Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Edgar Selge: Eindelijk heb je ons gevonden

door Carl De Strycker

Op zijn 73de debuteerde Edgar Selge, in Duitsland een bekende film-, tv- en theateracteur, met een autobiografische roman over zijn jeugd, die hij tijdens de lock down had geschreven – het werd een bestseller. In de Nederlanden gaat zijn roep als toneelspeler hem natuurlijk niet vooraf en moet de roman het doen met de aanbevelingen van de jubelende Duitse pers, die deze eersteling met superlatieven overlaadde en die op de backcover en de flappen van de vertaling worden geciteerd: ‘Wat een verhaal, wat een boek.’ (Stern), ‘Beter kan je niet schrijven.’ (Süddeutsche Zeitung), ‘Een briljant geschreven, geestig en melancholisch boek’ (NDR Kultur) en ‘Een prachtige tekst over opgroeien’ (Die Zeit). Dat schept natuurlijk torenhoge verwachtingen die zo’n boek moeilijk kan inlossen. Het was bij mijn lectuurervaring dus een beetje zoals toen ik de eerste keer Westvleteren proefde, ‘het beste bier van de wereld’. Dat bleek niet het vloeibare goud dat ik had gedacht, maar gewoon bier, lekker, heel lekker weliswaar, maar ten opzichte van de gecreëerde verwachting enigszins teleurstellend. Ook Eindelijk heb je ons gevonden is een goed, een heel goed boek, maar niet de literaire sensatie zoals de marketingafdeling van de uitgeverij ons wil doen geloven.  

Selge vertelt hoe hij in de jaren 1960 met zijn broers opgroeit bij zijn vader, een gevangenisdirecteur en verdienstelijk pianist, en zijn moeder, huisvrouw en een iets minder verdienstelijke violiste. Aan de hand van anekdotes uit het dagelijkse leven – snapshots uit de jeugd – die in eerste instantie kleine voorvallen beschrijven, wordt een caleidoscopisch beeld geschetst van het gezin en wordt uiteindelijk beetje bij beetje het grotere plaatje duidelijk. De vader heeft zich tijdens de nazitijd gecompromitteerd en de frustratie over de consequenties daarvan kanaliseert hij via zijn carrière als amateurmuzikant, maar werkt hij ook uit via onverdraaglijk streng, en op momenten zelfs grensoverschrijdend gedrag. De zonen zitten vast tussen grote cultuur enerzijds en brutale dictatuur anderzijds; hun huis dat zich op het domein van de penitentiaire instelling bevindt, wordt een huis clos, en hun papa een man met wie gebroken moet worden als ze lucht willen krijgen. Langzaam aan worden voor de kinderen, en tegelijk met hen ook voor de lezer, de geheimen duidelijk en dat leidt tot de interpellatie van de vader, maar die kan of wil het gesprek niet aangaan. De zonen komen elk op hun manier in verzet en vinden een manier om daarvan weg te vluchten. Voor Edgar zal de fantasiewereld van de film hem redden (waardoor zijn uiteindelijke beroepskeuze als acteur dus een verklaring krijgt).
 
Het is echter pas door dat alles zovele jaren later te overzien met het oog op voorliggend boek dat een echte verwerking mogelijk is, zoals het sleutelhoofdstuk ‘Droom over mijn vader’ duidelijk maakt:
 
‘In mijn dromen die elke nacht hun netten uitwerpen, duiken sinds kort mijn ouders als zekere bijvangst op. Ik droom dat ze verloren gelopen zijn, ergens in de chaos van de wereld. Ze dwalen rond en zoeken me wanhopig. En in mijn dromen word ik gekweld door de gedachte dat ze de weg terug niet kunnen vinden omdat ze hun oriëntatie verloren hebben.
[…]
Plotseling neemt de droom een wending, en ik ontmoet hen weer. In een totaal vreemde omgeving vind ik bij toeval de goedkope hotelkamer waarin ze wonen. Ik ga er binnen, maar
ze zijn uitgevlogen.
[…]
Dan hoor ik de deur. Ik onderbreek de druk van mijn blaas, trek vliegensvlug mijn broek op, ren de kamer in en zie mijn moeder in haar zomerjas voor de geopende hotelkast staan. Ze lijkt iets te zoeken.
Ze is teruggekomen! Uit de wirwar van de wereld is ze naar haar hotelkamer teruggekomen! Ze woont hier warempel.
Misschien zelfs met mijn vader. En ik ben ook hier. Ik heb de kamer gevonden.  
[…]
Wat fijn, zegt ze. Eindelijk heb je ons gevonden.’
 
Daarmee is de titel van dit boek verklaard: pas na hun dood, nu alle puzzelstukjes bij elkaar gebracht worden, begrijpt de zoon zijn ouders. Als alles uitgeschreven is (als een equivalent voor het uitpraten dat bij leven niet mogelijk bleek), heeft Edgar hen eindelijk echt kunnen doorgronden.
 
Daarmee is dit een typische roman van een Duitse zoon die worstelt met het bruine verleden van zijn ouders. Bovendien is die ook nog eens gemodelleerd volgens een typisch (clichématig?) freudiaans patroon: de reuzegrote vaderfiguur, diens frustratie die zich uit in fysieke en seksuele aberraties, de sublimatie via de muziek, de duiding van de eigen levenswandel als reactie op die van de vader, de verklarende droom (o Traumdeutung!), de roman als Vatersuche, het schrijven ervan als psychologische sessie waarin alles wordt uitgesproken, de catharsis die dat teweegbrengt. Het is allemaal zeer goed gedaan, en het wordt allemaal aan de hand van dagelijkse gebeurtenissen getoond, maar toch enigszins opzichtig. Dat alles maakt van Eindelijk heb je ons gevonden een goed gemaakte, bijwijlen ontroerende en boeiende roman. Uitzonderlijk voor een debuut, maar zeker niet uniek.
 
Edgar Selge: Eindelijk heb je ons gevonden, De Arbeiderspers, Amsterdam 2022, 287 p. ISBN 9789029547789. Vertaling van Hast du uns endlich gefunden door Peter Claessens. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

De nachten van de pest

Orhan Pamuk

Het voortleven van de vuurvliegjes

Georges Didi-Huberman

Margriete

Kathleen Vereecken

Onkrijgbaarheid

Tim Krabbé

Overal zit mens. Een moordfantasie

Yves Petry

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Frank en Bert

Chris Naylor-Ballesteros

Goed zo, mama!

Chris Haughton

Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

Naar een nieuw Troje

Kunstmatige intelligentie is niet eng

Bas Haring, Maus Bullhorst (ill.)

Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri