Over jeugdliteratuur

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Naar een nieuw Troje: Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

door Sylvie Geerts

‘Tijd is een vloedgolf die alles wegspoelt, het nu en het vroeger. Daar komt iedereen die wel eens nadenkt vroeg of laat achter. Ik ben van voor de oorlog. Tegenwoordig, want er zijn te veel oorlogen als je het mij vraagt, moet ik erbij zeggen voor wélke oorlog. De Trojaanse oorlog! De grootste oorlog ooit om de mooiste vrouw ooit. Die oorlog.’

Imme Dros heeft al vele verhalen uit de oudheid voor een niet klassiek geschoold, Nederlandstalig publiek voor de vloedgolf van de tijd weten te behoeden. Binnen haar uitgebreide en veelzijdige oeuvre nemen bewerkingen van de klassieken een heel belangrijke plaats in. De reizen van de slimme man (Querido, 2000), een jeugdroman die ze in 1988 publiceerde over een jongen die geïntrigeerd is door het verhaal van Odysseus, zette Dros ertoe aan een eigen vertaling van Homeros' Odyssee te maken (Odysseia. De reizen van Odysseus, Athenaeum Polak en Van Gennep, 1991). Na het verschijnen van deze bestseller maakte ze op basis van de Odyssee een eigentijdse roman en later ook op basis van de Ilias. Als geschenk voor de jeugdboekenweek verscheen in 1996 De huiveringwekkende mythe van Perseus (Querido), de eerste van een lange reeks hexametrische hervertellingen van de Griekse mythen, die de daaropvolgende jaren in thematisch gegroepeerde bundels verschenen, prachtig geïllustreerd door Dros' echtgenoot Harrie Geelen. In 2004 werden al deze hervertellingen verzameld onder de titel Griekse mythen (Querido 2020), dat op de achterflap terecht als leesavontuur én naslagwerk wordt omschreven. Een aantal van deze verhalen zette Imme Dros ten slotte ook om in teksten voor theater en opera.

Met de Aeneis van Vergilius heeft Imme Dros voor het eerst een verhaal uit de Latijnse literaire traditie onder handen genomen. Ze neemt er de lezer niet alleen mee met de Trojaanse held Aeneas op een avontuurlijke zoektocht naar een thuisland, maar ook met een zich ontwikkelende jongen. Deze bewerking, Mee met Aeneas, verscheen oorspronkelijk in 2008 en is nu heruitgegeven onder de titel Naar een nieuw Troje. Mee met Aeneas. Het boek vormt een mooie gelegenheid om het indrukwekkende 'klassieke oeuvre' van Imme Dros van naderbij te bekijken.

Oorlog die naar vrede leidt

Vergilius vertelt in zijn Aeneis hoe Aeneas na de ondergang van zijn stad Troje samen met zijn vader en zoontje en een groep vluchtelingen op zoek gaat naar een nieuw thuisland. De keuze voor dat land is niet willekeurig, maar bepaald door de oppergod Jupiter. Op hun vele jaren durende zoektocht ontmoeten de Trojanen allerlei gevaren. Ze doorstaan hevige stormen, komen afschrikwekkende monsters zoals de Kyklopen en de Harpijen tegen en moeten van plaats naar plaats trekken voor ze hun eindbestemming, Latium, bereiken. Na een lange oorlog met de plaatselijke bewoners, kan Rome eindelijk worden gesticht. Belangrijk is dat Aeneas ook een aantal persoonlijke beproevingen moet doorstaan die hem dreigen af te houden van zijn zending. De liefde van de Carthaagse koningin Dido, die na het vertrek van de Trojaanse prins uit haar land in wanhoop zelfmoord pleegt, is van die beproevingen niet de minste.

Hoewel het verhaal over alle elementen beschikt die klassieke mythen tot geliefde onderwerpen maken van hedendaagse jeugdauteurs (zoals monsters en goden die tot de verbeelding spreken, oorlogen, verafgelegen streken en een liefdesgeschiedenis), zijn van Vergilius' Aeneis beduidend minder hervertellingen gemaakt dan van Homeros' Ilias, laat staan van de Odyssee. Wellicht speelt de vrij gestileerde, volgens sommigen zelfs kleurloze karaktertekening van de centrale held daarbij een rol, alsook de sterke verwevenheid van het werk met de historische en politieke context, de regering van Romes eerste keizer Augustus. Met diens overwinning op zijn politieke tegenstanders Marcus Antonius en Cleopatra in 31 v.C. kwam er onder zijn bewind na een eeuw van burgeroorlogen en onrust eindelijk vrede in het Romeinse Rijk. De woelige periode die hieraan voorafging, vormt de achtergrond waartegen het bestaan van Vergilius (70-19 v.C.) zich grotendeels afspeelde. Zijn laatste en grootste werk, de Aeneis, is dan ook een epos over oorlog die uiteindelijk tot vrede leidt, over het roemrijke lot dat Rome is toebedeeld en dat zijn bekroning vindt in de heerschappij van Augustus.

