Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Tarjei Vesaas: De kiem

door Jen de Groeve

‘Zie. De moeders eten hun kinderen op.
Zie het leven.’
 
De boerderij van Li staat op een klein groen eiland. Twee zeugen liggen in hun hok, elk met een dozijn pas geworpen biggetjes. Ze zijn in diepe rust ‘terwijl twaalf kleine staartjes zich krulden in welbehagen over het leven’. En toch heeft dit tafereel iets dreigends, je kan het niet vertrouwen zoals de lange hoektanden van de zeugen naakt oplichten onder het ‘samengedrukte, duistere voorhoofd’. Aan de andere kant van het schot ligt de beer, ‘opgesloten in de troosteloze woestenij die hij zelf had gecreëerd’. De zeug ontbloot haar afzichtelijke tanden wanneer ze hem bezig hoort. Binnen in de stal is nog een zeug aan het bevallen. Er zit een meisje bij om te kijken of alles goed gaat, maar ze is er niet bij met haar gedachten. Zeugen doen tenslotte wat zeugen doen.  
 
Een bootje nadert de kust en zet een man aan land. Andreas Vest is op zoek naar een plek die hem kan genezen. Hij heeft een explosie in de fabriek waar hij werkte overleefd, maar zijn zenuwen zijn beschadigd. Hij zoekt naar een vorm van rust waarin alles zijn definitieve vorm zou krijgen. Dit eiland roept hem ‘met een zachte stem die je voelde in plaats van hoorde’. Hij heeft gevonden wat hij zocht. Hij nadert de boerderij van Li, gaat af op het geschreeuw van het meisje omdat een zeug haar jongen aan het opeten is. De aanblik daarvan doet iets in hem knappen en hij vlucht van het tafereel. In zijn waanzin vermoordt hij de jonge Inga, de dochter van de boerderij. Onder leiding van Inga’s broer, Rolv, zetten de eilandbewoners de jacht in op de vreemdeling.
 
‘Zij aan zij joegen ze op wat ze niet zagen, maar duidelijk voelden. De moord zelf. De zonde. Het ongeluk. De demonen. Ze hadden er geen naam voor, alleen maar gevoel. Het zweepte hen op, ze raakten buiten zichzelf.’
 
Ze rennen als een hersenloze meute achter de man aan en vormen een destructieve kracht die Andreas Vest zal vermoorden. Later verzamelen ze in de grote schuur van de boerderij en komen weer tot zichzelf. Het afschuwelijke van wat ze in hun wilde woede hebben gedaan, dringt nu door en ze zoeken een zondebok om de loodzware last van de schuld van zich af te werpen. Na een doorwaakte nacht, gaan ze weer naar buiten, ‘flinterdun’, want ze hebben de afgrond in zichzelf gezien, maar wel weer op de been. ‘Er moest een kiem in het stof hebben gelegen’ die hen liet zien dat het leven zijn beloop kent. ‘Ze liepen weg, ieder in hun eigen wereld.’
 
De Noorse dichter en romanschrijver Tarjei Vesaas (1897-1970) groeide op als boerenzoon op de familieboerderij. De overweldigende Noorse natuur is het decor in zijn werk, de personages doorgaans eenvoudige plattelandsbewoners, isolement, angst, schuld en dood zijn belangrijke thema’s. De afgelopen jaren verschenen in het Nederlands heruitgaven van Het ijspaleis, De vogels en De boot in de avond (Lebowski 2020), boeken uit de jaren 1950 en 1960. De kiem schreef hij in 1940 en het boek markeert een belangrijke evolutie in zijn schrijverschap, van hoofdzakelijk realistisch proza naar het modernisme. De kiem betekende ook zijn literaire doorbraak.  
 
Het eerste deel van de roman krijgt de titel ‘De ondergang’ en het gevoel van nakend onheil wordt onmiddellijk bevestigd in de scene met de varkens. Dat Andreas Vest in het daaropvolgende hoofdstuk een helende rust denkt te vinden op het prachtige groene eiland, toont zich van meet af aan als een grovelijke illusie. Vesaas zal de parallel van de verscheurende varkens met de redeloze menselijke razernij die zich daarna afspeelt, blijven doortrekken in een koortsachtig, sterk symbolisch relaas, waarbij de benauwing bladzijde na bladzijde toeneemt. Want aan die unheimische dreiging is geen ontkomen aan. In het isolement van het eiland zal het ‘kwaad’ zich hoe dan ook voltrekken. Significant is dat Vesaas het boek schreef in het jaar dat nazi-Duitsland Noorwegen bezette.  
 
De kiem is een buitengewoon evocatief boek en je wordt dan ook ongenadig voortgedreven in je lectuur. Het beeld van de weldadige natuur die doortrokken wordt door de waanzin van het geweld pakt erg sterk uit. De fundamentele eenzaamheid van de mens, zijn kwetsbaarheid, zijn uitzinnigheid, de doem van destructie… Het beneemt je de adem. Weergaloos mooi en beklemmend.
 
Tarjei Vesaas: De kiem, Oevers, Koog aan de Zaan 2022, 230 p. ISBN 9789493290198. Vertaling van Kimen door Marin Mars. Distributie De Wolken

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

De nachten van de pest

Orhan Pamuk

Het voortleven van de vuurvliegjes

Georges Didi-Huberman

Margriete

Kathleen Vereecken

Onkrijgbaarheid

Tim Krabbé

Overal zit mens. Een moordfantasie

Yves Petry

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Frank en Bert

Chris Naylor-Ballesteros

Goed zo, mama!

Chris Haughton

Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

Naar een nieuw Troje

Kunstmatige intelligentie is niet eng

Bas Haring, Maus Bullhorst (ill.)

Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri