Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

P.F. Thomése: Swansdale

door Johanna Cassiers

Het Engelse dorpje Swansdale is de thuisbasis van tieners Elsa en Percy. Elsa woont bij haar egocentrische vader, die al jaren aan een slepende ziekte lijdt en alleen maar in zijn bed ligt te ‘ruften’. Haar moeder heeft ze nooit gekend en haar agressieve broer Geoffrey zit in een psychiatrische inrichting. Percy woont bij zijn bepalende moeder, die hem thuisonderwijs geeft. Over zijn vader weet hij niets, behalve dat hij kort voor zijn dood als Amerikaanse soldaat in de Vietnamoorlog heeft gevochten. Al bij hun eerste ontmoeting voelen Elsa en Percy een diepe, bijna broederlijke verwantschap met elkaar. Maar hoezeer ze ook naar elkaar verlangen, samen zijn valt hen allebei zwaar. Het lijkt wel of ze de afstand nodig hebben om hun verlangen in stand te houden. Daarom neemt Percy, die er al jaren van droomt in zijn vaders voetsporen te treden, een ingrijpende beslissing.  

Swansdale
werd tot nu toe lovend ontvangen. P.F. Thomése wordt geprezen voor zijn sterk empathisch vermogen en de complexiteit waarmee hij zijn personages in beeld brengt. Ook ik voelde aanvankelijk erg mee met de getroebleerde Elsa, die haar pijnlijk aanklampende vader tracht te ontwijken en vlucht in een droomwereld waarin Percy centraal staat. En dat terwijl ze haar droomjongen in het echte leven nauwelijks durft aankijken, zelfs van hem wegloopt. Vrijwel iedereen die ooit puber was zal hier wel iets van herkennen.  
 
Maar algauw lijkt de herkenbare puberale gedachtegang verhaaltechnisch wat te ontsporen. De verteller ontpopt zich steeds meer tot expliciete, alles verklarende stem die niets aan de verbeelding overlaat, en keer op keer dezelfde denkbeelden aanreikt. De walging die Elsa voelt bij haar narcistische vader en de opgekropte woede die haar neurotische stiefmoeder uitlokt worden tot in den treure herhaald en geherformuleerd, zonder veel schakering. Idem in het tweede deel van het boek, dat geschreven is vanuit Percy’s perspectief. De ‘ergernissen over zijn dominante moeder’ worden vooral uitgelegd door de verteller, slechts heel af en toe vangen we een glimp op van de spanningen zelf. Er is niet veel ruimte voor nuance. De gevoelens van de twee tieners ten opzichte van anderen zijn zelden dubbel of gelaagd, het is wrok, haat en ergernis alom.
 
De herhalingsdwang van de verteller schiet het verst door in het idee dat Elsa en Percy afstand tot elkaar nodig hebben om contact met zichzelf te kunnen houden. Alleen wanneer er afstand is, kan het verlangen naar de ander blijven bestaan, klinkt het keer op keer. Voor beiden is het droombeeld van de ander belangrijker dan echt contact. Dat laatste blijft dan ook tot een minimum beperkt. Het verschil tussen de droomgeliefde en de echte geliefde had interessante spanning kunnen opleveren, maar dat verschil is er simpelweg niet, of doet niet ter zake. Elsa en Percy zijn emotionele spiegelbeelden van elkaar, maar ook niet meer dan dat. Ze zijn vehikels voor een filosofische denkoefening over verlangen en afstand. Elsa spreekt uiteindelijk van ‘de zuivere en ware Percy, die inwoonde in haar hart’. Het verhaal krijgt hierdoor iets verstild en statisch: er zit geen dynamiek in en tussen de personages, er wordt niets gesuggereerd, enkel op een dienblad gepresenteerd.
 
De komst van de jonge muzikant Konstantinos aan het einde van het verhaal laat heel even zien dat er in dit beklemmende relationele universum ook plek is voor directheid en spontaniteit. Hoe dat precies gebeurt, zal ik nog niet verklappen. Maar het bood perspectief. Het bracht een vraag naar boven die ik me tijdens het lezen wel vaker stel: is datgene wat me zo tegen de haren instrijkt een tekortkoming, of deel van een bewust uitgezet literair procedé? De manier waarop Elsa en Percy zich tot elkaar (en tot anderen) verhouden, is zodanig gestold, eenzijdig en verwrongen dat binnentreden in deze dwangmatige wereld een haast unheimische ervaring wordt. Heb ik voor dit effect in mijn kritische ergernis te weinig oog gehad? Zit er meer doelbewustheid dan slordigheid in de herhaling? De eeuwige twijfelaar in mij laat de deur altijd op een kier. Het ene (de tekortkoming) hoeft het andere (het literair procedé) overigens niet uit te sluiten. Trek dus vooral zelf op verkenning. Laat je innerlijke twijfelaar op Swansdale los.
 
P.F. Thomése: Swansdale, Prometheus, Amsterdam 2022, 378 p. ISBN 9789044651614. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

De nachten van de pest

Orhan Pamuk

Het voortleven van de vuurvliegjes

Georges Didi-Huberman

Margriete

Kathleen Vereecken

Onkrijgbaarheid

Tim Krabbé

Overal zit mens. Een moordfantasie

Yves Petry

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Frank en Bert

Chris Naylor-Ballesteros

Goed zo, mama!

Chris Haughton

Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

Naar een nieuw Troje

Kunstmatige intelligentie is niet eng

Bas Haring, Maus Bullhorst (ill.)

Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri