Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2022

Thomas Bernhard: Beton

door Carl De Strycker

Rudolf is een musicoloog die zich al tien jaar voorbereidt op het schrijven van een boek over zijn lievelingscomponist Felix Mendelssohn Bartholdy, maar er maar niet in slaagt om daaraan te beginnen. Alle materiaal heeft hij verzameld, het concept heeft hij in z’n hoofd en hij moet enkel nog de tekst uitschrijven. Alleen: de pen op papier zetten lukt hem niet. De frustratie daarover projecteert hij in eerste instantie op zijn oudere zuster. Zij is naar zijn hoeve op het platteland gekomen om hem te verzorgen en te helpen, maar hij vindt dat zij hem in de weg loopt. Geen goed woord heeft hij voor haar over. Elke keer als hij denkt te kunnen starten, is er wel iets wat hem van de arbeid afhoudt of stoort. In de vorm van lange tirades reageert hij zich op haar af.  

Wanneer zij terugkeert naar Wenen, wordt hem duidelijk dat zij niet verantwoordelijk is voor zijn impasse en wijt hij zijn schrijfkramp aan allerlei andere boosdoeners. Zoals zo vaak bij Thomas Bernhard spuwt de verteller duchtig zijn gal op alles en iedereen, wat tot genadeloze analyses van allerlei fenomenen en Oostenrijkse huichelachtigheden leidt. Wanneer hij naar Palma de Mallorca trekt, waar het klimaat aangenamer is voor de longziekte waaraan hij lijdt, met de bedoeling om eindelijk een aanvang te maken met het schrijfwerk, wordt hij opnieuw geconfronteerd met het verhaal van Anna Härdtl. Haar leerde hij kennen bij een vorig bezoek aan het eiland en haar tragische levensverhaal plaatst zijn eigen beslommeringen enigszins in perspectief. Rudolf noteert genadeloos: ‘We trekken ons meteen op aan iemand die nog ongelukkiger is.’
 
Anna spoorde haar man aan om zelfstandige te worden, maar dat liep zodanig fout dat hij eraan onderdoor dreigde te gaan. Tijdens een reisje naar Mallorca om hem op te beuren, tuimelt hij van het terras van de hotelkamer op de betonnen plavuizen. Anna – pas in de twintig – blijft achter met een driejarig kind; haar echtgenoot wordt in een grafkelder bij onbekenden begraven. Nu hij terug is in Palma, herinnert Rudolf zich Anna’s verhaal en bezoekt het kerkhof. Daar vindt hij op de deksteen niet alleen de naam van de man, maar die van haar. Daarover is hij zodanig ontzet dat hij vlucht naar zijn hotel: ‘Ik trok de gordijnen van mijn kamer dicht, schrijft Rudolf, slikte verscheidene slaappillen en werd pas zesentwintig uur later wakker in de grootste angst.’
 
Ik citeer de laatste zin in zijn geheel omwille van de twist die deze met zich meebrengt: ‘schrijft Rudolf’, staat er. Wie het begin van de roman er opnieuw bij neemt, ziet ook in de openingsfrase zo’n tussenzinnetje. Dat betekent dus dat er nog een verteller is behalve Rudolf, en dat wat we net gelezen hebben niet de gedachten van Rudolf zijn op dit moment, maar zijn notities die door iemand anders gevonden zijn. Die gaan uiteindelijk niet over Mendelssohn, maar over zijn worsteling om te schrijven en ze vertellen het verhaal van Anna. Die half vergeten geschiedenis heeft blijkbaar een diepe indruk op hem gemaakt. De bedenkingen die in eerste instantie op zijn writer’s block lijken te slaan – ‘De zinnen maken ons bang, eerst maakt de gedachte ons bang, dan de zin, dan het idee dat we die zin misschien niet meer in ons hoofd hebben als we hem willen opschrijven.’ – hebben dus betrekking op de gebeurtenissen rond Anna. Dat trauma moet hij eerst kunnen vertellen alvorens hij zijn eigen blokkade kan opheffen.
 
De verteller heeft wel wat autobiografische trekken van zijn auteur (de ziekte, de hoeve waarin hij woont, de boosheid). Op die manier krijgt het boek ook een poëticale laag, waarbij het schrijven pijnlijke anekdotes verheldert. Maar bovenal is Beton een typische Bernhard: ook in deze kleine roman vindt de lezer de kenmerkende eindeloze meanderende zinnen vol boosaardige opmerkingen en sardonische observaties. Het is niet minder dan een prestatie van Ria van Hengel dat ze die in soepel Nederlands voor de lezers ontsluit.  
 
Thomas Bernhard: Beton, Vleugels, Bleiswijk 2022, 120 p. ISBN 9789493186491. Vertaling van Beton door Ria van Hengel

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2022

April in Spanje

John Banville

De aftocht

Anna Eble, Marleen Nagtegaal, Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek (sam.)

De draaischijf

Tom Lanoye

De val van de Taira

Anoniem

Er is nog tijd

Rodrigo García

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2022

De wereldgeschiedenis in 100 dieren

Simon Barnes en Frann Preston-Gannon (ill.)

Ik blijf ook altijd bij jou

Smriti Halls, Steve Small (ill.)

King en de drakenvlinders

Kacen Callender

Mevrouw Das en Meneer Ping

Rindert Kromhout en Natascha Stenvert (ill.)

Sneeuwwit

Daan Remmerts de Vries, Mark Janssen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri