Vertaald proza

BOEKEN NR. 7, SEPTEMBER 2022

Roy Jacobsen: Ogen van de Rigel

door Johanna Cassier

Na De onzichtbaren en Witte zee is nu ook het derde deel van Roy Jacobsens epos over de familie Barrøy naar het Nederlands vertaald. In Ogen van de Rigel gaat Ingrid op zoek naar Alexander, de jonge Russische krijgsgevangene met wie ze tijdens de oorlog een relatie had en van wie ze een dochtertje kreeg. Haar tocht voert haar weg van thuiseiland Barrøy, door het binnenland van Noorwegen tot aan de grens met Zweden. Ze ontmoet mensen die Alexander tijdens zijn vlucht hebben geholpen, en stukje bij beetje krijgt ze een beeld van de moeizame tocht die haar geliefde heeft gemaakt. Al roept elk antwoord ook weer nieuwe vragen op. Voortdurend heeft Ingrid het gevoel dat mensen haar niet alles vertellen, of de waarheid verdraaien. Willen ze haar sparen? Zijn ze beschaamd over hun eigen aandeel in de gebeurtenissen? Ingrid heeft er het raden naar. Meermaals staat ze op het punt om het op te geven, maar de drang om Alexander op het spoor te komen houdt haar telkens weer op de been.  
Ogen van de Rigel begint als volgt: 
 
‘Vanuit de lucht ziet Barrøy eruit als een voetstap in de oceaan, met in het westen een paar verbrijzelde tenen. Ware het niet dat niemand Barrøy ooit vanuit de lucht heeft gezien’.
 
Met deze zinnen verklapt Roy Jacobsen meteen dat er in deze derde roman een verandering op til is. Een verandering in perspectief, om precies te zijn. In De onzichtbaren werd al duidelijk dat eilanders een heel eigen manier hebben om naar de wereld te kijken. Het zijn stugge, stille mensen met een beperkte woordenschat. Ze kennen hun wereld, hun eiland, maar de wereld daarbuiten begrijpen ze vaak niet. Het is als het ware een state of mind, het eiland fysiek verlaten verandert daar niet veel aan. Zo brengt Ingrid in Witte zee een deel van de oorlogsjaren door op het vasteland, maar kan ze vaak nauwelijks betekenis geven aan wat zich voor haar ogen afspeelt. Dat nauwe eilandersperspectief wordt in Ogen van de Rigel opengetrokken door de komst van een verteller die, zoals de openingszin al aangeeft, met een ruimere, overschouwende blik kijkt.
 
Wanneer Ingrid in Ogen van de Rigel iets niet ziet, draaft de verteller op om de hiaten te vullen. Zo merkt Ingrid niet dat een aantal van haar informanten achter haar rug met elkaar contact hebben. De verteller neemt ons bij de hand en wijst de telefoons aan die Ingrid niet had gezien in de huizen van de verschillende betrokkenen. En zo gebeurt er in dit deel precies het tegenovergestelde van wat in Witte Zee gebeurde. Daar zorgde het beperkte perspectief van Ingrid continu voor het onbehaaglijke gevoel dat je niet zag wat er eigenlijk gebeurde. Hier wordt datgene wat niet klopt net expliciet – en daardoor veel eenduidiger – naar voren gebracht.
 
Ogen van de Rigel gaat over dezelfde thema’s als Witte zee: de gebrekkige betrouwbaarheid van onze zintuigen en onze herinneringen, en hoe moeilijk het daardoor kan worden om de waarheid te achterhalen. Maar terwijl Jacobsen in Witte Zee het gebrekkige perspectief van Ingrid gebruikte om deze thema’s in al hun onheilspellende gelaagdheid te tonen gaat hij in Ogen van de Rigel voor het veel minder prikkelende procedé van de expliciete benoeming. De dialogen en interacties wekken op zich weinig wantrouwen, we moeten het stellen met Ingrid die haar gesprekspartners nadrukkelijk van liegen beschuldigt. Of met een verzuchting als ‘Waarom is iedereen zo bang om zich iets te herinneren?’ Ook over de oorlog, die in Witte Zee in al zijn ontregeling tastbaar werd, wordt hier enkel in samenvattende termen of gemeenplaatsen gesproken. Zo wijst de verteller ons erop dat de waarheid ‘het eerste slachtoffer van de vrede is’.  

In Ogen van de Rigel ruilt Roy Jacobsen het prikkelende, evocatieve en bedreigende universum van Witte zee in voor een nogal vlakke, ondubbelzinnige en stereotype wereld: iedereen liegt en de oorlog is een smetvlek die we maar beter weer vergeten. Het had nochtans bijzonder kunnen zijn: de pientere, door het leven en de oorlog getekende eilandbewoonster die de ontmoeting aangaat met mensen van het Noorse vasteland, met wie ze niets gemeen heeft behalve de ontmoeting met die ene, belangrijke andere. Maar het verhaal heeft niet dezelfde zuiverheid en authenticiteit als de twee vorige delen. Aan het einde ben je blij om weer op Barrøy te zijn.
 
Roy Jacobsen: Ogen van de Rigel, De Bezige Bij, Amsterdam 2022, 230 p. ISBN 9789403136813. Vertaling van Rigels øyne door Paula Stevens. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, SEPTEMBER 2022

Achter de slaperdijk

Martha Heesen

De rozentuin

Maeve Brennan

Krop : want er is tussen ons iets enorms aan de gang

Anne Provoost

Scheiden

Susan Taubes

Weerlicht

Jante Wortel

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, SEPTEMBER 2022

Aicha en de verloren taal

Fikry El Azzouzi, Trui Chielens (ill.)

Alma; Van Honduras naar de Verenigde Staten, 2500 kilometer op de vlucht

Sander Meij

Bliksemkind

Hans Hagen, Martijn van der Linden (ill.)

De dag dat Oorlog naar Rondo kwam

Andriy Lesiv, Romana Romanyshyn

Onheilsdochter

Jean-Claude van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri