door duistere driften. Dat alles in een broeierige sfeer, die het groteske nooit uit de weg gaat, zoals we dat kennen bij schrijvers als Hermann Broch, Heinrich Mann, Alfred Döblin en Hermann Grab, nog zo'n vergeten schrijver.
 
De tekening van personages als de exhuberante Bobek, maar vooral van de intrigant Modlizki ('hij wilde niets van het andere kamp weten, zelfs geen kennis') is typerend voor deze literaire strekking. Deze laatste figuur is ronduit een raadsel in de roman, in de eerste plaats voor Josef Blau, maar allicht ook voor het personage zelf. Ze hebben ooit als veelbelovende jongelingen samen naar sociale promotie gehengeld, maar alleen Blau werd uitverkoren. Het ambivalente gevoel van verraad en onrecht zal geen van beiden ooit verlaten. Blau die Modlizki, nu een bediende bij rijke heren, blijft opzoeken, vooral als hij in een crisistoestand verkeert en hulp behoeft, Modlizki die als de engel des doods zijn wraakgevoelens op een geraffineerde wijze blijft uitoefenen, tot aan het voor iedereen bittere einde.
 
Een sterk boek dat, zoals het hoofdpersonage, naar het einde toe, in een onvermijdelijke chaos dreigt te verzinken:
 
'Wat bleef er dan over, wat bleef er over voor de mens die had ingezien dat je met alles wat je deed verantwoordelijkheid op je laadde, en schuld; dat ieder woord en iedere gedachte onstuitbaar zijn weg vervolgde en een dodende, vernietigende kracht bezat? Hem die tot inzicht was gekomen, restte toch niets anders dan te sterven? Kon een mens dit inzicht überhaupt met zich meedragen zonder aan deze kennis te sterven?'
 
Hermann Ungar: De klas, IJzer, Utrecht 2022, 220 p. ISBN 9789086842582. Vertaling van Die Klasse door Angela Adriaensz met een nawoord van Tom Naaijkens. Distributie EPO

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2022

April in Spanje

John Banville

De aftocht

Anna Eble, Marleen Nagtegaal, Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek (sam.)

De draaischijf

Tom Lanoye

De val van de Taira

Anoniem

Er is nog tijd

Rodrigo García

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2022

De wereldgeschiedenis in 100 dieren

Simon Barnes en Frann Preston-Gannon (ill.)

Ik blijf ook altijd bij jou

Smriti Halls, Steve Small (ill.)

King en de drakenvlinders

Kacen Callender

Mevrouw Das en Meneer Ping

Rindert Kromhout en Natascha Stenvert (ill.)

Sneeuwwit

Daan Remmerts de Vries, Mark Janssen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri