Peuters en kleuters

Ernest Van der Kwast, Sieb Posthuma (ill.): De familie Lazuriet

door Kyra Fastenau

5+ - In een geslaagd prentenboek werken tekst en beeld niet alleen naadloos samen, maar zijn ze in kwaliteit ook aan elkaar gewaagd. In De familie Lazuriet van Ernest Van der Kwast en Sieb Posthuma is dit helaas niet het geval. De teksten van Van der Kwast, die met dit boek zijn debuut als jeugdauteur maakt, kunnen niet tippen aan de sterke prenten van Posthuma.
In De familie Lazuriet gaat de Nederlandse illustrator niet alleen all out in zijn materiaalgebruik (potlood, inkt, ecoline, collage...), hij koppelt die verschillende materialen en technieken ook aan de ontwikkeling van het verhaal en de personages. Het eerste deel van het boek, dat zich afspeelt in het paleis van de familie Lazuriet, ademt old school Posthuma: kroontjespen, kleurpotlood en hier en daar wat ecoline. De figuren dragen duidelijk zijn stempel, met een humoristische oogopslag en felle kleuren. Hemelsblauw overheerst uiteraard, en Posthuma contrasteert deze koele tint met warm oranjegeel. De achtergrond is wit, waardoor de personages optimaal tot hun recht komen. De prenten roepen herinneringen op aan zijn eerdere werk, zo doen de kunstzinnige kostuums in flower-powerstijl denken aan Coppelia (2008) en heeft het blauwe hondje met retro-outfitje – een toevoeging van Posthuma zelf, want hij wordt niet in de tekst genoemd – vaag iets weg van Rintje.
De steenrijke familie Lazuriet dankt haar fortuin aan vaders vondst: een rotsformatie van lapis lazuli, waaruit ze hun paleis hebben opgetrokken. Posthuma weet het ijdele karakter van het gezin optimaal te schetsen. Hij portretteert hen als typische nouveaux riches, die met hun stijve gelkapsels en plateauzolen zo lang mogelijk willen lijken. Op de cover kijken ze arrogant van de lezer weg, alsof ze belangrijker zaken aan hun hoofd hebben. Wat betreft de kleding leeft Posthuma zich vooral uit bij moeder Lazuriet, die op elke prent een andere outfit draagt, tot aan haar handtasje toe. Ze hangt vol met blingbling en heeft zelfs grills van lazuursteen (dit is overigens een leuke vondst van Van der Kwast!). Het materialisme van het gezin komt ook tot uiting in het speelgoed van de kinderen James en Victoria: enorme raketten en een brandweerwagen met ladder die tot de hemel reikt voor het jongetje; showpony’s in alle kleuren van de regenboog, compleet met strikjes en ballerina’s, voor het meisje. Qua context mist het verhaal een duidelijke situering. In zijn prenten speelt Posthuma daar op in: futuristisch meubilair, maar dan wel met een jaren zestig-printje; Griekse zuilen en robots – die er wel weer heel retro uitzien, als opwindspeelgoed. De prent die de buitenkant van het paleis toont, is de eerste die geen witte achtergrond heeft. Opnieuw zien we de combinatie van hemelsblauw en oranjegeel. Posthuma geeft zijn kleurvlakken een levendiger effect door vellen papier te beschilderen of te bespatten. De witte verfspetters doen het paleis fonkelen en de vage zweem van blauw maakt de hemel net een tikje dreigender.
Dan vindt er plots een ommezwaai plaats in het verhaal. James en Victoria die aanvankelijk overkwamen als verwende snotneuzen (letterlijk, want in hun kille paleis zijn ze altijd verkouden), zijn eigenlijk best zielig: wie alles al bezit, heeft immers niets te wensen over. Dan verschijnt er een grote vogel die broer en zus meeneemt naar een droomwereld — een al dan niet bedoelde verwijzing naar De blauwe vogel van Maurice Maeterlinck? — en hen leert dat zelfs het mooiste speelgoed niet zoveel waard is als fantasie. Die overgang wordt ondersteund in Posthuma’s materiaalgebruik en techniek. De verandering begint al in het paleis van de familie Lazuriet: waar Posthuma eerst gebruikmaakt van een witte achtergrond, kiest hij later voor verfstreken en -spetters. Dit geeft zijn prenten een rommelig effect. In de droomwereld verandert de illustratiestijl opnieuw. Posthuma werkt met grotere uitgeknipte vlakken, waarop de kleuren soepel in elkaar overlopen, tegen een pikzwarte achtergrond. De kolkende kleuren geven de prenten zelfs iets psychedelisch. De kinderen vallen in deze droomwereld duidelijk uit de toon: de contourlijnen in zwarte inkt en de arceerlijnen in kleurpotlood geven hen iets hards, dat duidelijk contrasteert met de rest van de prent die, ondanks de veelheid aan kleuren en materialen, iets sereens uitstraalt. Dit benadrukt dat ze niet in deze wereld thuishoren. Persoonlijk ben ik meer een liefhebber van Posthuma’s oudere werk; ik vind dat het mixen van zoveel verschillende illustratietechnieken esthetisch niet altijd even goed uitpakt. Maar het weerspiegelt wel subliem het verschil tussen de twee werelden.
Naast de uitmuntende illustraties van Posthuma steken de teksten van Van der Kwast helaas povertjes af. Hij probeert de ideeën filosofisch te verwoorden, maar het resultaat werkt vooral op de lachspieren. ‘Veel mensen vinden een blauwe hemel het mooiste wat er is, maar een blauwe hemel is ook heel leeg’, leest als een variant op een Pinterest-quote. En wat te denken van: ‘Mijn lievelingskleur is zwart. Ha! Zwart is apart, ik weet het. Maar zwart is ook een start [...] Het klinkt misschien een beetje verward. Maar is iets niet zwart, dan voel ik me benard!’. De tenenkrommende rijmpjes, geforceerde alliteratie en overvloedige poep- en plashumor beginnen op den duur te irriteren en het lesje fantaseren dat James en Victoria van de vogel krijgen, heeft eerder iets weg van een lsd-trip. Helemaal kwalijk is het zeemzoete einde. Nadat de kinderen zijn weggevolgen op de rug van een walvis vol toeters en bellen die ze zelf bij elkaar verzonnen hebben, speculeert de verteller nog twee pagina’s lang over hun verdere belevenissen. Dat het verhaal eigenlijk al afgelopen is, merk je ook aan de laatste twee prenten: ze verliezen de interactie met het beeld, ze worden bladvulling.
Het kwaliteitsverschil tussen tekst en beeld roept natuurlijk de vraag op wat voor boek De familie Lazuriet had kúnnen zijn, had Posthuma samengewerkt met een sterkere schrijver. Ook een strengere redacteur was op zijn minst de vormgeving al ten goede gekomen. De bladzijden bevatten niet alleen onnodig lange lappen tekst, maar die tekst is ook weinig stijlvol weergegeven. Er is weinig witruimte, het lettertype is te groot in verhouding tot de regelafstand en de tekst heeft lelijke rafelranden. Zo’n ongeïnspireerde lay-out is een blaam op de prachtige prenten. Mijn advies is dan ook: laat de tekst voor wat het is en kies voor beeldlezen, zoals een tekenfilm waarbij je het geluid afzet om de irritante piepstemmetjes te negeren. En geniet.


Ernest Van der Kwast, Sieb Posthuma (ill.), De familie Lazuriet, Querido Amsterdam, 2014, 36 p., ill. € 15,99. ISBN 9789045116037. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswelp 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri