Nederlands proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2022

Tom Lanoye: De draaischijf

door Jan-Bart Claus

‘Het was tijd voor mijn grote droom.’ Regisseur Alex Desmedt watertandt bij de gedachte aan een draaischijf. Een theaterstuk kan daarmee met tijd en plaats spelen, terwijl het publiek die flukse wissels moeiteloos aankan. Maar in Tom Lanoyes De draaischijf loopt er met elke schijf wel iets mis. Behalve met de opportunistische Desmedt, die de lezer al sissend verleidt.  

Met De draaischijf heeft Lanoye na Mortier, Olyslaegers en Hertmans zijn grote collaboratieroman vast, die zich afspeelt in Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onmiskenbaar draagt de roman Lanoyes afdruk als theateradept. In de persoon van succesregisseur Alex Desmedt krijgt de lezer stevige lezingen theatergeschiedenis, van Wagner tot Beckett en Pinter. Zelf blijkt Desmedt een Midas, Faust en Mefistofeles.
 
‘Niet alles verliep zoals het moest zijn en niet alles verdient achteraf begrip, laat staan genade.’ Postume verteller Alex Desmedt kijkt terug op zijn leven als directeur van de Antwerpse theaters. Twee ‘knekelknechten’ bestellen zijn simpele kist ter aarde. Er zijn geen rouwenden, er speelt geen dodenmars, en de kist trekt niet naar het Schoonselhof, dat Antwerpenaren hun Père-Lachaise durven te noemen.  
 
Nochtans verandert alles wat Desmedt aanraakt in goud. Na een gedwongen ontslag installeert de voormalige directeur van de Bourla een draaischijf in een ander obscuur zaaltje. Die zal dienen om Oscar Wildes Salomé nieuw leven in te blazen. Hij rekent zich zegezeker tot de motor het begeeft. Alex improviseert à la Flamande door het mechanisme te vervangen met een paardenmolen, die hij uit tijdgebrek niet verhult. Criticus Herman Teirlinck ziet er theatergeschiedenis in: ‘Lof om de verkeerde redenen valt te verkiezen boven kritiek om de juiste redenen.’ Maar de tragiek van Midas is die van het ongewilde goud.
 
Tijdens de bezetting erkent de Duitse Stadtkommissar de waarde van een theatermidas als Desmedt. Met hem kunnen zij de Antwerpenaar overtuigen van de Duitse cultuur. Zijn broer en overtuigd zwarthemd Rik belt de gevluchte Alex om terug te keren naar de Bourla: ‘Ik hing op en wist genoeg. Ik werd gevraagd. Om wie ik was, om wat ik betekende.’
 
Voor de fine fleur van de collaboratie boekt Alex met De Vlaamse leeuw een moeiteloos succes. Zolang hij zijn geliefde Lea Liebermann en andere Joodse leden van het gezelschap weert, kan Alex opnieuw directeur worden de Antwerpse theaters. ‘Niet aarzelen. Tekenen.’ Lea weet dat Alex niet kan weigeren. Faustiaans denkt hij van de Duitse bezetter te kunnen profiteren, zonder te hoeven collaboreren: ‘Ik was ze gewoon allebei. Terzelfder tijd. Zoals het een geniaal acteur betaamt. Een maestro van de dubbelrol.’
 
Alex speelt de rol van passivist, die uitblinkt in niets doen en ondergaan. De bezetter vraagt hem naar Den Haag om het Deutsches Theater in den Niederlanden te dopen met Faust. Ook Goebbels en Göring zullen present tekenen. Vanwege de ‘grootste en vernuftigste draaischijf die ik in mijn bestaan zou mogen aanschouwen’ kon Alex niet anders. Maar opnieuw weigert de draaischijf dienst. En toch, terwijl onderduikers schuilen in de luster boven het podium, wordt het stuk weerom een succes. Alex minimaliseert: ‘Ik kan niet anders dan deze marteling te ondergaan.’
 
De lezer moet zich hoeden, want Faust blijkt Mefistofeles. Niet voor niks is Alex’ motto ‘onderspeel je hand.’ Daar is ook de vertelling schatplichtig aan. Subtiel positioneert Alex zich als slachtoffer. Slechts in enkele scénes weerklinkt het venijn, zoals tijdens de receptie na Faust:
 
‘Iemand als ik mag niet anoniem blijven, een naamloze in deze massa. Ik heb zoveel meer in mijn mars dan de meesten hier. Sommigen moeten minstens leren weten wie ik ben. Waarom kwam ik anders naar hier?’
 
Hij moet en zal de hand van Goebbels en Göring schudden.
 
Alex Desmedt verleidt en zaait twijfel. Haast nergens is hij te betrappen. Hij slaagt er zelfs in de lezer aan zijn kant te krijgen. Durft Desmedt het werkelijk niet aan zijn fouten in de ogen te kijken? Of luisteren we naar de manipulatieve sisseltong van een narcist? Lanoye voert een magnifiek personage op, die eigenlijk de enige performante draaischijf blijkt.
 
Overvloedige verwijzingen naar theaterstukken maken de tekst bijwijlen stug, al blijft de roman een frisse portie fictie op klassieke wijze. Geen essayistische beschouwingen of filosofische intertekstualiteit, maar een plot, een lastig personage en een hypnotische taal. Meer heeft De draaischijf niet nodig om haar lezer een groots rad voor de ogen te draaien.
 
Tom Lanoye: De draaischijf, Prometheus, Amsterdam 2022, 473 p. ISBN 9789044649321. Distributie L&M Books  

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri