Vanaf zes jaar

K.A. Applegate, Patricia Castelao (ill.): Ik ben een gorilla

door Jan Van Coillie

8+ - ‘Ik ben Ivan. Ik ben een gorilla. Dat is niet zo gemakkelijk als het lijkt.’ Met deze zinnen opent de New York Times-bestseller Ik ben een gorilla. Of toch niet helemaal, want er is ook de illustratie die met deze drie zinnen een geheel vormt. Als een sombere, zwarte vlek kijkt Ivan je aan, een bundel ingehouden emoties. De Snelweggorilla wordt hij genoemd, omdat hij woont in een winkelcentrum bij afrit 8. Van mensen begrijpt hij niet veel, al heeft hij wel geleerd om hun taal te verstaan. De drie decennia die hij in gevangenschap doorbracht, hebben hem tot een ongenadig observator gemaakt, waardoor hij de lezers een spiegel voorhoudt: ‘Mensen praten te veel. Ze snateren als chimpansees, bedelven de wereld onder hun lawaai, zelfs als ze niets te zeggen hebben.’ of ‘Gorilla’s zijn geduldig als stenen. Mensen een stuk minder.’ Soms zijn zijn observaties ook grappig. Wanneer hij het heeft over zijn droogballen (uitwerpselen), merkt hij op: ‘om de een of andere reden hebben mijn bezoekers die nooit bij zich.’ Zijn typeringen van het menselijk bedrijf zullen voor jonge lezers vaak heel herkenbaar zijn: ‘huiswerk, heb ik ontdekt, betekent een potlood met een scherpe punt, dikke boeken en diepe zuchten.’
De kracht van dit verhaal steekt niet alleen in de manier waarop Ivan de mensen en hun gedrag typeert, maar ook zichzelf en de andere dieren die in het winkelcentrum verblijven. Hij weet hoe imposant hij eruitziet, maar kent ook zijn beperkingen: ‘opgroeien als gorilla is niet anders dan opgroeien als wat dan ook. Je maakt fouten. Je speelt. Je leert. Je begint weer van voren af aan.’ Als gekooid dier is hij verre van een held en slechts een schaduw van wie hij had kunnen zijn.
Bij het begin van het verhaal heeft hij maar twee echte vrienden. Allereerst is er Stella, de wijze, lieve olifant, die omdat ze alles onthoudt, zoveel verhalen kent. Het meest houdt Ivan ‘van kleurrijke verhalen met een zwart begin, een stormachtig middenstuk en aan het eind een onbewolkte, blauwe hemel.’ Zijn verdriet als Stella er niet meer is, drukt hij uit met een krachtig beeld, hij ‘zou alle yoghurtrozijnen op de hele wereld overhebben voor een hart van ijs.’ Ook Stella doet geregeld wijze uitspraken, al klinken die soms té menselijk. En dan is er nog Bob, de straathond, die altijd recht voor de raap spreekt en net als Ivan door zijn aparte kijk de lezers aan het denken kan zetten: ‘Iedereen heeft ouders,’ legt Bob uit. ‘Dat is onvermijdelijk.’ Ook Bob wordt raak neergezet met typisch ‘hondse’ uitspraken als ‘Een verhaal over graven wil ik altijd wel horen’.
Het leven van de drie dieren verandert drastisch als de babyolifant Ruby arriveert. Stella ontfermt zich meteen over haar, maar als ze haar einde voelt naderen, vraagt ze Ivan om voor Ruby te zorgen. Aanvankelijk wordt hij geconfronteerd met zijn onmacht, maar opgejut door Bob gebruikt hij zijn tekentalent om Ruby overgeplaatst te krijgen naar een zoo. Zonder dat hij het zelf wou, neemt ook zijn leven hierdoor een bijzondere wending. Vooral hier wordt het verhaal een feelgoodstory die herinneringen oproept aan andere bekende dierenverhalen als Free Willy. Het is pakkend hoe Ruby door Ivans pantser heen breekt en zelfs herinneringen die hij verloren waande weet op te roepen. Uiteindelijk laat ze hem onrechtstreeks zijn ware aard opnieuw ontdekken. Op het einde van het verhaal volgen de emotionele taferelen elkaar snel op: Ivan schuift Bob zijn knuffelgorilla toe en even later krijgt hij een filmpje te zien over de gelukkige Ruby. Hij bekijkt het opnieuw en opnieuw. Het helpt hem zijn eigenwaarde terug te vinden als ‘machtige zilverrug.’
K.A. Applegate baseerde haar boek op het waargebeurde verhaal van een gorilla die ooit gevangen werd in de Democratische Republiek Congo en 27 jaar lang in een kleine kooi in een winkelcentrum woonde in de staat Washington. Na een televisiedocumentaire over hem kwam er zoveel protest dat hij overgebracht werd naar de zoo van Atlanta. In een nawoord legt de auteur toe hoe ze Ruby aan het verhaal toevoegde als iemand die Ivan kon beschermen en die hem kon helpen te worden wie ‘hij moest zijn.’ Dat die boodschap overkomt en de lezer ook weet te raken, ligt niet alleen aan de krachtige typering van Ivan, maar ook aan de stijl en de lay-out. Applegate verwoordt Ivans observaties en gedachten in eenvoudige bewoordingen en korte zinnen, met veel witregels die de indruk versterken dat hij voortdurend de taal aftast in een poging zo precies mogelijk uit te drukken wat hij ervaart. In het vele wit kan de lezer ook zijn eigen gedachten invullen en ook dat maakt dit boek de moeite waard.


K.A. Applegate, Patricia Castelao (ill.), Ik ben een gorilla, Lannoo Tielt, 2014, 300 p., ill. € 12,99. ISBN 9789401418683. Vert. van: The one and only Ivan door Harry Pallemans

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswelp 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

De lus

Martha Heesen

In galop het duister in

Baltasar Porcel

Jaag je ploeg over de botten van de doden

Olga Tokarczuk

Melancholie II

Jon Fosse

Verdwijnpunt

Wytske Versteeg

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

De fantastische vliegwedstrijd

Tjibbe Veldkamp, Sebastiaan Van Doninck (ill.)

De verhuisdieren

Pieter van den Heuvel

Doe die deur dicht

Koen Van Biesen

Dokter Vos

Daan Remmerts de Vries

Waar mijn vrienden wonen

Cláudio Thebas, Violeta Lópiz (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri