10+ - De Britse schrijfster Lucy Strange toont zich
bijzonder productief. In 2017 verscheen Het
geheim van het Nachtegaalbos, dat in 2018 bekroond werd met een Vlag en
Wimpel. Ons kasteel aan zee mocht in 2021 een
Zilveren Griffel in ontvangst nemen. Daarna lijkt haar werk in een
stroomversnelling te komen. In 2021 volgt De
geest en het meisje en het jaar daarna, in 2022, De zusjes uit het Verzonken Moeras.
In Het eiland aan de rand van de nacht neemt Strange ons mee naar
1932. De twaalfjarige Faye, die met haar vader Arthur en diens zus Christina in
de stad woont, heeft iets afschuwelijks gedaan. Alleen kan ze zich niet meer
herinneren wat. Tante Christina stuurt Faye naar een kostschool op een verlaten
Schots eiland, Alkeiland. Het echtpaar Lighter dat die school leidt, wil naar
eigen zeggen slechte kinderen van hun fouten genezen. Arthur, ooit een
gerespecteerde botanicus, heeft op dat ogenblik te veel psychische problemen om
weerstand te bieden. Apathisch laat hij zijn zus begaan.
In de kostschool, een voormalige
abdij, worden de leerlingen onder het mom van veiligheid opgesloten in hun cel.
Elke avond moeten ze een blauwe pil slikken, waarvan het al vlug duidelijk is
dat die hen suf en willoos maakt. Bovendien zijn er maar zeven leerlingen.
Oorspronkelijk waren het er acht maar prins Filiberto, kroonprins van Italië,
werd ziek en overleed tijdens zijn reis naar het eiland. Zijn begrafenis in de
naargeestige kapel is de eerste gemeenschappelijke activiteit. Met haar haast
poëtische beschrijving van de sinistere sfeer op het eiland maakt Strange het
gothic plaatje compleet.
‘Het donker -- toenemend of afnemend -- is nooit ver weg en
het daglicht is halfslachtig, als een oog dat slaperig even opengaat en dan
weer dichtvalt.’
Op een dag botst Faye op een springlevende prins Filiberto. Hij ontsnapte
op het nippertje aan de Lighters. Zij moesten hem vermoorden in opdracht van
zijn oom, die aast op Filiberto’s koninkrijk. De jongen houdt zich schuil in
het geheime gangenstelsel in de muren van de abdij en zijn begrafenis was een
knap staaltje theater van de Lighters om hun mislukking te camoufleren. Faye
beseft dat de Lighters de kostschool als dekmantel gebruiken om tegen forse
betaling ‘lastige’ kinderen weg te moffelen en daarbij zelfs niet
terugschrikken voor moord. Ze realiseert zich maar al te goed dat iedereen zo
snel mogelijk van het eiland af moet.
We leren Faye kennen als een
zwijgzaam meisje. Ze vindt niet veel aansluiting bij leeftijdsgenoten en is duidelijk
op zoek naar zichzelf. Ook haar verdriet om het verlies van de warme band met
haar vader schrijnt onder de oppervlakte. Al van bij het begin voel je een
vleugje magie in haar personage doorschemeren. Door haar kleine gestalte en
twee verschillende ogen bestempelen mensen haar soms als ‘feeënkroost’. Bij
haar aankomst op het eiland wordt ze er meteen op een mysterieuze manier door
aangetrokken, alsof het haar iets toefluistert.
‘Op datzelfde moment ontwaakt er
iets in mij -- en voor ik het weet, verlaat ik mijn lichaam, verlaat ik de
bibliotheek. Ik vlieg samen met het hert door de wei, rennend, vluchtend, vrij!
Ik ruik de vochtige zwarte aarde en het zoute water in de wind, en ik voel de
spetters van de waterval op mijn gezicht…’
Prachtig hoe Lucy Strange de
lezer werkelijk laat proeven van de wilde schoonheid van het eiland. Wanneer
Faye een ingesloten bos in een berg ontdekt, het enige op dit kale eiland,
begrijpt ze dat het eigenlijk de bomen waren die haar riepen. Druppelsgewijs
herinnert ze zich haar intense verbondenheid met bomen, die er altijd geweest
is. Dit inzicht doet haar zelfvertrouwen groeien. Het aanvankelijk teruggetrokken
meisje leidt nu daadkrachtig de vlucht van het eiland.
Het ontdekken van en ontsnappen
aan de Lighters vormt de hoofdlijn van het verhaal. Daartussen weeft Strange
kunstig de geschiedenis van Arthur en de ware toedracht van Fayes misdaad. Ze
ontrafelt stap voor stap haar vernuftig geconstrueerd kluwen tot alle lijnen naadloos
in elkaar passen. Wie Stranges werk kent, zal het ongetwijfeld opvallen dat ze
in al haar boeken eenzelfde opzet gebruikt. Een vrouwelijk hoofdpersonage
graaft in de familiegeheimen, tegen de achtergrond van een indrukwekkend natuurdecor.
Bovennatuurlijke verschijnselen wervelen hier doorheen. Steeds geeft Strange de
geheimen slechts met mondjesmaat prijs, wat de nieuwsgierigheid van de lezer
blijft prikkelen tot de laatste bladzijde. De opbouw van haar boeken wordt zo stilaan
wel een beetje té voorspelbaar.
Het wordt een happy end, waarin gebeurtenissen elkaar in
snel tempo opvolgen. Alle leerlingen geraken veilig van het eiland en de
Lighters worden opgepakt door de politie. Faye slaagt er uiteindelijk in om
haar onschuld te bewijzen en hierbij wordt Christina ontmaskerd als de
werkelijke boosdoener. Faye en haar vader vinden elkaar weer. Samen met alle
gevluchte kinderen verhuizen ze naar hun vroegere boshuis en pakken er de draad
van vaders onderzoek over bomen weer op. Het is allemaal net een tikkeltje te
rooskleurig, té suikerzoet. Maar dan is er de prachtige scène waarin Fayes
vader de ware identiteit van zijn dochter een mysterie durft te laten zijn:
‘Jij bent een
wonder, Faye, letterlijk een wonder. Volgens mij is dat alles wat we kunnen
weten. Alles wat we hoeven te weten.’
Lucy Strange, Katie Hickley: Het
eiland aan de rand van de nacht, Gottmer, Haarlem 2024, 320 p. : ill. ISBN 9789025780357.
Vertaling van The Island at the Edge of Night door Aleid van Eekelen-Benders.
Distributie L&M Books
deze pagina printen of opslaan