Niet alleen is de Aeneis sterk verweven met deze politieke context, ook kan het werk niet los worden gezien van de eerste werken van de Europese literatuurgeschiedenis, de Ilias en de Odyssee, die een achttal eeuwen eerder na een lange periode van mondelinge overlevering -- professionele zangers declameerden de liederen uit het hoofd onder begeleiding van de lier -- werden opgetekend door Homeros, een schrijver van wie we niet eens weten of hij echt heeft bestaan. De legende van Aeneas vertelt gebeurtenissen na de oorlog om Troje die in de Ilias beschreven staat en kroont op die manier de Romeinse keizer en het Romeinse volk tot afstammelingen van het Trojaanse heldengeslacht. Ook het thema van het epos doet aan Homeros denken. De zoektocht naar een thuisland die in de eerste helft van de Aeneis centraal staat herinnert aan Odysseus' tocht. Het tweede deel, waarin de oorlog om het grondgebied Latium wordt beschreven, sluit dan weer nauw aan bij de thematiek van de Ilias. Ten slotte zijn er ook heel wat stijlkenmerken die Homeros in gedachten brengen, zoals lange en poëtische vergelijkingen.

Deze 'Homerische' kenmerken maken van Vergilius' Aeneis een kolfje naar Dros' hand. Door haar hele 'klassieke' oeuvre heen is de stem van Homeros immers hoorbaar, o.a. in de versvorm, de Homerische vergelijkingen en de talrijke verwijzingen naar haar geliefde held Odysseus. In Naar een nieuw Troje is dat niet anders. Dat blijkt duidelijk uit het feit dat Imme Dros de Griekse benaming van de goden verkiest boven de Latijnse. Bovendien brengt dit boek in zowat alle opzichten Dros' eigen Homerosvertellingen, de romans Ilios. Het verhaal van de Trojaanse Oorlog en Odysseus, een man van verhalen (Querido, resp. 2000 en 2010) in gedachten; te beginnen met de lay-out van het boek en de suggestieve zwart-witillustraties van Harrie Geelen.

Vanuit een andere tijd en een andere stad
Het meest innoverende en ingrijpende kenmerk van deze drie romans, is dat het verhaal wordt verteld door personages die vanuit een bijzondere positie naar de gebeurtenissen kijken. In Ilios beschrijft en becommentarieert de oorlogsgod Ares met een mengeling van fascinatie en afstandelijke ironie de strijd tussen Grieken en Trojanen. In Odysseus worden verschillende personages aan het woord gelaten; Odysseus zelf echter wordt bijna uitsluitend opgevoerd in de verhalen en getuigenissen van andere personages, goden en mensen. Zeker voor zijn zoon Telemachos, die nog een baby was toen zijn vader vertrok, geldt dat de man van verhalen enkel bestaat bij gratie van wat anderen over hem vertellen.

Ook het verhaal van Aeneas wordt door Imme Dros vanuit een bijzonder perspectief gepresenteerd. Het neemt de vorm aan van een ooggetuigenverslag van een Trojaanse zanger, Arion. ‘Vanuit een andere tijd en een andere stad’ vertelt hij zijn levensverhaal; hoe hij opgroeide in Troje, een belegerde stad, als kind van een getalenteerde zanger en hoe hij het zelf, ondanks zijn ongeschikte stem en in weerwil van zijn vader, maakte tot populaire bard.

‘Kijk er zijn grote zangers, goede zangers en zangers die het goed doen bij een groot publiek. Dat zijn misschien niet de beste maar ze worden het meest gevraagd. Nu ik zo oud geworden ben dat ik de waarheid onder ogen durf te zien wil ik er wel voor uitkomen dat ik bij de laatste groep hoorde.’

Arion brengt het zelfs zo ver dat hij uitgenodigd wordt om aan het hof van de Trojaanse vorsten te komen spelen. Daar wordt hij benaderd door de mooie prinses Kassandra, die de toekomst ziet maar door niemand wordt geloofd. Zij voorspelt Arion de ondergang van Troje en geeft hem de sleutel tot een vluchtweg met de opdracht mee te gaan met de andere Trojaanse vluchtelingen, hen de tunnel te tonen en om de gebeurtenissen te onthouden en vast te leggen in zangen. Wanneer de Grieken met een list van de schrandere Odysseus Troje ten val brengen, vlucht Arion samen met zijn ouders, Aeneas en een groep vluchtelingen de stad uit, het begin van een lange en moeizame zoektocht naar een nieuwe thuis. Dat niet de held en zijn moeilijke missie op de eerste plaats komen, maar wel het leed van mensen op de vlucht na een oorlog, maakt deze hervertelling niet alleen bijzonder, maar ook actueel en universeel.

‘Het was een verschrikkelijke tocht, maar de wil om te leven bleek sterker dan honger, dorst, pijn vermoeidheid en het verdriet om geliefden die achter waren gebleven. We liepen als het donker was en probeerden overdag ergens te slapen. Ik verloor elk besef van tijd en richting en ik was niet de enige. We gaven ons over aan Aeneas die mogelijk wist wat hij deed. Vragen werden niet gesteld.’

Zoeken naar een thuisland, zoeken naar zichzelf

Al even kenmerkend voor Dros' hervertellingen is haar vrije omgang met de verhaallijn van het origineel. Daar waar Homeros in de Ilias slechts een periode van een 40-tal dagen uit de 10 jaar durende Trojaanse oorlog vertelt en de rest door middel van flashbacks in herinnering brengt, geeft Dros in Ilios een chronologisch relaas vanaf de oorzaken van de oorlog tot lang daarna. Ook in Naar een nieuw Troje bespreekt de verteller de feiten in chronologische volgorde waar dat bij Vergilius niet het geval is. Bovendien is de aandacht er op een totaal andere manier over de verschillende gebeurtenissen verdeeld dan in de Aeneis. Het vertrek van de Trojanen uit hun thuisland komt pas in de helft van het boek aan bod, nadat Arion uitgebreid over de oorlog en de ondergang van zijn stad heeft verteld. De Aeneis begint daarentegen aan het hof van Dido, een van de laatste haltes voor de Trojanen de kusten van Italië bereiken. Aeneas vermaakt er de koningin met verhalen over de oorlog om Troje en het relaas van zijn omzwervingen. De oorlog in Latium, die de helft van de Aeneis inneemt, komt bij Dros dan weer heel kort aan bod.

Hetgeen meer of minder aandacht krijgt in Dros' vertelling, wordt sterk bepaald door het hoofdpersonage Arion, die de gebeurtenissen observeert en interpreteert:

‘Terwijl iedereen in de grote zaal alleen aandacht had voor het gebraad en de handen uitstak naar wat voor hem op tafel lag noteerde ik hoe de koningin haar hart verloor aan de brave Aeneas.’

Daarbij tracht Arion zich in te leven in de drijfveren van de verschillende personages, vooral de beslissingen van Aeneas kan hij moeilijk vatten:

‘Ach waarom kon Byrsa voor Aeneas niet het nieuwe Troje zijn en waarom wilde hij niet blijven toen Dido hem de stad zo ongeveer aanbood en hijzelf zo ongeveer verliefd op haar was geworden?’

Aeneas heeft een missie te volbrengen die hem door het lot, of zo je wil de goden, is ingegeven. De kwaliteiten die daarvoor nodig zijn kan je best weergeven met het Latijnse pius, een moeilijk vertaalbaar woord dat meestal als 'vroom' wordt vertaald. De held van Vergilius' epos verschilt zo in hoge mate van de individualistisch ingestelde Homerische helden met hun vast omlijnd karakter, zoals de vindingrijke Odysseus; of om het met de woorden van Arion te zeggen:

‘Maar als held deugde hij van geen kant. Er was niet eens een behoorlijke bijnaam voor hem te verzinnen. [...] Al die helden waren uniek en door een karaktertrek, eigenschap, wat dan ook van anderen te onderscheiden. Maar Aeneas was Aeneas en wat moest je met een heldenfiguur die als bijzonderheid meebracht dat hij nooit een voet dwars zette, dat hij offerde aan de juiste goden op de juiste dagen, dat hij gehoorzaam op weg ging om een nieuw Troje te stichten, dat hij plichtsgetrouw zijn best deed, [...] dat alles bracht me niet op een betere benaming dan braaf of vroom.’

Evenzeer als de gebeurtenissen rond en na Troje, volgt de lezer zo van nabij Arions persoonlijke ontwikkeling van tiener tot volwassene. Uit verscheidene andere adolescentenromans, zoals De zomer van dat jaar uit 1980 (Querido, 1991) en De reizen van de slimme man (1988 - Querido, 2000), is al gebleken dat Dros zich perfect kan inleven in opgroeiende tieners. Net zoals Odysseus is Naar een nieuw Troje dan ook evenzeer een hervertelling van een klassiek epos, als een moderne bildungsroman. In Odysseus zien we Telemachos, een zwakke en onzekere jongen wiens jeugd en karakter worden bepaald door de afwezigheid van een vaderfiguur, opgroeien tot een volwassen en weerbare man. Het karakter van Arion is van een heel andere aard. Arion is een durver -- zijn naam betekent 'manmoedig' --, iemand met een sterke wil en een rijke fantasie. Dat maakt dat hij het als zanger zo ver brengt ondanks de tegenkanting van zijn vader omwille van zijn ongeschikte stem.

Anders dan bij Telemachos is Arions vader een heel aanwezige figuur, iemand naar wie hij kan opkijken, voor wie hij zich wil bewijzen en tegen wie hij zich kan verzetten. Ook de ontdekking van de liefde speelt een bepalende rol in de ontwikkeling van Dros' jonge hoofdfiguren. Voor Arion is zijn ontmoeting met de intrigerende zieneres Kassandra bepalend. De hele tijd ziet hij haar voor zich en hoopt hij haar weer te ontmoeten. Voor Arion is de zoektocht naar een nieuw thuisland tevens een zoektocht naar liefde, die hij ziet in een ideaalbeeld van Kassandra, en ook naar zijn eigen identiteit.

Er worden in Naar een nieuw Troje heel wat thema's aangehaald die ook in Dros' andere bewerkingen van de klassieken zijn terug te vinden, zoals overmoed, liefde, oorlog, verhaalkunst en lotsbestemming. Met een zanger als hoofdpersonage wordt bijvoorbeeld weergegeven hoe verhalen en geloof ontstaan op een dunne grens tussen waarheid, overdrijving en fantasie:

‘Mijn moeder kon het onzin vinden, maar ik onthield wat de mensen zeiden. Want dat was wat ze wilden horen! [...] Zangers hebben de goden nodig; ze kunnen niet zonder. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. In de lange dagen op het water kreeg ik een overvloed aan verhalen te horen en mijn vader en ik maakten alles nog mooier dan het al was, de mannen werden heldhaftiger, de gevaren groter, de vijanden sterker.’

Dros brengt moeilijke thema's raak aan en roept vragen op bij de lezer zonder daarbij belerend of dwingend over te komen. Daartoe dragen zeker de heldere en eenvoudige taal en stijl bij. Ontdaan van alle ballast heeft de taal van Dros een natuurlijkheid die op ongekunstelde manier tot nadenken kan aanzetten. Een boek van Imme Dros is een feest voor de Nederlandse taal. Binnen een kort bestek bespeelt ze moeiteloos alle registers, over spreektalig, humoristisch naar poëtisch en zelfs episch. Rake dialogen, eenvoudige aftelrijmpjes en liedjes wisselen probleemloos af met poëtische versregels.

Naar een nieuw Troje beschikt over alle kwaliteiten die we van een bewerking van een klassiek epos en van een jeugdroman mogen verwachten. Van Arion weten we dat er grote schrijvers zijn, goede schrijvers, schrijvers die het goed doen bij een groot publiek en schrijvers die alles hebben. Imme Dros heeft nog maar eens bewezen dat ze tot de laatste groep behoort.

Imme Dros, Harrue Geelen: Naar een nieuw Troje, Querido, Amsterdam 2022, 216 p. : ill. ISBN 9789045128382. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

De nachten van de pest

Orhan Pamuk

Het voortleven van de vuurvliegjes

Georges Didi-Huberman

Margriete

Kathleen Vereecken

Onkrijgbaarheid

Tim Krabbé

Overal zit mens. Een moordfantasie

Yves Petry

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Frank en Bert

Chris Naylor-Ballesteros

Goed zo, mama!

Chris Haughton

Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

Naar een nieuw Troje

Kunstmatige intelligentie is niet eng

Bas Haring, Maus Bullhorst (ill.)

Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri