Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2024

Rindert Kromhout: Liefde en dood in de rode stad

door Henk van Viegen

In ‘de rode stad’, een van de bijnamen van Bologna, is het voor het hoofdpersonage Mahmood Omer, niet heel ingewikkeld om homo te zijn. Zijn hartsvriendin Patty weet het al tijden en zijn vrienden hebben er geen moeite mee. Zijn moeder vindt het geen enkel probleem, of zijn vader er ook zo over denkt, weten we nog niet. Die is een paar jaar terug vertrokken naar zijn vaderland Lybië, om zich daar aan te sluiten bij het verzet tegen dictator Kadhafi.    

Het wordt wel iets ingewikkelder als hij op een dag als een blok valt voor een wat oudere man (die er overigens opvallend jong uitziet), Davide, bibliothecaris op de universiteit. Mahmood windt er geen doekjes om, hij zegt meteen tegen Davide: ik wil met je naar bed. Maar Davide is voorzichtig. Hij heeft in Rome een lastige relatie met zijn hartsvriend Matteo achter de rug. Davide was verliefd, maar Matteo, hetero, niet. Dit verhaal wordt verteld in Kromhouts vorige YA-boek, De poppenspeler van Lampedusa (Leopold 2022). In die wat langere roman is Matteo hoofdpersonage. Davide vindt zichzelf ook te oud: hij is 49, Mahmood 19. Er gaan praatjes. Op zijn werk wordt Davide gewaarschuwd en Mahmoods vrienden lijken iets gereserveerder.  
 
Intussen wordt iets verteld over het (politieke) decor van de jaren 1980. Een uit de stad vertrokken passagiersvliegtuig verongelukt, al gauw lijkt het om een aanslag gegaan te zijn, alleen dan met een fatale vergissing. De regering houdt de informatie vaag. In Mahmood vestigt zich de gedachte dat zijn vader medeverantwoordelijk zou kunnen zijn voor deze terreurdaad. Op de achtergrond en in het slot speelt ook de voortdurende dreiging van aanslagen door de zogenoemde Rode Brigades.
 
Mahmood en Patty zien elkaar wat minder. Mahmood is vaak bij Davide, die zich na een tijdje veel gemakkelijker overgeeft aan hun relatie. Patty stort zich met hart en ziel in een nieuwe actualiteit met protestacties: de aandacht voor het milieu, getriggerd door het goed lezen van het Rapport van de Club van Rome.  
 
Evengoed is dit politieke decor vooral van belang voor de plot (en vertelt Kromhout er in het nawoord over), maar het is niet de hoofdfocus. De aandacht ligt vooral bij de liefdesrelatie en ook bij het verdere, nieuwe leven van Mahmood. Hij stopt met zijn studie literatuur (op de faculteit loopt onder anderen de wereldberoemde professor en schrijver Umberto Eco rond) en stort zich op wat hij ziet als zijn nieuwe toekomst: de kookkunst. Dan zit je in Bologna ook goed, een andere bijnaam voor de stad is ‘de vette’ (la grassa), en die slaat op de culinaire cultuur daar. Mahmood loopt stage in een gerenommeerd restaurant, maakt een culinair reisje, oefent op zijn moeder en haar vriendinnen, etc. Na de informatie in het nawoord over de tijd waarin het verhaal speelt, komt het eten veel uitvoeriger, vijf tegenover elf pagina’s, aan de orde, met uitgebreide recepten.
 
Kromhout schijft met liefde over dit soort zaken, Italië lijkt zijn tweede vaderland, op gezette tijden woonde hij er ook enige tijd. Hij schreef erover, non-fictie: Naar Italië (en neem gerust je ouders mee) (Leopold 2010), en fictie, zoals een schitterend, bekroond verhaal met personages uit de Commedia dell’Arte: De paljas en de vuurvreter (Querido 1993). En in 2022 dus De poppenspeler van Lampedusa.
 
Het zou zomaar kunnen dat Kromhout er een trilogie van maakt. Hij is een fan van trilogieën, zie zijn Bloomsbury-reeks en die over Klaus Mann. In deze historische drieluiken besteedt Kromhout ook veel aandacht aan de andere dan de heteroseksuele liefde. Bij Klaus Mann bijvoorbeeld in een tijd dat homo of biseksueel zijn behoorlijk problematisch was. Mahmood heeft het duidelijk wat gemakkelijker, de stad van toen lijkt niet homovijandig. Maar dan komt zijn vader thuis… De achterflap meldt dat het boek over een onmogelijke liefde gaat. Tot op zekere hoogte lijkt dat inderdaad het geval, en Kromhout komt met een zeer rigoureuze oplossing.  
 
In tegenstelling tot De poppenspeler van Lampedusa kiest Kromhout hier voor een kleine roman, een novelle. Mahmood wordt in een korte, heftige en beslissende periode van zijn leven neergezet. Het verhaal wordt doeltreffend, prettig en snel verteld, met een hoofdpersoon die je in zijn enthousiasme en min of meer naïeve aanpak inpalmt en meeneemt. Tijd voor enige beschouwing is er niet, het boek is vrij plotgericht. Hetzelfde geldt voor meevoelen met de door genoemde politieke omstandigheden ontstane ellende. De laatste pagina voelt een beetje als een afraffeling en is ook een beetje sentimenteel. Maar in het slothoofdstuk zit wel een wonderschoon spanningselement, een detail over de koffer van Davide die voor een lezing naar Florence vertrekt. Die biedt de mogelijkheid voor de lezer twee aflopen te verzinnen.
En daarna is er dus vooral veel aandacht voor van alles rond Italiaans eten, wat je de indruk geeft dat je een licht boek gelezen hebt.
 
Ik gok erop dat er een derde boek komt, en dat Patty daarin hoofdpersonage wordt. Haar sympathieke activiteiten worden hier maar zijdelings genoemd en zijn duidelijk verwijzingen naar de huidige actualiteit. Maar wellicht wordt het weer een mannelijk iemand. Met Mahmood in beide gevallen als bijfiguur.
 
Rindert Kromhout: Liefde en dood in de rode stad, Leopold, Amsterdam 2023, 127 p. ISBN 9789025885786. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri