Vertaald proza

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

Egon Hostovsky: De schuilplek

door Len Buggenhout

De Tsjechische auteur Egon Hostovsky (1908-1973) lijkt in het Nederlandse taalgebied onderdak gevonden te hebben bij uitgeverij Zirimiri Press. Na Vreemdeling zoekt kamer in 2018 brengt ze nu De schuilplek voor het eerst in Nederlandse vertaling op de markt. Deze novelle uit 1946 laat wederom zien hoe Hostovsky - tevens een tijdgenoot van Graham Greene en Stefan Zweig - zijn eigen onmisbare literaire stem ontwikkelde in het midden van de vorige eeuw.  

Het boekje gaat over een naamloze Tsjechische ingenieur die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdak vindt bij een oude kennis, een arts, op het Franse platteland. Vanuit zijn schuilplaats - een donkere, vochtige kelder - schrijft hij in ontroerende bewoordingen een brief aan Hana, zijn vrouw die hij eind jaren 1930 in een opwelling verliet om zijn heil te zoeken in Parijs. Getroffen door een midlifecrisis en in de hoop er een nieuwe liefde te vinden, stapt hij op een ochtend in Praag op het vliegtuig en keert nooit meer terug.
 
Je zou het brute pech kunnen noemen, want wanneer hij zich al bij al redelijk snel realiseert dat hij niets te zoeken heeft in de Franse hoofdstad, valt het naziregime Tsjecho-Slowakije binnen en kan hij als jood onmogelijk nog terug. Bovendien is er een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd, omdat de Duitsers hem ervan verdenken zijn uitvinding - een richtapparaat voor luchtafweergeschut - te hebben verpatst aan de Fransen. Wat trouwens helemaal niet het geval is.
 
Het werk van Hostovsky kan niet los gezien worden van zijn eigen levensloop. Hij vertoefde in België toen in 1939 Tsjecho-Slowakije uiteenviel, waarna hij via omzwervingen langs Spanje en Portugal in Amerika arriveerde. Na de oorlog keerde hij terug naar zijn vaderland. Onder het communistische regime werd hij evenwel ook persona non grata, omdat hij voordien op het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft gewerkt. Opnieuw moet hij op de vlucht slaan en opnieuw belandt hij in Amerika, ditmaal na enkele tussenstops in Noord-Europa. Hij zou de rest van zijn leven met tegenzin slijten aan de overkant van de oceaan.
 
Als er bijgevolg een thema is dat zich hardnekkig manifesteert in zijn boeken, dan wel de onthechting en eenzaamheid van een ziel op de dool. In Vreemdeling zoekt kamer (oorspronkelijk gepubliceerd in 1947) leren we een arts kennen die in het naoorlogse New York op zoek is naar een kamer met een bed en een bureau. Hij verlangt naar rust en stilte om zijn wetenschappelijke geschriften af te ronden, maar steeds ontstaan er knullige misverstanden tussen de arts en de verhuurder en wordt hij weer gedwongen te verkassen.
 
In De schuilplek doolt het hoofdpersonage niet letterlijk rond. In zijn schuilkelder, waarvan de deur trouwens niet op het slot zit zodat hij vrij is om te gaan wanneer hij wil, zwenkt hij tussen waanzin en nostalgie. Hij drijft van de ene herinnering aan zijn kindertijd naar de andere reflectie over de keuzes die hem in dit vochtige tochtgat deden belanden. Verteerd door een onhoudbaar schuldgevoel omdat hij zijn familie drie jaar eerder heeft achtergelaten, vraagt hij Hana in zijn brief vol te houden ‘want we moeten samen een gesprek voeren. En pas nu ben ik tot dat gesprek met jou in staat.’
 
Alsof hij zijn lot uiteindelijk heeft aanvaard, zo helder klinken de zinnen waarin hij zijn gevoelswereld met haar deelt. Bij momenten hartverscheurend, maar nooit sentimenteel.
 
‘Toch zie ik tussen de verwarde beelden, getekend met zwart en wit potlood, smalle reepjes van de aaneengesloten scènes. Het zijn enkele taferelen die een zekere breedte en diepte hebben, een paar doorkijkjes op het leven dat als door een wonder op de grens van de schaduwen is blijven steken. Ons Praagse toevluchtsoord is in die tijd raamloos, niettemin verschijnen er spleten waardoor ik flarden van de plot zie, en het is voor mij een verrukkelijk schouwspel op een schaakbord waarop onbekende krachten, uit grilligheid en wrede nieuwsgierigheid, met een vrije wil begiftigde levende stukken hebben neergezet die ze daar een van de variaties op een eeuwenlange tragikomedie laten opvoeren.’
 
Deze novelle gaat niet over de hardheid van het bestaan in een oorlog, wel over de innerlijke strijd tussen de wanhoop en het geloof. Dat hij die kan richten aan zijn ‘lieve vrouw’, van wie hij niet weet hoe het haar vergaat, is de enige houvast die hij schijnt te hebben. Het open einde laat ons net zo achter: dolend en onthecht.
 
Egon Hostovsky: De schuilplek, Zirimiri, Nederland 2021, 124 p. Vertaling van Úkryt door Edgar de Bruin. ISBN 9789490042189. Distributie EPO

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri